Archiefdocument
Origineel
-21-
gen oppervlakte 57.250 ha zal beloopen.
Het volgende staatje geeft een overzicht van de in den Zuidwestelyken polder te verwachten grondsoorten; de tusschen haakjes geplaatste cyfers geven de percentages van desbetreffende grondsoort in den Noordoostelyken polder.
| Grondsoort | Oppervlakte in ha | Oppervlakte in % |
|---|---|---|
| Klei | 28.000 | 49 (33,2) |
| Zware zavel | 9.500 | 16,6 (26,2) |
| Lichte zavel | 5.000 | 3,7 (20,8) |
| Kleihoudend zand | 14.000 | 24,4 (16,6) |
| Kleiarm zand | 750 | 1,3 ( 1,3) |
| Veen | - | - ( 1,8) |
| Keileem | - | - ( 0,1) |
| Totaal | 57.250 | 100 (100) |
Uit dit staatje blykt, dat de geaardheid der gronden in den Zuidwestelyken polder nog eenigszins gunstiger is dan in den Noordoostelyken; de oppervlakte der zwaardere gronden bedraagt ruim 65% der oppervlakte tegen byna 60% in den Noordoostelyken polder; voor de lichte zavel en het kleihoudende zand bedragen deze cyfers rond 33% en ruim 37% en voor de overige gronden van mindere waarde 1,3% - 3,2%.
Ook in den Zuidwestelyken polder maken de gronden weder een zeer gelykmatigen indruk, hetgeen een groot voordeel voor de cultuur oplevert.
par.8. Samenstelling van ringdyk.
In het algemeen kan worden opgemerkt, dat de grondslag, waarop de dyken voor den Zuidwestelyken polder zullen moeten worden aangelegd, over zeer groote lengte een grondverbetering behoeft, ten einde afschuivingen en hinderlyke zettingen tydens en na het voltooien van het werk te voorkomen. Aan het Laboratorium voor Grondmechanica is verzocht, een desbetreffend onderzoek in te stellen; met het onderzoek is bereids aangevangen. Drie typen van bodemgesteldheid kunnen worden onderscheiden:
- de slappe lagen komen voor van Ysselmeerbodem tot een zoodanige diepte, dat het maken van een grondverbetering onder den dyk, zooals in het algemeen by den Noordoostelyken polder is toegepast, in aanmerking komt. Voor deze diepte kan worden aangenomen max. 12 m - N.A.P.; by welk peil een grondverbetering tot 9 m - N.A.P. zal kunnen worden gemaakt.
- de diepte sub 1 bedraagt meer dan 12 m - N.A.P.
- de sub 1 of 2 beschreven slappe lagen worden afgedekt door vaste zandlagen met een dikte van 2,5 m en meer.
Het eerste geval is, gezien de by den Noordoostelyken polder tot dusver opgedane ervaring eenvoudig; gebleken is, dat met vaststelling van een profiel voor deze grondverbetering met een diepte van het te baggeren cunet tot ten minste op 2 m boven onderkant slappe lagen, doch ten hoogste op 9 m - N.A.P., by een bodembreedte begrensd door de verticalen door de kruinlynen van de plasbermen, althans tydens de uitvoering, een volkomen bevredigende toestand kan worden verkregen. In hoeverre de zakkingen, welke nog niet tot staan zyn gekomen, binnen de gewenschte perken zullen blyven, moet, hoewel de uitslag zich in het algemeen bevredigend laat aanzien, nog worden afgewacht. Hierby dient opgemerkt, dat naarmate de onderkant van de slappe lagen hooger ligt, het gewenscht is de genoemde dikte * Bodemgesteldheid: De tekst vergelijkt de bodem van de toekomstige Zuidwestpolder met die van de Noordoostpolder. Er wordt geconcludeerd dat de Zuidwestpolder meer 'zware gronden' (klei en zware zavel) bevat, wat gunstig wordt geacht voor de landbouw ("cultuur").
* Civiele Techniek: Een aanzienlijk deel van de pagina is gewijd aan de stabiliteit van de ringdijken. Er wordt gesproken over "grondverbetering" (het vervangen of verstevigen van slappe lagen) om afschuivingen te voorkomen.
* Technische parameters: Er worden specifieke hoogtematen gehanteerd ten opzichte van het N.A.P. (Normaal Amsterdams Peil), zoals de maximale diepte van 12 meter voor grondverbetering en een baggerdiepte voor het 'cunet' (de uitgraving voor de weg of dijk).
* Wetenschappelijke ondersteuning: Er is een directe link met het Laboratorium voor Grondmechanica (tegenwoordig onderdeel van Deltares), wat duidt op een wetenschappelijke aanpak van de polderaanleg. Dit document stamt uit de periode van de Zuiderzeewerken, specifiek de planfase voor de inpoldering van de Flevopolders (de Zuidwestpolder zou later een deel van de huidige provincie Flevoland worden). Gezien de spelling (zoals 'cyfers' en 'ringdyk') en de verwijzing naar de ervaringen in de Noordoostpolder (drooggevallen in 1942), dateert dit document waarschijnlijk uit de late jaren '40 of vroege jaren '50. Het document illustreert de nauwgezette manier waarop de Nederlandse ingenieurs de lessen uit de eerste polders toepasten op de volgende fasen van het project.