Handgeschreven rapportage/notitite over marktvergunningen.
Origineel
Handgeschreven rapportage/notitite over marktvergunningen. Ongedateerd, maar de tekst verwijst naar "13 Oct. a.s." (vermoedelijk jaren '40). [Bovenaan rechts: 3.]
Kapelle-Biezelinge en Oud-Beijerland, welke punten thans nog worden gerealiseerd.
Daar de eerste ondergeteekende hem als grossier nog geen toegang tot de C.M. heeft verleend, verkoopt hij deze toewijzingen buiten de C.M. om.
[Marge links, diagonaal en verticaal geschreven:]
Eigen opgave Kramer: het goedere welke op de veilingen wordt aangekocht aan de grossier J. v. Saane welke op de C.M. is gevestigd en door dezen [...]. De grossier Kramer is niet gerechtigd [...]
[Vervolg hoofdtekst:]
Ten aanzien van den persoon Kramer kan worden medegedeeld, dat wel vaststaat, dat het geen eerste klas grossier is, hetgeen ook blijkt uit het feit, dat hij met den grossier Van Saane, die op de C.M. is gevestigd, zaken doet, welke grossier door den Inspecteur van de Prijsbeheersching wegens prijsopdrijving (v.m.l. k 13 Oct. a.s.) is uitgesloten.
Kramer is in den afgeloopen winter als bloemhandelaar gedurende 14 dagen den toegang tot de C.M. ontzegd wegens het verhandelen van bonnen voor grove-wintergroenten.
De conclusie van ondergeteekenden is dezelfde, als vermeld bij de verzoeken van Esveld en Bakker.
H. Bernhard, Sloterkade 130 hs
Alhier.
Is in het bezit van een erkenning als groothandelaar. Bernhard heeft een pakhuis in de nabijheid van de C.M., doch heeft hem gehad op de C.M., doch heeft zich mede als gevolg van het vorderen van zijn auto door de D.W., niet kunnen handhaven; hij heeft daarna werk in Frankrijk geaccepteerd; sedert eenigen tijd is hij weer in A'dam terug en verzoekt thans opnieuw als grossier tot de C.M. te worden toegelaten. Dit document is een ambtelijk verslag of een advies over de toelating van bepaalde handelaren tot de Centrale Markt (C.M.) in Amsterdam. De tekst is kritisch over een handelaar genaamd Kramer. Er wordt gesteld dat hij geen "eerste klas grossier" is en dat hij samenwerkt met een zekere Van Saane, die reeds is uitgesloten wegens prijsopdrijving (woeker). Bovendien heeft Kramer een verleden met fraude met distributiebonnen voor wintergroenten.
Daarnaast wordt de situatie van H. Bernhard besproken. Bernhard lijkt een legitieme groothandelaar die door overmacht (het vorderen van zijn auto door de "D.W.", mogelijk de Dienst Wederopbouw of een oorlogsinstantie) zijn plek op de markt verloor en tijdelijk in Frankrijk ging werken. Hij verzoekt nu om hernieuwde toelating. De terminologie in het document ("Prijsbeheersching", "vorderen van auto's", "bonnen voor wintergroenten") wijst sterk op de periode van de Tweede Wereldoorlog of de directe nasleep daarvan in Nederland (ca. 1940-1947). Tijdens de bezetting en de eerste jaren van de wederopbouw was de handel in levensmiddelen strikt gereguleerd via de Centrale Markt om zwarte handel en prijsopdrijving te voorkomen.
Toezichthouders hielden nauwlettend in de gaten of handelaren zich aan de regels hielden. Het document illustreert de bureaucratische controle op de betrouwbaarheid van individuele ondernemers in een tijd van schaarste en distributie. De afkorting "D.W." in de context van gevorderde voertuigen verwijst vaak naar een overheidsinstantie die tijdens of vlak na de oorlog beslag kon leggen op materieel voor algemeen nut of defensie.