Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 271
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief)

21 juni 1941 Van: De Directeur (van de Centrale Markt)

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief) 21 juni 1941 De Directeur (van de Centrale Markt) VB/HG.

37/46/6 M.
21 Juni 1941.

Ontbinding huurcontract Centrale
Markt door toepassing van artikel
17 lid 3 van het Reglement op de
markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Krachtens artikel 17 lid 3 van het Reglement op de
Centrale Markt staat een aldaar vrijkomende pakhuisafdeeling
allereerst ter beschikking van degenen, die reeds een soortge-
lijke pakhuisafdeeling gebruiken en deze tegen de beschikbaar
gekomen afdeeling willen ruilen. De grossier N.Th. van Schaik,
die pakhuisafdeeling no. H 21 op de Centrale Markt heeft ge-
huurd, gedurende de periode van 1 Januari tot en met 31 Decem-
ber 1941, wenscht thans gerekend te zijn ingegaan 1 Juni 1941
in aanmerking te komen als huurder van pakhuisafdeeling no. H
3, welke afdeeling sinds 1 Januari jl. onverhuurd is.

In overeenstemming met het bepaalde in bovenaange-
haald artikel van het Reglement op de Centrale Markt heb ik de
eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat bij
besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam het met
N.Th. van Schaik gesloten huurcontract terzake van pakhuisaf-
deeling no. H 21 op de Centrale Markt wordt ontbonden, gerekend
te zijn ingegaan 1 Juni 1941. Het contract voor het met ingang
van dien datum door Van Schaik te huren pakhuis no. H 3 op de
Centrale Markt is U reeds met mijn brief d.d. 3 Juni jl. no.
37/46/2 M. toegezonden en bereids door den heer Regeerings-
commissaris voor Amsterdam geteekend.

De Directeur, Het document betreft een administratieve afhandeling van een pakhuisruil op de Centrale Markt in Amsterdam. Grossier N.Th. van Schaik maakte gebruik van zijn recht (volgens artikel 17 van het marktreglement) om zijn huidige unit (H 21) in te ruilen voor een unit die al geruime tijd leegstond (H 3).

Opvallend is de formele hiërarchie die uit de brief spreekt. Hoewel de brief gericht is aan de Wethouder voor Levensmiddelen, wordt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid toegeschreven aan de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". De directeur van de markt verzoekt de wethouder om de ontbinding van het oude contract te faciliteren ("te willen bevorderen"), terwijl het nieuwe contract blijkbaar al door de Regeringscommissaris was getekend. Dit wijst op een strakke, gecentraliseerde controle over de voedseldistributie en marktfaciliteiten. De brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuurlijke structuur van Amsterdam was in deze periode drastisch veranderd. De gemeenteraad was ontbonden en de democratisch gekozen burgemeester was vervangen door een "Regeeringscommissaris", Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld en de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de raad verenigde.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie (bonkaarten) stond de handel onder streng toezicht van de gemeente en de bezetter.

Hoewel deze specifieke brief een routineuze vastgoedkwestie lijkt, vond deze ruil plaats in een tijd waarin de economische uitsluiting van Joden ("Arisering") in volle gang was. Veel Joodse handelaren op de Centrale Markt raakten in deze periode hun vergunningen en pakhuizen kwijt. Of de leegstand van pakhuis H 3 sinds 1 januari 1941 hiermee verband houdt, is uit dit document niet direct op te maken, maar past wel in het tijdbeeld van vrijkomende bedrijfsruimten op de markt.

Samenvatting

Het document betreft een administratieve afhandeling van een pakhuisruil op de Centrale Markt in Amsterdam. Grossier N.Th. van Schaik maakte gebruik van zijn recht (volgens artikel 17 van het marktreglement) om zijn huidige unit (H 21) in te ruilen voor een unit die al geruime tijd leegstond (H 3).

Opvallend is de formele hiërarchie die uit de brief spreekt. Hoewel de brief gericht is aan de Wethouder voor Levensmiddelen, wordt de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid toegeschreven aan de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". De directeur van de markt verzoekt de wethouder om de ontbinding van het oude contract te faciliteren ("te willen bevorderen"), terwijl het nieuwe contract blijkbaar al door de Regeringscommissaris was getekend. Dit wijst op een strakke, gecentraliseerde controle over de voedseldistributie en marktfaciliteiten.

Historische Context

De brief dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De bestuurlijke structuur van Amsterdam was in deze periode drastisch veranderd. De gemeenteraad was ontbonden en de democratisch gekozen burgemeester was vervangen door een "Regeeringscommissaris", Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld en de bevoegdheden van zowel de burgemeester als de raad verenigde.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was tijdens de oorlog van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. Vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie (bonkaarten) stond de handel onder streng toezicht van de gemeente en de bezetter.

Hoewel deze specifieke brief een routineuze vastgoedkwestie lijkt, vond deze ruil plaats in een tijd waarin de economische uitsluiting van Joden ("Arisering") in volle gang was. Veel Joodse handelaren op de Centrale Markt raakten in deze periode hun vergunningen en pakhuizen kwijt. Of de leegstand van pakhuis H 3 sinds 1 januari 1941 hiermee verband houdt, is uit dit document niet direct op te maken, maar past wel in het tijdbeeld van vrijkomende bedrijfsruimten op de markt.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6