Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 291
Dossier 2C
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtsbericht/Rapportage van de economische controledienst.

28 mei 1941 (met een latere aantekening van 20 juni 1941).

Origineel

Ambtsbericht/Rapportage van de economische controledienst. 28 mei 1941 (met een latere aantekening van 20 juni 1941). No 37/51/1 M.1941 $^{24}/_5$
[Handgeschreven:] M. Heimbach

Rapport.

In verband met een klacht van kooper P. van Hilten, dat grossier Casseres groenten zou leveren aan een van zijn klanten heb ik, ondergetekende, een onderzoek ingesteld, waarbij mij het volgende is gebleken.

De heer Max Simon, heeft in het perceel Verbindingsstraat 11, alhier, een bedrijf tot het vervaardigen van soeppastij. De groenten, die hij daarvoor noodig heeft, betrok hij voorheen van kooper Van Hilten. Sedert eenigen tijd wordt de soepgroenten hem rechtstreeksch geleverd door grossier Casseres. Naar Hilten verklaarde, zou Casseres deze relatie hebben verkregen door bemiddeling van grossier Nikkelsberg. Max Simons beweerde daarentegen, dat Hilten niet in staat bleek de gewenschte groenten te leveren waarom hij zich zelf tot Casseres had gewend.

Waar Max Simon niet in het bezit blijkt te zijn van een erkenning als groothandelaar noch als kleinhandelaar in groenten en fruit is de vraag, mag Casseres rechtstreeksch aan Simon leveren?

Hierbij zij nog opgemerkt, dat Simon geen toegang tot de Centrale Markt, heeft en de producten hem op bestelling worden geleverd.

Amsterdam, 28 Mei 1941.
De Contrôleur,
[Signatuur: Felthuis]

[Linksonder handgeschreven signatuur, mogelijk: J. v.d. Bruin]

[Handgeschreven tekst onderaan:]
Deze zaak bespreken met Crisiscontroledienst Am.
20 Juni 41
[Initialen]

  1. Het document betreft een intern rapport van een controleur (waarschijnlijk van de economische controledienst) naar aanleiding van een klacht over een verstoring in de handelsketen. De kern van de zaak is een conflict tussen een tussenpersoon (Van Hilten) en een groothandelaar (Casseres) over de directe levering aan een klant (Max Simon).

  2. Juridische vraagstuk: De controleur stelt de vraag of een grossier (groothandelaar) rechtstreeks mag leveren aan een fabrikant (soeppastij-maker) die zelf geen officiële vergunning ("erkenning") heeft als groentehandelaar. In de streng gereguleerde oorlogseconomie was het passeren van de reguliere distributieschakels vaak verboden.

  3. Tegenstrijdige verklaringen: Er is onenigheid over de oorzaak van de wijziging. Volgens klager Van Hilten is er sprake van onoorbare bemiddeling door een andere grossier (Nikkelsberg), terwijl afnemer Max Simon stelt dat Van Hilten simpelweg niet kon leveren.
  4. Controle-element: Het feit dat Simon geen toegang heeft tot de Centrale Markt onderstreept zijn afhankelijkheid van derden en zijn status buiten de erkende handel. Dit rapport is geschreven in mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal om de achtergrond van de genoemde personen te begrijpen:

  5. De Crisiscontroledienst (CCD): De handgeschreven opmerking onderaan verwijst naar de CCD. Dit orgaan was belast met het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte markt. In 1941 werd de controle op voedselstromen steeds strenger.

  6. Joodse ondernemers: De namen Max Simon, Casseres en Nikkelsberg zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die destijds een prominente rol speelde in de handel op de Centrale Markt. In mei 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter in volle gang. Joodse bedrijven moesten worden aangemeld en werden vaak onder toezicht van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld. Dit rapport kan een voorbode zijn van de economische uitschakeling of "Arisering" van deze ondernemingen.
  7. Verbindingsstraat 11: Dit adres lag in de Zeeheldenbuurt/Spaarndammerbuurt in Amsterdam, een gebied waar destijds diverse kleine industrieën gevestigd waren.
  8. Soeppastij: Dit was een product dat veelal als basis diende voor de gaarkeukens of als houdbaar levensmiddel in tijden van schaarste, wat de levering van de benodigde groenten strategisch belangrijk maakte voor de voedselvoorziening.

Samenvatting

Het document betreft een intern rapport van een controleur (waarschijnlijk van de economische controledienst) naar aanleiding van een klacht over een verstoring in de handelsketen. De kern van de zaak is een conflict tussen een tussenpersoon (Van Hilten) en een groothandelaar (Casseres) over de directe levering aan een klant (Max Simon).

  • Juridische vraagstuk: De controleur stelt de vraag of een grossier (groothandelaar) rechtstreeks mag leveren aan een fabrikant (soeppastij-maker) die zelf geen officiële vergunning ("erkenning") heeft als groentehandelaar. In de streng gereguleerde oorlogseconomie was het passeren van de reguliere distributieschakels vaak verboden.
  • Tegenstrijdige verklaringen: Er is onenigheid over de oorzaak van de wijziging. Volgens klager Van Hilten is er sprake van onoorbare bemiddeling door een andere grossier (Nikkelsberg), terwijl afnemer Max Simon stelt dat Van Hilten simpelweg niet kon leveren.
  • Controle-element: Het feit dat Simon geen toegang heeft tot de Centrale Markt onderstreept zijn afhankelijkheid van derden en zijn status buiten de erkende handel.

Historische Context

Dit rapport is geschreven in mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De context is cruciaal om de achtergrond van de genoemde personen te begrijpen:

  1. De Crisiscontroledienst (CCD): De handgeschreven opmerking onderaan verwijst naar de CCD. Dit orgaan was belast met het handhaven van de distributiewetten en het bestrijden van de zwarte markt. In 1941 werd de controle op voedselstromen steeds strenger.
  2. Joodse ondernemers: De namen Max Simon, Casseres en Nikkelsberg zijn veelvoorkomend binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die destijds een prominente rol speelde in de handel op de Centrale Markt. In mei 1941 waren de anti-Joodse maatregelen van de bezetter in volle gang. Joodse bedrijven moesten worden aangemeld en werden vaak onder toezicht van een 'Verwalter' (bewindvoerder) gesteld. Dit rapport kan een voorbode zijn van de economische uitschakeling of "Arisering" van deze ondernemingen.
  3. Verbindingsstraat 11: Dit adres lag in de Zeeheldenbuurt/Spaarndammerbuurt in Amsterdam, een gebied waar destijds diverse kleine industrieën gevestigd waren.
  4. Soeppastij: Dit was een product dat veelal als basis diende voor de gaarkeukens of als houdbaar levensmiddel in tijden van schaarste, wat de levering van de benodigde groenten strategisch belangrijk maakte voor de voedselvoorziening.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6