Getypte rapportpagina (waarschijnlijk een kopie of doorslag).
Origineel
Getypte rapportpagina (waarschijnlijk een kopie of doorslag). -3-
Uit dit staatje blijkt, dat de geaardheid der gronden in den Zuidwestelijken polder nog eenigszins gunstiger is dan in den Noordoostelijken; de oppervlakte der zwaardere gronden bedraagt ruim 65% der oppervlakte tegen bijna 60% in den Noordoostelijken polder; voor de lichte zavel en het kleihoudende zand bedragen deze cijfers rond 33% en ruim 37% en voor de overige gronden van mindere waarde 1,3% - 3,2%.
Ook in den Zuidwestelijken polder maken de gronden weder een zeer gelijkmatigen indruk, hetgeen een groot voordeel voor de cultuur oplevert.
De oppervlakte van den Zuidwestelijken polder doet verwachten, dat hierin zeker twee of drie gemeentelijke centra noodig zullen zijn, benevens een aantal dorpen. De oppervlakte van de geheele zuidelijke inpolderingen is intusschen zoo groot, dat aangenomen mag worden, dat zich in de toekomst daarin ook een grooter gewestelijk centrum zal ontwikkelen, dat waarschijnlijk gelegen zal zijn aan het middenkanaal en wel nabij de noordelijke bocht.
Behalve bij het hiervoor genoemde punt bij de Nes zal verbinding van het oude met het nieuwe land tot stand moeten komen bij Edam, bij Warder voor de richting naar Alkmaar, bij Hoorn, bij Oosterleek en bij Enkhuizen. Dit laatste zal mogelijk zijn, omdat het aansluitingspunt ter plaatse van den noordwestelijken dijk is gedacht op de plaats, waar de Provinciale weg Hoorn - Enkhuizen van den dijk naar laatstgenoemde stad afbuigt. Aldaar zal na de afdamming van het randkanaal de dijk nog eenigszins in noordelijke richting worden voortgezet, zoodat de dammen van het Krabbersgat daartegen zullen kunnen aansluiten en een beschermd voorhaven gebied, aansluitende aan het Krabbersgat zal worden verkregen.
Tenslotte zij nog vermeld, dat het in de bedoeling ligt den polder in twee afdeelingen met verschillend polderpeil te verdeelen en dat de gemalen zijn ontworpen nabij Edam en nabij de beide bochten in het middenkanaal.
-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.- Dit document is een technische en planologische beschrijving van de voorgenomen inpolderingen in het kader van de Zuiderzeewerken. De tekst focust op drie hoofdaspecten:
- Bodemgesteldheid: Er wordt een vergelijking getrokken tussen de bodemvruchtbaarheid van de "Zuidwestelijke polder" (de huidige Markerwaard-plannen) en de "Noordoostelijke polder". De nadruk ligt op de geschiktheid voor de landbouw ("cultuur").
- Planologie en Infrastructuur: De schrijver anticipeert op de stichting van dorpen en een groter stedelijk centrum. Tevens worden de fysieke verbindingen met het "oude land" (de kust van Noord-Holland) gespecificeerd, met name de aansluitingen bij Edam, Hoorn en Enkhuizen.
- Waterstaat: Er wordt ingegaan op de waterhuishouding, waarbij de polder in twee peilgebieden wordt verdeeld, ondersteund door geplande gemalen en de aanleg van een middenkanaal en randkanalen. De tekst stamt waarschijnlijk uit de periode 1930-1950, de hoogtijdagen van de planning voor de Zuiderzeewerken volgens het Plan-Lely. De "Zuidwestelijke polder" verwijst naar wat de Markerwaard had moeten worden. Hoewel de Noordoostpolder en de Flevopolders gerealiseerd zijn, is de Markerwaard uiteindelijk nooit volledig drooggelegd (met uitzondering van de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad).
Interessant is de vermelding van het "Krabbersgat" bij Enkhuizen; dit is nog steeds een vitale vaargeul. De beschreven plannen voor de aansluiting van de dijk op de provinciale weg bij Enkhuizen vormen de basis voor de huidige infrastructuur rondom de toegang naar de dijk Enkhuizen-Lelystad. Het document geeft een unieke inkijk in de ambitieuze schaal waarop de Nederlandse ingenieurs de transformatie van de Zuiderzee naar landbouwgrond en stedelijk gebied voorbereidden.