Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 32
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt rapport of beleidsstuk (doorslag of origineel op dun papier).

Origineel

Getypt rapport of beleidsstuk (doorslag of origineel op dun papier). -17-

c. Een kanaal op polderpeil, dat zoodanig kan worden getra-
ceerd, dat de vaarweg slechts weinig (b.v. 2 km) langer
is dan thans het geval is.
De van dit kanaal gebruikmakende doorgaande schepen zul-
len natuurlijk tweemaal een poldersluis met groot verval
moeten passeeren, tegen slechts één sluis met klein ver-
val in het midden-of het randkanaal. Het bezwaar hiervan
is by modern ingerichte sluizen niet zoo groot, of voor
niet te snel varende schepen zal de verkorting van den
afstand een belangryk voordeel blyven beteekenen. Een
voorwaarde hiervoor is vanzelfsprekend, dat de sluiscapa-
citeit een vlotte verwerking van het te verwachten verkeer
waarborgt.
Verder is het gewenscht, dit polderkanaal voor de doorgaan-
de vaart zoo ruime afmetingen te geven, dat schepen tot
600 ton (waaronder dus de Kempenaars vallen) er gebruik
van kunnen maken. De vaart met grootere schepen is blykens
het hiervoor vermelde van zoo geringe beteekenis, terwyl
zy minder hinder van de vaart op het Ysselmeer ondervin-
den, dan kleinere schepen, dat het zeker niet verantwoord
is een kanaal van grootere afmetingen door den polder te
ontwerpen.
Thans dient te worden besproken, hoe de voor-
ziening in de verschillende belangen op de meest doelmatige
wyze kan geschieden.
Een voor de hand liggende oplossing is een
doorgaand buitendyksch randkanaal langs de Noordhollandsche
kust. De uitwateringen worden alle door dit kanaal opgenomen,
terwyl de waterverversching uit het kanaal kan geschieden en
zoowel de plaatselyke als de doorgaande scheepvaart het ka-
naal kan volgen. Op één plaats in het kanaal moet de water-
scheiding tusschen Ymeer en Ysselmeer worden gelegd, waar-
voor het beste het Zuidelyk uiteinde kan worden gekozen, zoo-
dat Edam aan het Ysselmeer blyft liggen. By Enkhuizen zullen
enkele kunstwerken moeten worden gemaakt, die het mogelyk ma-
ken, het kanaal in geval van doorbraak van den afsluitdyk
van het Ysselmeer af te sluiten.
Deze oplossing zal hooge kosten met zich bren-
gen, omdat uit boringen en sondeeringen is gebleken, dat de
bodemgesteldheid langs de kust tot op groote diepte zeer slap
is, zoodat het maken van de kanaalkade groote kosten, bene-
vens een niet onbelangryk risico medebrengt. Reeds is ver-
meld, dat by deze oplossing de omweg voor de doorgaande
scheepvaart nog vry aanzienlyk is. Uit scheepvaartkringen is
dan ook de wensch geuit om, ook indien dit randkanaal wordt
gemaakt, toch een korterenweg door de polderkanalen voor
doorgaande vaart met 600 tonsschepen, geschikt te maken. Er
bestaat dus alle reden om te onderzoeken of een andere oplos-
sing, waardoor met geringe kosten aan de eischen kan worden
voldaan, mogelyk is.
In de eerste plaats is daarby onderzocht, of
het voordeelen zou bieden, het kanaal geheel of gedeeltelyk
binnendyks te leggen. Dit bleek over bepaalde gedeelten be-
sparing te geven, doch het ingrypen in den bestaanden toe-
stand van het oude land brengt vele moeilykheden en bezwaren
mede. Voor het Zuidelyk gedeelte is hiervan dan ook afgestapt,
toen bleek, dat een derde oplossing mogelyk was, waarvan de
kosten nog minder bedragen. Deze berust erop, dat tusschen
Schardam en Edam geen enkele uitwatering voorkomt. Indien dus
Edam met het Ymeer en Schardam met het Ysselmeer wordt verbon-
den en maatregelen worden getroffen om de watervoorziening
van Schermerboezem geheel van Schardam uit te doen plaats
vinden, is buitendyks tusschen Edam en Schardam geen water-
transport noodig. Het randkanaal kan dan geheel vervallen,
indien zoowel de doorgaande vaart als de verbinding van Hoorn
met Amsterdam door den polder wordt geleid. Dit kan geschie-
den door in de eerste plaats een 600--tons kanaal aan te leg-
gen van Edam naar Oosterleek c.q. naar Blokkerhoek ingeval
tot het binnendyksche randkanaal wordt besloten. De weinige In deze tekst worden verschillende varianten afgewogen voor de ontsluiting van de scheepvaart en de waterhuishouding langs de Noord-Hollandse kust, vermoedelijk in het kader van de inpoldering van de Markerwaard (die indertijd nog op de planning stond).

