Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 295
Dossier 22
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstverslag / Rapport van de gemeentelijke marktpolitie.

2 juni 1941 (met latere aantekeningen tot 13 juni 1941).

Origineel

Dienstverslag / Rapport van de gemeentelijke marktpolitie. 2 juni 1941 (met latere aantekeningen tot 13 juni 1941). [Stempel linksboven:] Nº 37/55/IM.1941½

[Handschrift bovenzijde:]
Met Recherche afd. Ruyterweg besproken. – Kennen bewuste persoon bewering vool. 4/6 - 41.
W 11/6 41 [Paraaf]

R a p p o r t .
- - - - - - - -

Ondergetekende, P.C.Postema,controleur bij het Marktwezen, rapporteert het navolgende:

Op Maandag 2 Juni 1941, te ongeveer 2.30 uur n.m. deelde grossier G.Visser, oud 40 jaar, en gevestigd op pier A 14, mij mede dat zijn gouden horloge met ketting waaraan een ½ pond (engelsch Zuid-Afrika) hing was verduisterd.

Zijn horloge had aan de achterzijde een kenteken van een zaaier. De diefstal moet volgens zijn verklaring tusschen 1.30 uur en 2.30 n.m. plaats gevonden hebben. Volgens zijn verklaring had hij op bovengenoemd tijdstip in de W.C. (binnenkant deur) zijn vest met horloge neergehangen terwijl hij tijdens zijn afwezigheid het pakhuis open laten staan. In dit pakhuis A14 is tevens grossier Jac. de Haas gevestigd.

Op mijn vraag of hij ook verdenking had van personen welke in zijn pakhuis konden geweest zijn, kon hij mij niet verklaren, maar wel zijn broer F.W.Visser, welke in dienst is bij H.Visser, pier A 13.

Deze F.W.Visser, oud 27 jaar, verklaarde mij het volgende:
Toen ik voor pakhuis pier A 13 om ongeveer 2 uur n.m. aan het werk was, kwam een persoon naar mij toe om te vragen waar hij den handel van Jac de Haas kon neerzetten. Hij heeft het daar ook inderdaad gelost. Deze persoon was dus in het pakhuis geweest.

Tevens verklaarde hij later, dat ook Jac de Haas gedurende dat tijdstip nog in zijn pakhuis was geweest.

Vervolgens heb ik op de Centrale Markt, overkruiers H. van Zonderen, oud 30 jaar, ~~staandexxxexxx~~ wonende Oostzaanstraat 26 III, staande gehouden.

Op mijn vraag of hij ook in het pakhuis A 14 was geweest, gaf hij dit toe, en verklaarde mij desgevraagd het volgende:
Bij de Nederlandsche Veiling was Jac. de Haas naar mij toegekomen en vroeg of ik zijn handel, bestaande uit 73 kisten spinazie en 24 kisten radijs naar zijn pakhuis kon brengen.

Ik heb dit aangenomen en toen ik te ongeveer 2 uur n.m. met de handel pier A kwam oprijden, kwam grossier de Haas van de richting van zijn pakhuis af en riep mij toe: "De deur van het pakhuis staat open". Ik heb de handel vooraan bij de deur neergezet en ben weer heengegaan. Op mijn vraag of hij ook naar de W.C. was geweest, verklaarde hij pertinent van neen.

Grossier Jac. de Haas had inmiddels de Centr. Markt al verlaten en kon deze dus niet meer staande houden.

Ik heb, daar G.Visser ook aangifte zou doen aan Bureau de Ruyterweg, hem nogmaals gevraagd of hij absoluut zeker wist, toen hij zijn vest op de W.C. had gehangen, dat zijn horloge enz. er in zat, daarna heb ik Hr. Steenbeek en de Recherche van de Ruyterweg over dit geval ingelicht.

Op advies van de Recherche Ruyterweg heb ik zelf het onderzoek verder geleid. Ik heb H. v. Zonderen gefouilleerd, doch niets op hem bevonden. Verder heb ik het pakhuis A 14 en het pakhuis C 1, van grossier de Graaf, waar v. Zonderen op het moment van staande houding aan het werk was, doorzocht, doch niets gevonden.

Tegen 5 uur n.m. deelde de Recherche Ruyterweg mij mede dat grossier Visser aangifte van diefstal van zijn gouden horloge, ketting enz. had gedaan. De waarde was ongeveer f. 150.-

De toegangskaart van H. van Zonderen, welke ik zoolang heb ingehouden, gaat tevens hierbij.

