Getypte beleidsnota of rapportage (pagina 4 en 5).
Origineel
Getypte beleidsnota of rapportage (pagina 4 en 5). [Pagina - 4 -]
richten werk, de op grond van hare voorstellen door het Gemeentebe-stuur te richten adressen en het zoeken van een permanent contact tus-schen Amsterdam en de Zuiderzeewerken niet een voldoende waarborg wor-den geacht, dat die belangen in het voor de polders op te maken plan op de juiste wijze tot hun recht komen, wanneer de organisatie van het plan-bureau niet tevens van den aanvang af op de goede wijze wordt in-gericht.
Men vergete niet, dat ook de andere omringende provincies (Utrecht-Gelderland-Overijssel) belangen hebben van velerlei aard en deze op haar wijze zullen moeten voordragen. Het is de vraag of het bureau in zijn huidigen vorm voor de te volgen werkwijze wel doelmatig is, en voldoen-de geoutilleerd. Het is dan ook in de eerste plaats een landsbelang, maar daarnaast ook in niet geringe mate een Amsterdamsch belang, dat het bureau zoó wordt ingericht, dat het voor zijn taak: het opmaken van een "streekplan" van grootsche allure, wordt ingericht. Aangezien niet bekend is, dat een voorstel hiertoe van andere zijde wordt gedaan, zou van Amsterdam het initiatief daartoe kunnen uitgaan. Eenerzijds is het hiervoor weliswaar niet de meest aangewezen instantie, anderzijds kan Amsterdam, wat zijn eigen gemeentelijke organisatie betreft, in dit opzicht op een werkwijze bogen, welker resultaten algemeene erkenning hebben gevonden. Amsterdam kan dus uit eigen ervaring spreken als geen andere Gemeente in ons land.
Omtrent de samenstelling der Gemeentelijke Commissie diene het volgende:
De belangen van Amsterdam bij het nieuwe "streekplan" zijn zoo veelzijdig van aard, dat het niet mogelijk zal zijn, de behartiging daar-van aan één Dienst laat staan één persoon op te dragen.
Daar zijn in de eerste plaats de verkeersverbindingen van de hoofd-stad en haar agglomeratie met het nieuwe land zelve en daardoorheen
[Pagina - 5 -]
met het Noord-Oostelijke deel van ons land (Amsterdam-Zwolle, Amsterdam-Kampen-Noordwestelijk Duitschland, enz.). Hierbij worden tevens de toeris-tische mogelijkheden genoemd, die door een behoorlijke inrichting van de Ymeeroevers voor de bewoners van de hoofdstad kunnen worden geschapen, in verband waarmede dan ook de ontspanning in het algemeen is te ver-melden als een zeer belangrijk onderdeel, waarbij vooral ook de hoofd-stad nauw is betrokken.
Dan zijn er aantal vragen van technischen aard, waaromtrent gedeeltelijk reeds overleg gaande is; gedoeld wordt op de loozing van afvalwater en de peilverlaging van het Ymeer en den invloed daarvan op de waterverversching. Voorts kan niet alleen het toekomstig zoutgehal-te van den Noordzeekanaalboezem door de gedachte wijze van bemaling der nieuwe polders via Ymeer en Noordzeekanaal naar de Noordzee nadeelig worden beinvloed, doch ook kan de hoeveelheid te loozen water misschien aanleiding geven tot ongewenschte doorstroomingssnelheden op het Y voor de stad.
Voorts kunnen worden genoemd zonder hierop nader in te gaan, de vroeger geopperde denkbeelden tot het inrichten van een vlieghaven voor Oceaanvliegers enz. in het Ymeer.
Dan zijn er belangen verbonden aan het behouden van een behoorlijk evenwicht tusschen de ondergrondsche waterlagen, ten behoeve waarvan eventueel maatregelen zijn te treffen ten gevolge van de diepe afmaling van de Zuidelijke polders, terwijl ook de Waterleiding-belangen hierbij nauw betrokken kunnen zijn.
Voorts zijn er de belangen van de scheepvaart Amsterdam-Ysselmeer vice-versa (Enkhuizen, Harlingen, De Lemmer, Zwolle, enz.), welke aan-dacht vragen.
Verder kunnen de zuivel-, land- en tuinbouwproducten uit de nieu-we polders voor het marktwezen te Amsterdam van het grootste belang De tekst betreft een ambtelijk advies of een hoofdstuk uit een rapport over de positionering van Amsterdam ten opzichte van de plannen voor de Zuiderzeepolders. De kernbetoog is dat Amsterdam niet lijdzaam moet afwachten, maar het initiatief moet nemen bij de inrichting van een planbureau voor een grootschalig "streekplan".
De argumentatie is tweeledig:
1. Strategisch/Bestuurlijk: Amsterdam heeft meer ervaring met complexe stadsplanning dan andere gemeenten en moet voorkomen dat de omliggende provincies (Utrecht, Gelderland, Overijssel) de agenda bepalen.
2. Inhoudelijk: De belangen zijn zeer divers. Het document noemt verkeersaders naar het noordoosten en Duitsland, toerisme en recreatie aan de Ymeeroevers, technische waterhuishouding (lozing afvalwater, zoutgehalte Noordzeekanaal, stroomsnelheden op het IJ), de drinkwatervoorziening, scheepvaartverbindingen en de economische potentie van de polders als voedselleverancier voor de Amsterdamse markten.
Opvallend is de vermelding van een mogelijke vlieghaven voor "Oceaanvliegers" in het IJmeer, wat duidt op de toenmalige ambities voor de burgerluchtvaart en de noodzaak voor lange start- en landingswegen (mogelijk voor watervliegtuigen of grote landvliegtuigen). Dit document bevindt zich in de historische context van de Zuiderzeewerken, specifiek de fase waarin de plannen voor de "Zuidelijke Polders" (de huidige Flevopolder en de nooit gerealiseerde Markerwaard) vorm kregen. Na de voltooiing van de Afsluitdijk (1932) en de Wieringermeerpolder, verschoof de aandacht naar de inrichting van het resterende gebied.
In deze periode (jaren '30) ontstond de behoefte aan integrale ruimtelijke ordening, destijds aangeduid als een "streekplan". Amsterdam vreesde als economisch en logistiek centrum de aansluiting met het nieuwe land te missen of nadeel te ondervinden van de waterhuishoudkundige ingrepen. De toon van het document is assertief; Amsterdam profileert zich als een deskundige partner die de regie naar zich toe wil trekken om haar belangen (met name de verbinding met het achterland en de kwaliteit van het IJwater) te waarborgen.