Ambtelijke notitie/bijblad met handgeschreven correspondentie en adviezen.
Origineel
Ambtelijke notitie/bijblad met handgeschreven correspondentie en adviezen. November – december 1941. (Kader linksboven)
BIJBLAD VAN:
M. No. 46 A / 132/1 1941
DOORGEZONDEN: 29/11-41.
(Roodomlijnd middenboven)
zie potloodaanteekening
W.C.M. : „meldt dit bevredigend"? Dit is blijkbaar niet onderzocht?
22/11 '41
(Rechtsboven)
m. Insp.
spoed advies 99/
s.v.p.
Hvd [paraaf]
2/12 '41
(Hoofdtekst)
Het verzoek v. J. Duivis & Zn moet m.i. worden afgewezen.
Zie rapport chef afdeelen. [doorgehaald]
M. Storm.
advies
8-12-'41
d'Haneveld
Ik maak U opmerkzaam dat de fa. Duivis heeft aangevraagd om gerookte visch door enkele leden van haar personeel te mogen venten.
Door de vrachtrijder Duif – lok uit – wordt op het marktterrein visch aangevoerd, voor J. Duivis & Zn.
De gerookte visch wordt dan verdeeld onder eenige Volendammers, welke de visch voor hem uitventen. Maar aangezien de visch alhier op het marktterrein wordt aangevoerd en de Verordening spreekt, voor alle aanvoer moet marktgeld betaald worden, moet volgens mij J. Duivis & zoon ook marktgeld betalen.
(Linkermarge)
J. Duivis heeft een vaste vergunning
Tijdelijke vergunning voor dit doel zoude worden uitgereikt.
Nu venten von drie Volendammers.
Dit is m.i. onjuist.
J.O. 9-12-'41
d'Haneveld
(Rechtsonder)
Hoogachtend
Jac. Stam
9-12-41
[Blauw stempel]: 202 Het document is een interne ambtelijke uitwisseling over een handhavingskwestie in de vishandel. De firma J. Duivis & Zn. heeft verzocht om eigen personeel gerookte vis te laten venten (huis-aan-huis verkoop). De behandelend ambtenaar adviseert dit af te wijzen.
De kern van het bezwaar is tweeledig:
1. Reglementair: De vis wordt fysiek op het marktterrein aangevoerd. Volgens de plaatselijke verordening is voor alle aanvoer op de markt marktgeld verschuldigd. De firma lijkt dit te willen omzeilen door de vis direct op het terrein te verdelen onder 'Volendammers' die de vis vervolgens buiten de markt om verkopen.
2. Handhaving: In de marge wordt opgemerkt dat er al drie Volendammers voor Duivis venten, wat als onjuist wordt bestempeld.
De rode aantekening bovenaan wijst op kritiek van een hogere functionaris (W.C.M.) die zich afvraagt of een eerdere melding wel goed is onderzocht. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie van voedsel, waaronder vis, aan strikte regels gebonden. De lokale bureaucratie bleef echter grotendeels belast met de uitvoering van marktverordeningen en het innen van gelden. Volendamse visverkopers ('Volendammers') waren destijds een bekend verschijnsel in veel Nederlandse steden. De strikte nadruk op het betalen van marktgeld was essentieel voor de gemeentelijke inkomsten in oorlogstijd. De namen op het document (Stam, Duivis) zijn typerend voor de regio Noord-Holland/Zaanstreek.