Getypte ambtelijke brief met een handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met een handgeschreven aantekening. 23 juni 1941. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke instantie, vermoedelijk gerelateerd aan de Centrale Markt). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven in blauw potlood:] later
HG.
37/56/1 M.
n 24
23 Juni 1941.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
11 contracten in duplo betreffende de pakhuisafdeelingen no.'s
D 1, D 4, D 5, D 6, D 7, D 8, D 12, D 15, D 16, D 17 en D 18
van pier D op de Centrale Markt;
1 contract in duplo betreffende pakhuisafdeeling no. H 1 van
de hal op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorde-
ren, dat deze contracten door den heer Regeeringscommissaris
voor Amsterdam worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te
doen terugzenden, teneinde voor registratie te kunnen zorg-
dragen.
De Directeur, Deze brief betreft de administratieve afhandeling van huur- of gebruikscontracten voor opslagruimte (pakhuisafdelingen) op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur zendt twaalf contracten in tweevoud (duplo) naar de Wethouder voor de Levensmiddelen met het verzoek deze te laten ondertekenen door de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam".
Opvallend is de terminologie en de genoemde functionaris. In juni 1941 bevond Nederland zich midden in de Duitse bezetting. De vermelding van de "Regeeringscommissaris" duidt op de bestuurlijke herstructurering door de bezetter: in maart 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en werden de wethouders ontslagen (hoewel sommigen, zoals de wethouder Levensmiddelen, in een ambtelijke rol aanbleven). Edward Voûte werd op dat moment door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris, wat in de praktijk de functie van burgemeester met verregaande bevoegdheden inhield. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening in de stad. Tijdens de oorlog was de controle over voedseldistributie en opslag van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste en het distributiesysteem (de bonnenkaart).
De brief toont de continuïteit van het dagelijks bestuur en de bureaucratie tijdens de bezetting. Hoewel de politieke top was vervangen door een pro-Duitse regeringscommissaris, liepen de administratieve processen voor het beheer van de stadsinfrastructuur — zoals de verhuur van pakhuizen op de markt — door via de bestaande ambtelijke wegen. Het feit dat de wethouder voor Levensmiddelen nog steeds wordt geadresseerd, suggereert dat zijn afdeling nog steeds een spilfunctie vervulde in de communicatie tussen de uitvoering (de Directeur van de markt) en het nieuwe gezag (de Regeringscommissaris).