Archiefdocument
Origineel
24 juli 1941 Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-West Den Heer C. Kooy Pzn., Centrale Markt E 17, Amsterdam-West (Handgeschreven bovenaan:)
Verzonden 24/7
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
24 Juli 1941.
No. 37/56/10 M.
Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14.
Aan den Heer C.Kooy Pzn.,
Centrale Markt E 17,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeven of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij het toesturen van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is zakelijk, beleefd ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd") maar ook dwingend wat betreft de regels.
De directeur benadrukt twee specifieke punten uit de huurovereenkomst:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) zijn dagelijkse reparaties aan rolluiken, ramen en sloten voor rekening van de huurder (C. Kooy Pzn.).
2. Reclamebeperkingen: Artikel 8 van het contract verbiedt het ongeoorloofd plaatsen van reclameborden of aankondigingen. Voor elke uiting is voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur vereist.
De handgeschreven notitie "Verzonden 24/7" bovenin is een administratieve aantekening van verzending, gebruikelijk in archiefkopieën. De brief is gedateerd op 24 juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, geopend in 1934, vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam.
Ondanks de bezetting bleven de gemeentelijke diensten, zoals het Marktwezen, functioneren. De strikte handhaving van regels omtrent onderhoud en uiterlijke vertoning (reclame) wijst op een strak beheerde marktomgeving. In deze periode was controle over de distributieketen cruciaal vanwege de toenemende schaarste en distributiemaatregelen. De huurder, C. Kooy Pzn., was waarschijnlijk een handelaar of groothandelaar die opereerde vanuit sectie E van de markt. C. Kooy Marktwezen