Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 26 november 1941. Burgemeester van Elburg (G.A.F. Baron van Lynden). Ambtenaar belast met het kasbeheer van de gemeentelijke vismarkt te Amsterdam. GEMEENTEBESTUUR
VAN ELBURG.
[Logo Stad Elburg]
Elburg, 26 November 1941.
No. /
ONDERWERP:
Op Uw adviesbrief dd. 22 November j.l. voor de firma A. van Triest en Zn. te Elburg staat vermeld dat van de door hen aangevoerde partij snoekbaars groot 281 pond, 11 pond als ondermaatsch door de marechaussee in beslag werd genomen. Aangezien van Triest deze partij aan den gemeentelijken vischafslag dahier kocht bevreemdde zulks mij zeer en stelde ik mij hierover in verbinding met den directeur. Deze verklaarde mij zich te herinneren dat er bij deze partij eenige visschen waren waarvan hij twijfelde of die aan de maat voldeden en die hij daarom speciaal heeft gemeten. Daarbij bleek, dat zij, indien deze op de juiste wijze, d.w.z. met bij elkaar gedrukte staartvin, werden gemeten, precies aan de maat voldeden.
Indien er dus ten slotte toch nog eenige ondermaatsche visschen tusschen deze partij zijn geweest, kan dit den handelaar niet kwalijk worden genomen. Van Triest staat hier juist als bijzonder nauwgezet bekend.
Ik moge U verzoeken van dit schrijven, dat ik U in duplo zend, een exemplaar aan de betrokken marechaussees ter hand te willen stellen.
De Burgemeester van Elburg,
[Handtekening: G.A.F. van Lynden]
Aan den ambtenaar belast
met het kasbeheer van de
gemeentelijke vischmarkt
te AMSTERDAM.
5000-6-’39 In deze brief protesteert de burgemeester van Elburg, G.A.F. Baron van Lynden, tegen de inbeslagname van 11 pond snoekbaars door de marechaussee. De partij vis was afkomstig van de Elburgse firma A. van Triest en Zn. en werd in Amsterdam verhandeld.
De kern van het argument van de burgemeester is tweeledig:
1. Procedurele correctheid: De vis was reeds gecontroleerd bij de lokale visafslag in Elburg. De directeur aldaar had de twijfelgevallen specifiek gemeten.
2. Technische meetmethode: Er wordt gewezen op een specifiek detail bij het meten van vis: de staartvin moet samengedrukt worden. Volgens deze methode voldeed de vis wel degelijk aan de wettelijke maat.
De burgemeester benadrukt de goede reputatie van de handelaar ("bijzonder nauwgezet") en verzoekt de ambtenaar in Amsterdam om deze uitleg door te geven aan de marechaussee om de handelaar te ontlasten van schuld. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd en de controle op economische delicten, zoals het verhandelen van ondermaatse vis, was verscherpt. De Koninklijke Marechaussee voerde deze controles uit.
Elburg was destijds een belangrijke visserijstad aan het IJsselmeer (de voormalige Zuiderzee). De handel tussen de lokale afslag en grote afzetmarkten zoals Amsterdam was essentieel voor de lokale economie.
G.A.F. Baron van Lynden was burgemeester van Elburg van 1940 tot 1943. Het feit dat een burgemeester zich persoonlijk bemoeit met een relatief kleine partij vis (11 pond op een totaal van 281 pond) toont aan hoe belangrijk de visserijbelangen waren voor de gemeente en hoe nauw de banden tussen het lokaal bestuur en de ondernemers waren. De brief illustreert tevens de bureaucratische omgang tussen gemeenten en handhavingsinstanties in oorlogstijd.