Getypt verslag van een vergadering of ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of ambtelijk rapport. -3-
den Z.W.polder excentrisch is gelegen, toch de beurs van dezen polder zou kunnen krygen.
De heer HOOY meent van wel, als hier groote bedryven komen, waarbij de afstand niet zoo'n groote rol speelt als by de kleine bedryven, die meer zyn aangewezen op plaatselyke beurzen.
De heer INCKEL wyst erop, dat groote landbouwbedryven hun werkkapitaal veelal betrekken van de banken, terwyl de kleine bedryven meer gebruik zullen maken van de boerenleenbanken.
De heer LULOFS meent, dat de vraag, of hier groote of kleine landbouwbedryven zullen komen, het beste door den heer Smeding kan worden beantwoord.
De SECRETARIS merkt op, dat de kavels in den N.O.polder grooter zullen zyn dan in de Wieringermeer.
De heer TESSEIHOFF zegt daarop, dat de bedryven in eerstgenoemden polder toch kleiner zullen worden; en wel omdat men aan kleine boeren, o.m. uit Drente, werkgelegenheid wil bieden.
De ADJ.-SECRETARIS merkt op, dat in de Wieringermeer de normale kavelgrootte 250 x 800 m = 20 ha is; in een deel van de Wieringermeer paste men den Mansholt-kavel van 500 x 1200 m = 60 ha toe. In den N.O.polder is men van deze laatste kavelgrootte afgestapt en is 300 x 800 m = 24 ha regel, met het doel meer arbeid aan kleine boeren te kunnen geven.
De SECRETARIS vraagt, welke landbouwbedryven in den Z.W.polder verwacht kunnen worden.
De heer INCKEL meent, dat dit afhangt van het afzetgebied. Ook zal een groote rol spelen de kwestie of men zich gaat toeleggen op autarchie dan wel op vryhandel.
De landbouwproducten als graan en aardappelen worden voor het grootste gedeelte hier te lande gebruikt. Voor boter en kaas daarentegen was Nederland een exportland.
De heer SIXMA merkt op, dat Nederland ook veel aardappels exporteert.
De VOORZITTER maakt uit de discussie op, dat het aanbeveling verdient, de besprekingen over de in den Z.W.polder te verwachten bedryven op te schorten, totdat de Commissie hierover den heer Smeding heeft gehoord. Een andere kwestie is de verzoeting van het water. Over dit punt zou spreker buitendien nog willen hooren den heer Biemond en mevrouw Wibaut-Isebree Moens.
De heer INCKEL vraagt, waaruit opgemaakt wordt, dat de verzoeting van het water in de eerste jaren zal verminderen.
De SECRETARIS antwoordt, dat men aanvankelyk van plan was langs den Z.W. en den Z.O.polder randkanalen te maken, welke het zoete water zouden opnemen van het Ysselmeer en van de rivieren. Het zoute water uit den polder zou dan via het Ymeer naar het Noordzeekanaal gevoerd worden. Blykens het laatste plan van den Z.W.polder zal het randkanaal tusschen Edam en Schardam vervallen. Voorloopig zal alleen de Z.W.polder worden gemaakt, ten gevolge hiervan zal de verzoeting van het Ysselmeer langer duren dan aanvankelyk verwacht werd. Het water in het Ysselmeer kan eerst zoet worden, nadat ook de afdamming van den Z.O.polder heeft plaats gehad. Het ligt zelfs in de bedoeling van het Ysselmeer een prise d'eau te maken voor de drinkwatervoorziening. Spreker wyst erop, dat, wanneer in den zomer de polders in het oude land te droog zyn, water moet worden ingelaten. Voor de polders by Amsterdam zal dit tot groote bezwaren aanleiding kunnen geven, daar dit uit het Ymeer zal moeten geschieden en daarop al het zoute water uit den nieuwen polder zal worden uitgeslagen. Door het vervallen van het randkanaal ten Noorden van Edam, wordt de verwachting, die men had, dat het water voor de polders rondom Amsterdam beter zou worden, niet bewaarheid. Er zal dan ook rekening mee moeten worden gehouden, dat hier verzouting van het water zal blyven optreden ten gevolge waarvan vooral de polders, welke het water inlaten uit het Noordzeekanaal, nadeel zullen ondervinden.
De heer INCKEL zegt, dat de verzouting van het water op de gewassen toch blykbaar niet veel invloed heeft, daar reeds in het le jaar na de drooglegging van de Wieringermeer op dit land granen werden verbouwd.
De VOORZITTER merkt op, dat verzouting van het water op den landbouw niet zoo veel invloed heeft als op den tuinbouw en de veeteelt. Spreker meent, dat de kwestie van het verzouten van
Dienst P.W.
Amsterdam. * Taal en spelling: Het document is opgesteld in een oudere spelling (bijv. "krygen", "bedryven", "blykens", "aanvankelyk"), kenmerkend voor de eerste helft van de 20e eeuw.
* Inhoud: De kern van de discussie op deze pagina betreft de inrichting en hydrologische gevolgen van de nieuwe polders in de voormalige Zuiderzee. Er worden specifiek technische details genoemd over kavelgroottes (het contrast tussen de Mansholt-kavel van 60 ha en de latere standaard van 24 ha) om kleine boeren uit onder andere Drenthe te faciliteren.
* Waterhuishouding: Een groot deel van de tekst gaat over de "verzoeting" en "verzouting". Men maakt zich zorgen over de waterkwaliteit voor de polders rondom Amsterdam (het "oude land"). Het schrappen van een gepland randkanaal tussen Edam en Schardam wordt gezien als een risico voor de drinkwatervoorziening en de landbouwkwaliteit.
* Sprekers: Onder meer de heer Inckel, de heer Smeding (belangrijk figuur bij de Wieringermeer/Noordoostpolder), de heer Biemond en mevrouw Wibaut-Isebree Moens worden genoemd of aangehaald. Dit document maakt deel uit van de besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken. Na de drooglegging van de Wieringermeer (1930) en de Noordoostpolder (1942), versverschoof de aandacht naar de plannen voor de Zuidwestelijke polder (de huidige Markerwaard, die nooit volledig is voltooid) en de Zuidoostelijke polder (Flevoland). De discussie weerspiegelt de spanning tussen grootschalige moderne landbouw en de sociaal-politieke wens om kleinere boerenbedrijven te vestigen, evenals de enorme technische uitdagingen wat betreft de waterhuishouding en het scheiden van zoet en zout water in het IJsselmeergebied. De "Dienst P.W. Amsterdam" geeft aan dat de gemeente Amsterdam nauw betrokken was bij deze ontwikkelingen, aangezien de stad direct grensde aan de geplande nieuwe polders.