Administratieve interne notitie / memo.
Origineel
Administratieve interne notitie / memo. 16 & 17 oktober 1940. J.J. Griffioen en H. Bernard
hebben een contract geteekend voor
de huur van pakhuisafdeeling 1
voor een termijn bij 1/9 1940
tot 31/8 41.
Het betreft hier samenhuur en
beiden zijn dus hoofdelijk aansprakelijk
voor de betaling van de huur.
H Bernhard maakt van 15 Oct 1940 af
geen gebruik meer van zijn pakhuis
en J.J. Griffioen verzoekt om
C. Wester toe te laten als medehuurder.
m.i. moet aan J.J. Griffioen
schriftelijk toestemming worden verleend.
Ar. Bewerse
[Marginale aantekeningen in blauw/paars potlood:]
Wat adviseert U?
Waar is Bernhard?
17-10-'40 [paraaf]
[Stempel:] 16 OCT. 1940
[Onderste aantekening in donkere inkt:]
Besproken met Hr.
Tisema en m.i. is men
op voorst. te
accoord.
[Handtekening/Paraaf] Het document is een zakelijke correspondentie over een lopend huurcontract tijdens het eerste jaar van de Duitse bezetting in Nederland. De kernpunten zijn:
1. Contractuele Basis: Er is een lopend contract voor "pakhuisafdeeling 1" (mogelijk in een groter havencomplex) tussen de verhuurder en de heren Griffioen en Bernard. De huurperiode loopt van 1 september 1940 tot 31 augustus 1941.
2. Juridische Verplichting: De opsteller (Bewerse) benadrukt de "hoofdelijke aansprakelijkheid", wat betekent dat beide huurders individueel verantwoordelijk zijn voor de volledige huursom.
3. Mutatie: Bernard heeft het gebruik gestaakt per 15 oktober 1940. Griffioen stelt voor om C. Wester als vervangende medehuurder aan te stellen.
4. Besluitvorming: De marge bevat vragen van een superieur ("Waar is Bernhard?"). De vraag naar de verblijfplaats van een contractpartij was in oktober 1940 administratief noodzakelijk om de juridische aansprakelijkheid correct over te dragen. Uiteindelijk is er na overleg met een zekere heer Tisema (of Fischer, de naam is ambigu) besloten akkoord te gaan met het voorstel. Dit document biedt een inkijkje in de continuïteit van het Nederlandse handelsverkeer en de administratie aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleven commerciële huurcontracten en de daarbij behorende formele afhandeling (zoals hoofdelijke aansprakelijkheid en schriftelijke toestemming voor onderhuur of contractoverdracht) volgens de vigerende wetgeving functioneren. De vraag "Waar is Bernhard?" kan puur zakelijk zijn, maar in de context van 1940 kan het ook duiden op de onzekerheid over personen die door de oorlogsomstandigheden plotseling onvindbaar waren. De termen "pakhuisafdeeling" en de formele toon zijn typerend voor de vooroorlogse en vroeg-oorlogse Nederlandse kantoorpraktijk.