Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 43
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte rapportpagina (waarschijnlijk onderdeel van een technisch ontwerp of adviesnota).

Origineel

Getypte rapportpagina (waarschijnlijk onderdeel van een technisch ontwerp of adviesnota). -28-

echter op gelukkige wijze eenigszins wordt gecompenseerd door de omstandigheid, dat het ruime 600-tons kanaal van Edam naar dit gedeelte van den polder voert. Toch zal het verval, dat by sterken waterafvoer tusschen de gemalen en dat deel van den polder zal ontstaan, tot een lager afmalen van het peil by de gemalen dwingen, dan anders noodzakelyk zou zyn. Mogelyk zal het dan voordeeliger zyn het water uit het Noordoostelyk deel van den polder op de laagste afdeeling af te laten. By de nadere bestudeering van de bemaling van den polder zal dit punt worden overwogen.

Ten slotte ryst nog de vraag, waar het gemaal van de laagste afdeeling geplaatst moet worden. In par. 5 is reeds aangegeven, dat de hoofdstad der Zuidelyke polders juist bewesten de Noordelykste bocht van het middenkanaal zal komen te liggen. Het is uiteraard aangewezen, dat een hoofdvaart van den Zuidwestelyken polder op deze stad gericht zal zyn. Zooals nog nader zal blyken, dient aldaar ook een toegangssluis naar den polder te worden gemaakt. Er is dus alle aanleiding om het gemaal L ook aldaar te bouwen; het kan dan weder in eenzelfden put worden gebouwd als de sluis en het scheepvaart-kanaal kan tevens voor den wateraanvoer dienen. Wel zou met het oog op de opwaaiing een ligging dichter by den mond van het middenkanaal gunstiger zyn, maar het financieele voordeel daarvan weegt noch by den aanleg noch by de exploitatie zwaar, terwyl het grondwerk wordt beperkt, wanneer het gemaal meer in het midden van de te bemalen afdeeling ligt. De ligging van het gemaal L naby de toekomstige hoofdstad is dus wel het meest aangewezen.

Uit het voorgaande is gebleken, dat, èn met het oog op de toekomstige hoogteligging van het land èn met het oog op de bemaling, een verdeeling van den polder in twee afdeelingen zeer goed mogelyk is. Nagegaan moet nu nog worden, of deze oplossing ook financieel aanvaardbaar is. Een kleiner aantal afdeelingen geeft in tweeerlei opzicht verhooging van de kosten. In de eerste plaats zullen de kanalen en tochten gemiddeld dieper in het land zyn ingesneden, zoodat het grondverzet grooter wordt. Daarenboven moet het water gemiddeld hooger worden opgemalen, wat een vergrooting van de capaciteit der motoren en van de jaarlyksche kosten voor dryfkracht medebrengt. Daarentegenover staat, dat een sluis tusschen de afdeelingen wordt bespaard, met inbegrip van de jaarlyksche bedieningskosten ervan, terwyl ook het kanalennet kleiner kan worden.

Een raming van deze factoren leidt tot de conclusie, dat de oplossing met twee afdeelingen duidelyk goedkooper is.

Ten slotte zy nog opgemerkt, dat het voor het scheepvaartverkeer een voordeel oplevert, wanneer het aantal afdeelingen wordt beperkt.

Op grond van het voorgaande kan worden besloten den polder in twee afdeelingen te verdeelen en drie gemalen E, G en L te stichten.

par. 10. Toegangen voor het verkeer naar den polder.

In het huidig stadium van voorbereiding van den polder behoeft de inrichting binnen de bedyking nog niet aan de orde te worden gesteld. In de eerste plaats is dit een vraagstuk, dat uitgebreide en nauwgezette studie vereischt en in de tweede plaats heeft de ervaring geleerd, dat de oplossing, welke voor de inrichting van den polder wordt gekozen, weinig invloed op de kosten heeft. Wel is het van belang na te gaan, of by den gekozen vorm van den polder behoorlyke toegangen voor het verkeer zyn te verkrygen. * Onderwerp: De tekst behandelt de waterstaatkundige inrichting van een nieuwe polder. Er wordt gewogen of de polder in één of meerdere "afdeelingen" (secties met eigen waterpeil) verdeeld moet worden.
* Technische aspecten: Er is aandacht voor de ligging van gemalen (specifiek Gemaal L), de diepte van kanalen (grondverzet), de kosten voor "dryfkracht" (elektriciteit of brandstof voor de pompen) en de scheepvaartverbindingen via Edam.
* Besluitvorming: De auteur concludeert dat een verdeling in twee afdeelingen financieel het meest gunstig is, mede omdat dit bespaart op sluizen en de totale lengte van het kanalennet. Er wordt besloten drie gemalen (E, G en L) te stichten.
* Stedenbouw: Interessant is de vermelding van de "hoofdstad der Zuidelyke polders" die nabij het middenkanaal gepland is. Dit verwijst naar de vroege plannen voor wat later Lelystad zou worden. Dit document is hoogstwaarschijnlijk een fragment uit de voorbereidende rapporten van de Dienst der Zuiderzeewerken. Gezien de termen "Zuidelyke polders" en de referentie naar Edam en de toekomstige hoofdstad, heeft dit betrekking op de inrichting van de Flevopolders (Oostelijk en/of Zuidelijk Flevoland). De spelling (bijv. "jaarlyksche", "eenigszins") wijst op een datering tussen circa 1930 en 1947. In deze periode werden verschillende varianten voor de verkaveling en de bemaling van de IJsselmeerpolders onderzocht door ingenieurs zoals Cornelis Lely en zijn opvolgers. De tekst illustreert de nauwe verwevenheid tussen civiele techniek (waterbeheer), economie (exploitatiekosten) en planologie (locatie van steden en wegen).

Samenvatting

  • Onderwerp: De tekst behandelt de waterstaatkundige inrichting van een nieuwe polder. Er wordt gewogen of de polder in één of meerdere "afdeelingen" (secties met eigen waterpeil) verdeeld moet worden.
  • Technische aspecten: Er is aandacht voor de ligging van gemalen (specifiek Gemaal L), de diepte van kanalen (grondverzet), de kosten voor "dryfkracht" (elektriciteit of brandstof voor de pompen) en de scheepvaartverbindingen via Edam.
  • Besluitvorming: De auteur concludeert dat een verdeling in twee afdeelingen financieel het meest gunstig is, mede omdat dit bespaart op sluizen en de totale lengte van het kanalennet. Er wordt besloten drie gemalen (E, G en L) te stichten.
  • Stedenbouw: Interessant is de vermelding van de "hoofdstad der Zuidelyke polders" die nabij het middenkanaal gepland is. Dit verwijst naar de vroege plannen voor wat later Lelystad zou worden.

Historische Context

Dit document is hoogstwaarschijnlijk een fragment uit de voorbereidende rapporten van de Dienst der Zuiderzeewerken. Gezien de termen "Zuidelyke polders" en de referentie naar Edam en de toekomstige hoofdstad, heeft dit betrekking op de inrichting van de Flevopolders (Oostelijk en/of Zuidelijk Flevoland). De spelling (bijv. "jaarlyksche", "eenigszins") wijst op een datering tussen circa 1930 en 1947. In deze periode werden verschillende varianten voor de verkaveling en de bemaling van de IJsselmeerpolders onderzocht door ingenieurs zoals Cornelis Lely en zijn opvolgers. De tekst illustreert de nauwe verwevenheid tussen civiele techniek (waterbeheer), economie (exploitatiekosten) en planologie (locatie van steden en wegen).

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →