Getypt verslag/rapport (pagina -4-).
Origineel
Getypt verslag/rapport (pagina -4-). Onbekend, maar na 1932 (gezien de vermelding van het IJsselmeer) en waarschijnlijk uit de jaren '40 of vroege jaren '50 (gezien de plannen voor de Zuidwestelijke polder). -4-
By de keuze van de verbinding tusschen Y- en Ysselmeer zyn verder beteekenende scheepvaartbelangen betrokken. Het scheepvaartverkeer op het Ysselmeer kenmerkt zich voornamelyk door een belangryken verkeersstroom, welke van het Buiten Y af zich verdeelt naar rond het Ysselmeer gelegen punten en wel overwegend naar Enkhuizen (Stavoren - Kornwerderzand - Harlingen en gedeeltelyk Lemmer), Urk of Lemmer, Zwartewater en den Ketelmond. Van het totale verkeer van de Oranjesluizen van ± 7 1/2 millioen ton, gaat rond 6,3 millioen ton naar laatstgenoemde punten. Buiten deze verkeersstroomen is het onderling verkeer tusschen verschillende punten langs het Ysselmeer, dat in de toekomst trouwens overwegend op de randkanalen en niet op het middenkanaal zal zyn aangewezen, van geringe beteekenis. Van het verkeer van 6,3 millioen ton is ongeveer 3,4 millioen ton gericht op Enkhuizen en 2,9 millioen ton op Lemmer, Urk, Zwartewater en Keteldiep.
Wanneer de nieuwe vaarweg Groningen - Lemmer gereed zal zyn, mag worden verwacht, dat de scheepvaart via Lemmer zal toenemen ten koste van die via Stavoren. Thans gaat vooral de kleinere vaart van Lemmer via Enkhuizen om zooveel mogelyk profyt te trekken van de bescherming van de Noordhollandsche kust. Zoodra echter de Zuidwestelyke polder een soortgelyke bescherming zal geven, ligt het voor de hand, dat deze laatstbedoelde vaart niet langer den omweg over Enkhuizen zal volgen. Beide genoemde factoren zullen dus tot gevolg hebben, dat de verkeersstroom naar Enkhuizen in beteekenis zal afnemen, zoodat wel verwacht mag worden, dat deze van gelyke beteekenis zal worden als die naar Lemmer, Zwartewater en de Ketel.
Nu zou de vaart naar Stavoren - Kornwerderzand door het verbreede Westelyk randkanaal, dat by de oplossing met den grooten polder zou worden gemaakt, 14 km korter worden, dan door het op hoog peil gelegen middenkanaal, maar de vaart in de richting Overyssel 22 km langer. Uit een algemeen scheepvaartoogpunt is dus het plan met de twee Zuidelyke polders zeker in het voordeel.
By het maken der Zuidelyke polders moeten ook de belangen van de zouthuishouding van de rond het Ysselmeer liggende gebieden in het oog worden gehouden. Reeds by de studie der Commissie Lovink bleek de vorming van een zoet Ysselmeer het meest belangryke voordeel van de afsluiting te zyn en van dit voordeel van een werk, dat tot een uitgave van rond 200 millioen leidt, moet ten volle profyt worden getrokken. Door verbetering van de toegangen voor de scheepvaart uit zee is het gevaar voor verzouting van het boezemwater van onze polders vergroot, een bezwaar, dat toch reeds aanwezig was, getuige het feit, dat het boezemwater by Franeker in 1921 een hooger zoutgehalte had dan het zeewater by Harlingen, hoewel aldaar geen water werd ingelaten. Ook bestaat het gevaar, dat het kwelwater in onze diepe polders op den duur een hooger zoutgehalte zal verkrygen. Daarnaast worden, in verband met de verbeterde cultuurmethoden, steeds hoogere eischen gesteld omtrent een gering zoutgehalte van het polderwater. Meer dan voorheen is derhalve het zoethouden van ons polderwater een nationaal cultuurbelang geworden en in verband hiermede moet ervoor worden gezorgd, dat het zoutgehalte van het hoogst belangryke zoetwaterbekken, dat in het hart van ons polderland door de vorming van het Ysselmeer is geschapen, zoo laag mogelyk blyft.
Bovendien is door de Commissie-Drinkwatervoorziening "Westen des Lands" het Ysselmeer gekenmerkt als geschikte prise d'eau voor drinkwatervoorziening. Nu is weliswaar in het rapport van de Amsterdamsche Drinkwatervoorziening de keuze gevallen op een prise d'eau met minder zoutgehalte dan het Ysselmeer, maar het is gebleken, dat de hoeveelheid geschikte grondstof voor drinkwater in het Westen Deze pagina bevat een technisch-economische afweging over de inrichting van het IJsselmeergebied. De tekst richt zich op drie hoofdpunten:
1. Scheepvaartlogistiek: Er wordt een verschuiving voorzien van verkeersstromen. Waar Enkhuizen voorheen een centrale rol speelde door de beschutting van de kust, zal de aanleg van de Zuidwestelijke polder (de Markerwaard) nieuwe vaarwegen en beschutting bieden, wat de route via Lemmer en de randkanalen aantrekkelijker maakt.
2. Zouthuishouding: De auteur benadrukt dat het zoet houden van het IJsselmeer cruciaal is voor de landbouw ("nationaal cultuurbelang"). Er wordt gewaarschuwd voor verzilting door zeesluizen en zoute kwel in de diepe polders.
3. Drinkwater: Het IJsselmeer wordt geïdentificeerd als een strategische voorraad voor drinkwaterwinning ("prise d'eau") voor West-Nederland. Het document dateert uit de periode waarin de plannen voor de Zuidelijke polders (Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard) nader werden uitgewerkt. De referentie naar de "Commissie Lovink" verwijst naar de staatscommissie die tussen 1918 en 1924 onderzoek deed naar de landbouwkundige mogelijkheden van de drooggevallen gronden. De vermelding van het zoutgehalte bij Franeker in 1921 herinnert aan de grote droogte van dat jaar, die de noodzaak van een zoetwaterreservoir (het latere IJsselmeer) onderstreepte. De tekst illustreert de transitie van het IJsselmeer van een open zeearm naar een multifunctioneel instrument voor waterbeheer, transport en landbouw.