De kernpunten van de analyse zijn:
1. Polderkanaal vs. Randkanaal: Een kanaal door de polder (op polderpeil) verkort de route maar vereist meer sluispassages met een groot verval. Een randkanaal (buitendijks) is eenvoudiger voor de waterhuishouding (uitwateringen), maar duurder vanwege de slappe bodemgesteldheid langs de kust.
2. Scheepvaartklassen: Er wordt specifiek gekeken naar schepen tot 600 ton (de zogenaamde 'Kempenaars'). Voor grotere schepen wordt een route over het IJsselmeer zelf geschikter geacht.
3. Technische uitdagingen: Er wordt gesproken over de noodzaak van kunstwerken bij Enkhuizen voor het geval de Afsluitdijk zou doorbreken, wat duidt op een focus op waterveiligheid.
4. Kostenbeheersing: Door de slechte bodemgesteldheid (slappe lagen tot op grote diepte) wordt gezocht naar alternatieven voor het volledige buitendijkse randkanaal. Een hybride oplossing tussen Edam en Schardam wordt geopperd om kosten te besparen. Dit document stamt uit de periode van de Zuiderzeewerken, waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien het taalgebruik en de plannen voor de Markerwaard). Na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 ontstond de noodzaak om de scheepvaartverbindingen tussen Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen opnieuw in te richten, evenals de afwatering van de Schermerboezem. De discussie over 'randmeren' en 'randkanalen' was cruciaal om te voorkomen dat het 'oude land' zou verdrogen of dat de scheepvaartverbindingen onmogelijk zouden worden na de inpoldering. Uiteindelijk is de Markerwaard nooit volledig gerealiseerd, maar de hier besproken waterbouwkundige dilemma's vormden de basis voor de huidige inrichting van de IJsselmeerpolders.

Samenvatting

In deze tekst worden verschillende varianten afgewogen voor de ontsluiting van de scheepvaart en de waterhuishouding langs de Noord-Hollandse kust, vermoedelijk in het kader van de inpoldering van de Markerwaard (die indertijd nog op de planning stond).

De kernpunten van de analyse zijn:
1. Polderkanaal vs. Randkanaal: Een kanaal door de polder (op polderpeil) verkort de route maar vereist meer sluispassages met een groot verval. Een randkanaal (buitendijks) is eenvoudiger voor de waterhuishouding (uitwateringen), maar duurder vanwege de slappe bodemgesteldheid langs de kust.
2. Scheepvaartklassen: Er wordt specifiek gekeken naar schepen tot 600 ton (de zogenaamde 'Kempenaars'). Voor grotere schepen wordt een route over het IJsselmeer zelf geschikter geacht.
3. Technische uitdagingen: Er wordt gesproken over de noodzaak van kunstwerken bij Enkhuizen voor het geval de Afsluitdijk zou doorbreken, wat duidt op een focus op waterveiligheid.
4. Kostenbeheersing: Door de slechte bodemgesteldheid (slappe lagen tot op grote diepte) wordt gezocht naar alternatieven voor het volledige buitendijkse randkanaal. Een hybride oplossing tussen Edam en Schardam wordt geopperd om kosten te besparen.

Historische Context

Dit document stamt uit de periode van de Zuiderzeewerken, waarschijnlijk uit de jaren '30 of de vroege jaren '40 van de 20e eeuw (gezien het taalgebruik en de plannen voor de Markerwaard). Na de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932 ontstond de noodzaak om de scheepvaartverbindingen tussen Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen opnieuw in te richten, evenals de afwatering van de Schermerboezem. De discussie over 'randmeren' en 'randkanalen' was cruciaal om te voorkomen dat het 'oude land' zou verdrogen of dat de scheepvaartverbindingen onmogelijk zouden worden na de inpoldering. Uiteindelijk is de Markerwaard nooit volledig gerealiseerd, maar de hier besproken waterbouwkundige dilemma's vormden de basis voor de huidige inrichting van de IJsselmeerpolders.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →