Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 268
Dossier 113
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

20 juni 1941. Van: Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Aan: Den Heer S. Pront, Centrale Markt Hn 1, Amsterdam-West. Dossier: 37/46/5

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 20 juni 1941. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer S. Pront, Centrale Markt Hn 1, Amsterdam-West. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.

No. 37/46/5 M.

Amsterdam-West, 20 Juni 1941.
Jan van Galenstraat 14.

Aan
den Heer S.Pront,
Centrale Markt Hn 1,
Amsterdam-West.

[Handgeschreven tekst in de linkermarge:]
Verzonden 20/6-'41.

In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.

Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.

Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.

De Directeur, Deze brief is een formele mededeling van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan een huurder, de heer S. Pront. De kern van de brief is de toezending van een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt.

De brief bevat twee specifieke juridische/zakelijke herinneringen:
1. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud), waarin staat dat kleine herstellingen (zoals sloten en ruiten) voor rekening van de huurder komen.
2. Reclameverbod: Artikel 8 van het contract verbiedt het aanbrengen van borden of reclame zonder voorafgaande toestemming.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen", "U gelieve zich... te verstaan"). Het document dateert van 20 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De naam van de ontvanger, S. Pront, is in historisch perspectief relevant. Veel handelaren op de Amsterdamse markten waren van Joodse afkomst. In de loop van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter aangescherpt. Joodse ondernemers werden in deze periode stelselmatig uit hun functies gezet of hun bedrijven werden onder beheer ("Verwalter") gesteld.

Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt (het opsturen van een huurcontract), vond deze plaats in een periode waarin de bureaucratie ook werd ingezet om de controle over Joods bezit en ondernemerschap te formaliseren en uiteindelijk te beëindigen. Het is bekend uit archieven dat veel Joodse handelaren op de Centrale Markt in 1941 en 1942 hun vergunningen en huurcontracten verloren. M. Marktwezen

Samenvatting

Deze brief is een formele mededeling van de Directie van het Marktwezen in Amsterdam aan een huurder, de heer S. Pront. De kern van de brief is de toezending van een officieel huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt.

De brief bevat twee specifieke juridische/zakelijke herinneringen:
1. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek (oud), waarin staat dat kleine herstellingen (zoals sloten en ruiten) voor rekening van de huurder komen.
2. Reclameverbod: Artikel 8 van het contract verbiedt het aanbrengen van borden of reclame zonder voorafgaande toestemming.

De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U... te doen toekomen", "U gelieve zich... te verstaan").

Historische Context

Het document dateert van 20 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad.

De naam van de ontvanger, S. Pront, is in historisch perspectief relevant. Veel handelaren op de Amsterdamse markten waren van Joodse afkomst. In de loop van 1941 werden de anti-Joodse maatregelen door de bezetter aangescherpt. Joodse ondernemers werden in deze periode stelselmatig uit hun functies gezet of hun bedrijven werden onder beheer ("Verwalter") gesteld.

Hoewel deze brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt (het opsturen van een huurcontract), vond deze plaats in een periode waarin de bureaucratie ook werd ingezet om de controle over Joods bezit en ondernemerschap te formaliseren en uiteindelijk te beëindigen. Het is bekend uit archieven dat veel Joodse handelaren op de Centrale Markt in 1941 en 1942 hun vergunningen en huurcontracten verloren.

Genoemde Personen 1

M.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6