Officieel beleidsstuk / Rapport (getypt)
Origineel
Officieel beleidsstuk / Rapport (getypt) VERTROUWELIJK
ZUIDERZEEWERKEN.
ZUIDELYKE POLDERS.
BYLAGEN: 7.
HET ALGEMEEN PLAN VOOR DEN ZUIDWESTELYKEN POLDER.
par.1. Indeeling van de inpoldering in het Zuidelyk deel van het Ysselmeer.
De beide reeds tot uitvoering gekomen inpolderingen in het Ysselmeer: de Wieringermeer en de Noordoostelyke polder konden practisch elk als een op zichzelf staand geheel worden ontworpen. Geheel anders staat het met de landaanwinning in het Zuidelyk gedeelte van dat meer, welke, om uiteindelyk tot een goede oplossing te komen, als een geheel moet worden bezien. In de eerste plaats moeten dus de indeeling en de hoofdlynen voor de Zuidelyke polders worden vastgesteld.
By de plannen van Lely en van de Staatscommissie van 1892 waren twee Zuidelyke polders ontworpen, gescheiden door machtige armen van het Ysselmeer ter breedte van resp. 1500 en 5000 m. Toen de Ymeercommissie in haar in 1922 uitgebracht rapport de vorming van een Ymeer aanbeval, beteekende dit, dat de Ymeerdyk een verbinding tusschen de Zuidelyke Polders zou gaan vormen.
Daarna bleek, by de onder leiding van Dr.Ir.H.Wortman door den Dienst der Zuiderzeewerken uitgevoerde nadere bestudeering der plannen, dat het tot kostenbesparing leidde, indien ook de Noordelyke Ysselmeerdyken der beide polders aan elkaar werden verbonden. Het kanaal tusschen de beide polders, dat by dit plan wederom 1500 m breed was, vormde zoodoende een aan beide zyden door sluizen af te sluiten boezem, welke zoowel met het Ymeer als met het Ysselmeer in verbinding kon worden gebracht.
Intusschen is de noodzaak om het kanaal de groote breedte van 1500 m te geven, sindsdien vervallen. Eener-zyds berustte deze op de gelegenheid tot laveeren voor zeilschepen, doch nu de beteekenis van de zeilvaart zoo sterk is verminderd, kan op dezen grond een zoo breed kanaal niet worden bepleit. Anderzyds berustte de groote breedte op militaire eischen, welke by de huidige inzichten niet meer gelden. De afmetingen van het kanaal kunnen dus thans worden bepaald, uitsluitend rekening houdende met de eischen van afwatering en scheepvaart. Uitgevoerde berekeningen wyzen erop, dat een breedte van omstreeks 400 m gewenscht is. Hierdoor worden enkele overbruggingen van het kanaal zonder bezwaar mogelyk. De beide polders worden zoodoende op drie of vier punten verbonden en zullen zich in sterker mate als één gebied voordoen.
Een volkomen vereeniging ontstaat, indien de door Dr.Ir.H.Wortman naar voren gebrachte mogelykheid van één grooten Zuidelyken polder wordt aangehouden. Het middenkanaal op hoog peil vervalt hierby geheel en wordt vervangen door een wyd kanaal tusschen de Gouwzee en Enkhuizen. Dit kanaal snydt de bocht van de Noordhollandsche kust by Hoorn af, waardoor naast den grooten polder een afzonderlyke, kleine "Hoornsche Hop-polder" kan worden gevormd. Als belangrykste voordeel van dit plan moest worden beschouwd, dat de Zuidelyke polders één samenhangend gebied vormen, dat zich in sociaal en economisch opzicht meer als een eenheid zal voordoen.
Daarnaast zou het vervallen van het middenkanaal op hoog peil een aanmerkelyke besparing op den dykaanleg brengen, welke door Dr.Ir.Wortman werd gesteld op f. 27.000.000.-.
Naar aanleiding van het hiervoor aangegeven denkbeeld zyn by den Dienst der Zuiderzeewerken uitvoerige studies gemaakt omtrent verschillende, mogelyke uitvoeringswyzen der inpoldering van het Zuidelyk deel van de Zuiderzee. * Spelling: Het document hanteert de toenmalige spelling, opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (Zuidelyke, Ysselmeer, dykaanleg).
* Inhoudelijke kern: De tekst beschrijft een cruciale verschuiving in het ontwerp van de Zuiderzeewerken. Oorspronkelijk (Plan Lely 1892) zouden de zuidelijke polders (de huidige Flevopolder en de nooit volledig voltooide Markerwaard) gescheiden worden door brede waterwegen van 1,5 tot 5 kilometer breed.
* Voortschrijdend inzicht:
1. Technologie: De opkomst van de stoom- en motorvaart maakte brede kanalen voor laveerde zeilschepen overbodig.
2. Defensie: Militaire inundatie-eisen (de Hollandse Waterlinie-gedachte) vervielen.
3. Economie: Door de polders fysiek meer te verbinden of samen te voegen tot één groot gebied, kon f. 27 miljoen bespaard worden op dijkaanleg.
* Sociaal-economisch aspect: Er wordt expliciet gesproken over de voordelen van één samenhangend gebied voor de sociale en economische eenheid, een vroege vorm van ruimtelijke ordening. Dit document bevindt zich in de vroege fase van de uitvoering van de Zuiderzeewet (1918). Terwijl de Wieringermeer en de Noordoostpolder als individuele projecten werden gezien, worstelde de Dienst der Zuiderzeewerken met de complexe waterhuishouding van het zuidelijke deel (het IJmeer en de randmeren).
Dr. Ir. Hendrik Wortman, die hier genoemd wordt, was de eerste directeur-generaal van de Dienst der Zuiderzeewerken (1919-1929). Hij was een sleutelfiguur die de theoretische plannen van Lely vertaalde naar de praktijk. De in de tekst genoemde "Hoornsche Hop-polder" verwijst naar een deel van wat later bekend zou staan als de Markerwaard. Uiteindelijk is het plan voor één gigantische zuidelijke polder niet uitgevoerd zoals hier beschreven; in plaats daarvan ontstonden Oostelijk Flevoland (1957) en Zuidelijk Flevoland (1968), gescheiden van het 'oude land' door randmeren om verdroging van de vaste wal te voorkomen — een inzicht dat in dit vroege document nog niet volledig is uitgekristalliseerd.