Archief 745
Inventaris 745-355
Pagina 306
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/memo.

25 juni 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Getypte ambtelijke brief/memo. 25 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier"). [Rechtsboven, handgeschreven:]
W. Rüfle [?]
HG.

[Adressering:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Kenmerk en datum:]
57/56/4 M. 4 25 Juni 1941.

[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen geworden:
1 contract in duplo betreffende pakhuisafdeeling no.D 2 van pier D
op de Centrale Markt;
1 contract in duplo betreffende pakhuisafdeeling no.H 10 van de hal
op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken wel te willen bevorderen, dat
deze contracten door den heer Regeeringscommissaris voor Amsterdam
worden geteekend. Daarna gelieve U ze mij te doen terugzenden, ten-
einde voor registratie te kunnen zorgdragen.

[Ondertekening:]
De Directeur, Het document is een zakelijke correspondentie over het beheer van vastgoed op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur van de markt stuurt twee contracten in tweevoud (duplo) naar de wethouder voor Levensmiddelen. Het gaat om specifieke opslagruimtes: pakhuisafdeling D 2 op pier D en H 10 in de centrale hal.

De brief legt de procedure vast: de wethouder fungeert als tussenpersoon om de handtekening van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" te verkrijgen. Zodra de contracten getekend zijn, moeten ze terug naar de directeur voor de officiële registratie. De formele toon ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. De datum van de brief, 25 juni 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit verklaart de term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In februari 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen door de bezetter. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (met de bevoegdheden van burgemeester en wethouders), hoewel er later weer functionarissen met de titel 'wethouder' werden aangesteld die loyaal waren aan het nieuwe bewind of puur technisch-administratief fungeerden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. In 1941 was de schaarste al merkbaar en stond de distributie van levensmiddelen onder strikte controle. Het document toont de bureaucratische afhandeling van logistieke faciliteiten die nodig waren om de voedselstroom in de stad te beheren onder de uitzonderlijke omstandigheden van de bezetting.

Samenvatting

Het document is een zakelijke correspondentie over het beheer van vastgoed op de Centrale Markt in Amsterdam. De directeur van de markt stuurt twee contracten in tweevoud (duplo) naar de wethouder voor Levensmiddelen. Het gaat om specifieke opslagruimtes: pakhuisafdeling D 2 op pier D en H 10 in de centrale hal.

De brief legt de procedure vast: de wethouder fungeert als tussenpersoon om de handtekening van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" te verkrijgen. Zodra de contracten getekend zijn, moeten ze terug naar de directeur voor de officiële registratie. De formele toon ("heb ik de eer U te doen geworden", "Ik moge U beleefd verzoeken") is typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.

Historische Context

De datum van de brief, 25 juni 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dit verklaart de term "Regeeringscommissaris voor Amsterdam". In februari 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en de wethouders ontslagen door de bezetter. Edward Voûte werd aangesteld als regeringscommissaris (met de bevoegdheden van burgemeester en wethouders), hoewel er later weer functionarissen met de titel 'wethouder' werden aangesteld die loyaal waren aan het nieuwe bewind of puur technisch-administratief fungeerden.

De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. In 1941 was de schaarste al merkbaar en stond de distributie van levensmiddelen onder strikte controle. Het document toont de bureaucratische afhandeling van logistieke faciliteiten die nodig waren om de voedselstroom in de stad te beheren onder de uitzonderlijke omstandigheden van de bezetting.

Kooplieden in dit dossier 3

Gerelateerde Documenten 6