Technisch rapport / beleidsstuk betreffende de Zuiderzeewerken.
Origineel
Technisch rapport / beleidsstuk betreffende de Zuiderzeewerken. -29-
In zyn rapport over de kanalisatie van Westfriesland heeft Dr.Ringers aangetoond, dat voor het scheepvaartverkeer in een zuivere landbouwstreek volstaan kan worden met vaarwegen, geschikt voor schepen van het zoogenaamde 200-300-tons type. Deze stelling is ook aanvaard voor de beide vorige Ysselmeerpolders en zal zeker ook voor den Zuidwestelyken kunnen gelden. Zooals in par.6 is ontwikkeld, zal de polder bovendien door één 600-tons kanaal worden doorsneden, terwyl hy verder aan den rand zoowel te Enkhuizen als langs het toekomstige middenkanaal en den vaarweg van het Ymeer tot de sluis by Edam voor schepen van 2000 ton bereikbaar zal zyn.
Het scheepvaartverkeer van den polder naar buiten zal in hoofdzaak drie richtingen hebben, n.l. naar Amsterdam, naar Stavoren en Kornwerderzand en naar Lemmer, het Zwarte Water en de Ketel. Van deze richtingen zal ongetwyfeld die naar Amsterdam de belangrykste zyn. De verbinding in de beide eerstgenoemde richtingen zal reeds verkregen worden door den 600-tons vaarweg met de sluizen te Edam en te Oosterleek. Voor aansluiting in de derde richting zal een sluis aan het middenkanaal moeten worden gebouwd en wel naby het punt, waar de hoofdstad der gezamenlyke Zuidelyke inpolderingen zal zyn gelegen, aangezien verwacht moet worden, dat er van daaruit tevens lokaal-verkeer naar den polder gericht zal zyn. De drie sluizen by Edam, Oosterleek en de hoofdstad der polders vormen dus de noodzakelyke knooppunten van het scheepvaartverkeer in den polder met dat naar de omgevende landstreken. Evenals in den Noordoostelyken polder zou, wat de scheepvaartbelangen van den polder betreft, met drie toegangssluizen kunnen worden volstaan. In par.6 is echter reeds uiteengezet, dat met het oog op de lokale belangen van Hoorn een toegangssluis tot den polder by die stad bovendien noodzakelyk is.
De sluizen by Hoorn en de hoofdstad zullen bestemd zyn voor het normale scheepvaartverkeer in den polder en dus dezelfde afmetingen verkrygen als de toegangssluizen van den Noordoostelyken polder, zynde 40 x 7 x 2,50 m. De sluizen te Edam en te Oosterleek zullen geschikt moeten zyn, niet alleen voor 600-tons schepen, maar ook voor het verwerken van het hier te verwachten drukke scheepvaartverkeer, bestaande uit het verkeer naar den polder en een gedeelte van het doorgaande verkeer van Amsterdam via Enkhuizen naar Stavoren en Kornwerderzand. Zoowel met het oog op het omvangryke verkeer aldaar als op het verzekeren van de voortdurende bruikbaarheid van den vaarweg zal het wel gewenscht blyken op beide punten twee sluizen te bouwen, één grootere en één kleinere, welke laatste bij niet druk verkeer en voor kleinere schepen gebruikt zal kunnen worden, ten einde de naar den polder afvloeiende hoeveelheid schutwater te beperken.
Nog op één punt zal met het vaststellen van de afmetingen van de toegangssluizen dienen te worden gelet. Wanneer de polder eenmaal bedykt is, is in de vaarten en tochten binnen den polder nog een zeer omvangryk baggerwerk uit te voeren. Vooral in de ruimere kanalen is het met het oog op de kosten gewenscht over tamelyk groot baggermaterieel te kunnen beschikken. Ten minste één der toegangssluizen, waarvoor die te Edam wel aangewezen is, dient daarom onafhankelyk van de normale eischen van de scheepvaart zoodanige afmetingen te verkrygen, dat bedoeld baggermaterieel daar zal kunnen worden geschut. De meerdere kosten van vergrooting van de sluis worden ruimschoots gedekt door bezuiniging op de kosten van het baggerwerk binnen den polder.
Zooals reeds is aangegeven, zal het 600-tons kanaal loopen van Edam naar Oosterleek. Vanuit dezen vaarweg zal een poldervaart op Hoorn gericht moeten zyn. Verder zal een scheepvaartweg moeten uitloopen op de sluis naby de * Terminologie: Het document gebruikt specifieke technische termen zoals 'schutwater', 'baggermaterieel' en tonnage-aanduidingen voor schepen (200, 600 en 2000 ton).
* Sleutelfiguren: Er wordt gerefereerd aan Dr. Ringers (Johann Ringers), een waterbouwkundig ingenieur die een cruciale rol speelde bij de planning van de Zuiderzeewerken en later minister werd.
* Geografie: De tekst beschrijft de infrastructurele ontsluiting van de beoogde "Zuidwestelyke polder" (de Markerwaard). Genoemde locaties zijn Edam, Oosterleek (nabij Enkhuizen), Hoorn en de geplande "hoofdstad" van de polders (Lelystad).
* Economische argumentatie: Opvallend is de kosten-batenanalyse aan het einde van de pagina: het vergroten van een sluis (te Edam) wordt gerechtvaardigd door de besparingen op de inzet van groter baggermaterieel binnen de polder zelf. Dit document stamt uit de periode van de actieve planning voor de verdere inpoldering van het IJsselmeer (omstreeks de jaren '30 of '40 van de 20e eeuw, gezien de spelling en de verwijzing naar de Noordoostpolder als "vorige"). Het betreft de planning van de Markerwaard, een polder die uiteindelijk nooit volledig is gerealiseerd.
De tekst illustreert de visie van de ingenieurs van de Dienst der Zuiderzeewerken: de polder werd niet slechts gezien als nieuw landbouwgebied, maar als een integraal onderdeel van het Nederlandse vaarwegennet. De verbinding tussen Amsterdam en het noorden (Stavoren/Kornwerderzand) moest via deze polder vloeien. De onderstrepingen in de tekst (zoals "by Hoorn") suggereren dat dit een werkdocument was waarbij specifieke beslispunten of lokale belangen werden gemarkeerd voor overleg.