Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 216
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

29 oktober 1942. Van: De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken).

Origineel

29 oktober 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Briefhoofd]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal

No 37/118/2 M. 1942 [met handgeschreven toevoeging: 30/10]
Telefoon 43130, 43321

Men wordt verzocht, bij het antwoord nauwkeurig den datum, het nummer en de afdeeling van dezen brief te vermelden.

Aan den heer Directeur van den Dienst van het Marktwezen.

Afd. L.M. No. 912 [gestempeld: -1942-] Bijlagen:
Uw brief:
Datum: 29 October 1942.

Onderwerp:

[Body tekst]
— Ten aanzien van de verzoeken om toelating als grossier op de Centrale Markt van de navolgende firma's of personen, genoemd in Uw brief van 17 October 1942, No. 37/118/1 M, heb ik als volgt beslist.

De fa. Bakker en Brouwer te Schoonrewoerd kan, in afwachting van de nadere beslissingen der bedrijfsorganisatie, voorloopig als grossier tot de Centrale Markt worden toegelaten; zulks geldt ook voor A. Kramer, Rozenstraat 215 I. Aan Kramer dient echter als voorwaarde te worden gesteld, dat hij niet meer als kleinhandelaar zal optreden.

Ik acht het ongewenscht om H. Bernhard, Sloterkade 130 hs als grossier tot de Centrale Markt toe te laten.

De Burgemeester van Amsterdam,
[Handtekening: Voûte]

de Gemeentesecretaris,
[Handtekening: J.F. Franken]

[Marginale aantekeningen en krabbels]
* Linkerkant (potlood/inkt):
* oproepen bij mij
* Acc [Akkoord]
* vM
* B.B. 118/3
* Kr. 118/4
* Linksonder (blauw potlood): Kramer moet nog opgeroepen worden dd 11-11-42
* Onderzijde (handgeschreven in potlood):
* A Kramer 12-11-42 ten kantore Mr den [onleesbaar] ontvangst en bespreken M. betreft de aan hem van bovenstaande voorwaarde op de hoogte gesteld. Kramer accepteert onder die voorwaarde plaats in de hal. [Paraaf] Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur betreffende de marktverordening tijdens de bezettingsjaren. De kern van het document is de regulering van wie wel en niet als grossier (groothandelaar) mag optreden op de Centrale Markt.

Hoofdpunten:
1. Selectieve Toelating: Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie partijen. De firma Bakker en Brouwer en de heer A. Kramer krijgen (voorlopig) toestemming. De heer H. Bernhard wordt expliciet geweigerd ("ongewenscht"). De reden voor deze weigering wordt in de brief niet nader gespecificeerd, wat in die tijd vaker voorkwam bij administratieve besluiten.
2. Functiescheiding: Bij A. Kramer wordt een strikte voorwaarde gesteld: hij mag niet langer als kleinhandelaar actief zijn. Dit wijst op het beleid om de distributieketen strikt te scheiden (groothandel versus detailhandel) om marktverstoring of prijsopdrijving te voorkomen.
3. Administratieve opvolging: De handgeschreven noten onderaan bewijzen dat de beslissing werd uitgevoerd. Op 12 november 1942 is Kramer op kantoor verschenen en heeft hij de voorwaarde geaccepteerd om een plek "in de hal" te bemachtigen. Dit document stamt uit oktober 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich verhardde. Edward Voûte was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt in de voedselvoorziening. Tijdens de oorlog was de controle op deze markt essentieel voor de distributie en de bestrijding van de zwarte handel.

De term "ongewenscht" ten aanzien van H. Bernhard kan in deze context diverse ladingen hebben: het kon gaan om zakelijke redenen, maar in 1942 werd deze term ook regelmatig gebruikt voor personen die vanwege hun politieke achtergrond of afkomst (bijvoorbeeld Joodse ondernemers) door de bezetter of de collaborerende overheid uit het economische leven werden geweerd. Zonder aanvullend dossieronderzoek naar Bernhard blijft de exacte reden voor zijn uitsluiting echter speculatief. De brief illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten de economie tot op het niveau van individuele handelaren reguleerden.

Samenvatting

Dit document is een officieel besluit van het Amsterdamse gemeentebestuur betreffende de marktverordening tijdens de bezettingsjaren. De kern van het document is de regulering van wie wel en niet als grossier (groothandelaar) mag optreden op de Centrale Markt.

Hoofdpunten:
1. Selectieve Toelating: Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie partijen. De firma Bakker en Brouwer en de heer A. Kramer krijgen (voorlopig) toestemming. De heer H. Bernhard wordt expliciet geweigerd ("ongewenscht"). De reden voor deze weigering wordt in de brief niet nader gespecificeerd, wat in die tijd vaker voorkwam bij administratieve besluiten.
2. Functiescheiding: Bij A. Kramer wordt een strikte voorwaarde gesteld: hij mag niet langer als kleinhandelaar actief zijn. Dit wijst op het beleid om de distributieketen strikt te scheiden (groothandel versus detailhandel) om marktverstoring of prijsopdrijving te voorkomen.
3. Administratieve opvolging: De handgeschreven noten onderaan bewijzen dat de beslissing werd uitgevoerd. Op 12 november 1942 is Kramer op kantoor verschenen en heeft hij de voorwaarde geaccepteerd om een plek "in de hal" te bemachtigen.

Historische Context

Dit document stamt uit oktober 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich verhardde. Edward Voûte was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een cruciaal knooppunt in de voedselvoorziening. Tijdens de oorlog was de controle op deze markt essentieel voor de distributie en de bestrijding van de zwarte handel.

De term "ongewenscht" ten aanzien van H. Bernhard kan in deze context diverse ladingen hebben: het kon gaan om zakelijke redenen, maar in 1942 werd deze term ook regelmatig gebruikt voor personen die vanwege hun politieke achtergrond of afkomst (bijvoorbeeld Joodse ondernemers) door de bezetter of de collaborerende overheid uit het economische leven werden geweerd. Zonder aanvullend dossieronderzoek naar Bernhard blijft de exacte reden voor zijn uitsluiting echter speculatief. De brief illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten de economie tot op het niveau van individuele handelaren reguleerden.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6