Amsterdam, 2 Juni 1941.
De Contrôleur b/h Marktwezen.

[Getekend:] P.C. Postema.

[Handschrift linksonder:]
Horloge met ketting volgens Visser door de Rech. teruggebracht. Aan deze Heer Bedrijfschef bij h/Marktwezen ter hand gesteld tegen verklaring. opgeborgen. 13/6-41. [Paraaf]

[Handschrift middenonder:]
opgeborgen 12/6 - 41 * Incident: Een diefstal van een kostbaar sieraad (gouden horloge met een Zuid-Afrikaanse gouden munt/souvereign) op de werkvloer van de Amsterdamse Centrale Markt.
* Werkwijze: De benadeelde (G. Visser) liet zijn vest met waardevolle spullen onbeheerd achter in een toilet terwijl het pakhuis openstond. Dit wijst op een zekere mate van nonchalance of een (misplaatst) vertrouwen in de veiligheid op de markt.
* Verdachte: De overkruier (marktman die goederen transporteert) H. van Zonderen wordt als verdachte aangemerkt omdat hij op het bewuste tijdstip goederen (spinazie en radijs) leverde. Ondanks fouillering en doorzoeking van de pakhuizen wordt de buit niet direct gevonden.
* Waarde: De geschatte waarde van 150 gulden was in 1941 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 20-30 gulden).
* Afwikkeling: Uit de handgeschreven notities blijkt dat de recherche het horloge later heeft teruggevonden ("door de Rech. teruggebracht") en dat de zaak op 13 juni 1941 administratief is afgehandeld. * Tijdsbeeld: Het rapport dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in Amsterdam.
* Bureau de Ruyterweg: Dit was een bekend politiebureau in Amsterdam-West dat toezicht hield op de markt en de omliggende wijken.
* Administratieve nauwkeurigheid: Ondanks de oorlogstijd bleef de civiele opsporing van kleine criminaliteit en de verslaglegging daarvan uiterst methodisch. Het gebruik van termen als "overkruier" en "grossier" is specifiek voor de marktcultuur van die tijd.
* Gouden munt: Het bezit van een "engelsch Zuid-Afrikaans pond" (een gouden Sovereign) was in 1941 niet ongebruikelijk als waardevast bezit, maar de handel in en het bezit van goud werd door de bezetter steeds strenger gereguleerd.

Samenvatting

  • Incident: Een diefstal van een kostbaar sieraad (gouden horloge met een Zuid-Afrikaanse gouden munt/souvereign) op de werkvloer van de Amsterdamse Centrale Markt.
  • Werkwijze: De benadeelde (G. Visser) liet zijn vest met waardevolle spullen onbeheerd achter in een toilet terwijl het pakhuis openstond. Dit wijst op een zekere mate van nonchalance of een (misplaatst) vertrouwen in de veiligheid op de markt.
  • Verdachte: De overkruier (marktman die goederen transporteert) H. van Zonderen wordt als verdachte aangemerkt omdat hij op het bewuste tijdstip goederen (spinazie en radijs) leverde. Ondanks fouillering en doorzoeking van de pakhuizen wordt de buit niet direct gevonden.
  • Waarde: De geschatte waarde van 150 gulden was in 1941 een aanzienlijk bedrag (ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 20-30 gulden).
  • Afwikkeling: Uit de handgeschreven notities blijkt dat de recherche het horloge later heeft teruggevonden ("door de Rech. teruggebracht") en dat de zaak op 13 juni 1941 administratief is afgehandeld.

Historische Context

  • Tijdsbeeld: Het rapport dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in Amsterdam.
  • Bureau de Ruyterweg: Dit was een bekend politiebureau in Amsterdam-West dat toezicht hield op de markt en de omliggende wijken.
  • Administratieve nauwkeurigheid: Ondanks de oorlogstijd bleef de civiele opsporing van kleine criminaliteit en de verslaglegging daarvan uiterst methodisch. Het gebruik van termen als "overkruier" en "grossier" is specifiek voor de marktcultuur van die tijd.
  • Gouden munt: Het bezit van een "engelsch Zuid-Afrikaans pond" (een gouden Sovereign) was in 1941 niet ongebruikelijk als waardevast bezit, maar de handel in en het bezit van goud werd door de bezetter steeds strenger gereguleerd.

Locaties

Centrale Markt Amsterdam (Bureau de Ruyterweg).

Ambtenaren

Bedrijfschef

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6