Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 107
Dossier 109
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (doorslag of concept voor archief).

13 maart 1941 ("13/3 1941").

Origineel

Handgeschreven brief (doorslag of concept voor archief). 13 maart 1941 ("13/3 1941"). A’dam, 13/3 1941

den heer K. Bak
Groentenhandel
Enkhuizen

66/5/417
14/3/41 18

Naar aanleiding van uw
brief dd. 18 Februari j.l. bericht
ik U, dat U zich, terzake van
geleden schade in de oorlogsdagen
moet wenden tot het Departe-
ment van Defensie, Afwikke-
lingsbureau, Den Haag, onder
mededeeling, dat de gebouwen
en terreinen der Centrale
Markt in Mei 1940 waren
gevorderd door de Nederlandsche
weermacht. Voorts zult U de
schade volledig moeten speci-
ficeeren.

Een en ander houdt
echter generlei verband met
de schuld ad. f. 31, 67 welke U nog
aan mijn dienst hebt en waarover ik U op
16 Januari j.l. onder no. 66/5/2 M schreef. * Onderwerp: Afhandeling van een schadeclaim uit de meidagen van 1940 en een openstaande schuld.
* Inhoud: De afzender (waarschijnlijk de directie van de Centrale Markt in Amsterdam) reageert op een brief van groentenhandelaar Bak. Bak heeft blijkbaar schade geleden tijdens de Duitse inval in mei 1940. De schrijver legt uit dat de gebouwen van de Centrale Markt destijds door het Nederlandse leger waren gevorderd. Daarom moet de schadeclaim niet bij de markt zelf, maar bij het Afwikkelingsbureau van het Departement van Defensie in Den Haag worden ingediend.
* Bijzonderheid: De brief eindigt met een zakelijke vermaning: de schadeclaim staat los van een bedrag van 31,67 gulden dat de heer Bak nog aan de dienst verschuldigd is. Hierover is al eerder gecorrespondeerd in januari 1941.
* Schrift: Een vlot, zakelijk administratief handschrift uit de vroege 20e eeuw (Latijns schrift). Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische nasleep van de strijd in mei 1940. Tijdens de inval werden veel strategische locaties, zoals de Centrale Markt in Amsterdam, door de Nederlandse weermacht gevorderd voor logistieke doeleinden of verdediging. Schade die hierbij ontstond, werd na de capitulatie afgehandeld door speciale afwikkelingsbureaus.

Het feit dat de correspondentie in maart 1941 plaatsvindt (tijdens de bezetting), maar verwijst naar de handelingen van de Nederlandsche weermacht, is kenmerkend voor de overgangsperiode waarin de administratie van het voormalige Nederlandse ministerie nog probeerde lopende zaken en vorderingen uit de oorlogstijd af te wikkelen onder toezicht van de bezetter. De nadruk op de openstaande schuld van de handelaar toont aan dat de reguliere bedrijfsvoering en incasso, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt werden voortgezet.

Samenvatting

  • Onderwerp: Afhandeling van een schadeclaim uit de meidagen van 1940 en een openstaande schuld.
  • Inhoud: De afzender (waarschijnlijk de directie van de Centrale Markt in Amsterdam) reageert op een brief van groentenhandelaar Bak. Bak heeft blijkbaar schade geleden tijdens de Duitse inval in mei 1940. De schrijver legt uit dat de gebouwen van de Centrale Markt destijds door het Nederlandse leger waren gevorderd. Daarom moet de schadeclaim niet bij de markt zelf, maar bij het Afwikkelingsbureau van het Departement van Defensie in Den Haag worden ingediend.
  • Bijzonderheid: De brief eindigt met een zakelijke vermaning: de schadeclaim staat los van een bedrag van 31,67 gulden dat de heer Bak nog aan de dienst verschuldigd is. Hierover is al eerder gecorrespondeerd in januari 1941.
  • Schrift: Een vlot, zakelijk administratief handschrift uit de vroege 20e eeuw (Latijns schrift).

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische nasleep van de strijd in mei 1940. Tijdens de inval werden veel strategische locaties, zoals de Centrale Markt in Amsterdam, door de Nederlandse weermacht gevorderd voor logistieke doeleinden of verdediging. Schade die hierbij ontstond, werd na de capitulatie afgehandeld door speciale afwikkelingsbureaus.

Het feit dat de correspondentie in maart 1941 plaatsvindt (tijdens de bezetting), maar verwijst naar de handelingen van de Nederlandsche weermacht, is kenmerkend voor de overgangsperiode waarin de administratie van het voormalige Nederlandse ministerie nog probeerde lopende zaken en vorderingen uit de oorlogstijd af te wikkelen onder toezicht van de bezetter. De nadruk op de openstaande schuld van de handelaar toont aan dat de reguliere bedrijfsvoering en incasso, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt werden voortgezet.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6