Dienstbrief (officiële correspondentie).
Origineel
Dienstbrief (officiële correspondentie). 20 juni 1941. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West, 20 Juni 1941.
Jan van Galenstraat 14.
No. 37/46/5 M.
Aan de N.V. Keizer's Fruithandel
Centrale Markt H 26,
Amsterdam-West.
[Handgeschreven aantekening in de linker kantlijn:]
Verzonden 20/6-1941.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Dit document is een formele administratieve mededeling van de gemeente Amsterdam (Directie van het Marktwezen) aan een private onderneming (Keizer’s Fruithandel). De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die tijd.
De kern van de brief is tweeledig:
1. Juridische afbakening van kosten: De directeur wijst de huurder op hun verantwoordelijkheid voor klein onderhoud (reparaties aan rolluiken, ruiten en sloten), waarbij specifiek wordt verwezen naar het Burgerlijk Wetboek (artikel 1619).
2. Beheersing van de openbare ruimte: Er wordt nadrukkelijk gewezen op het verbod om zonder schriftelijke toestemming reclame of borden aan te brengen. Dit wijst op een streng gereguleerd beheer van de marktterreinen.
De handgeschreven aantekening "Verzonden 20/6-1941" dient als administratieve verificatie voor het archief dat de brief daadwerkelijk op de dag van datering is uitgegaan. De brief is gedateerd in juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur civiele/administratieve inhoud lijkt te hebben, vond deze correspondentie plaats in een tijd van schaarste en strikte regulering.
De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) was het kloppend hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De pakhuisafdelingen werden verhuurd aan groothandelaren. N.V. Keizer's Fruithandel was een van de bedrijven die vanuit deze hallen opereerden.
In de oorlogsjaren stond de distributie van voedsel onder grote druk en onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter. Het strikt toezien op contractuele bepalingen en het uiterlijk van de marktgebouwen paste in het beleid van de Directie van het Marktwezen om de orde en functionaliteit van deze vitale infrastructuur te handhaven. De verwijzing naar artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (over 'geringe en dagelijkse reparaties' door de huurder) is een standaard juridische praktijk die ook vandaag de dag in de kern nog steeds terug te vinden is in het huurrecht.