Gedrukte pagina’s uit een officieel rapport of boekwerk (pagina 42 en 43).
Origineel
Gedrukte pagina’s uit een officieel rapport of boekwerk (pagina 42 en 43). [Pagina 42]
Intusschen is de volgende raming geschikt om direct met de voormelde begrooting van den Noordoostelijken polder te worden vergeleken.
Raming van kosten van het droogmaken van den Zuidwestelijken polder.
A. Waterbouwkundige werken.
I. Uitgaven.
1. kosten van den dienst . . . . . . . . . . . f 5 000 000
2. ringdijk met bouwputten en havens, randkanaal met sluizen en bruggen en verdere werken ter voorziening in de belangen van afwatering en verkeer, voor zoover gelegen buiten den polder . . . . . . . . . . . 59 000 000
3. toegangssluizen en gemalen . . . . . . . . . 10 700 000
4. werken binnen de bedijking . . . . . . . . . 32 800 000
5. droogmalen en drooghouden gedurende 10 jaren 2 000 000
6. onderhoud der gemaakte werken . . . . . . . 3 000 000
7. onvoorziene en overige uitgaven . . . . . . . 1 500 000
f 114 000 000
B. Ontginning, enz.
I. Uitgaven.
1. kosten van den dienst . . . . . . . . . . . f 1 800 000
2. onderzoek der gronden . . . . . . . . . . 900 000
3. ontwatering . . . . . . . . . . . . . . 21 400 000
4. kosten van exploitatie tot het tijdstip, waarop de grond kan worden verpacht . . . . . . . 45 200 000
5. dorpsaanleg en bouw van boerderijen . . . . 44 000 000
6. algemeen bestuur . . . . . . . . . . . . 700 000
7. onvoorziene en overige uitgaven . . . . . . . 1 000 000
f 115 000 000
42
[Pagina 43]
II. Inkomsten.
1. exploitatie-opbrengsten tot het tijdstip, waarop de grond kan worden verpacht . . . . . . . . f 36 000 000
2. opbrengst van voorloopig verpachte gronden 10 000 000
f 46 000 000
Saldo uitgaven ontginning . . . . 69 000 000
Totaal saldo uitgaven . . . . . . 183 000 000
Evenals in 1935 voor den Noordoostelijken polder zijn ook thans buiten beschouwing gelaten de kosten van de drainage der gronden en van den woningbouw. Gerekend kan worden, dat de kosten van deze werken op zich zelf zullen worden gedekt door een toeslag op de pacht, resp. door de huur der woningen.
Daar de polder 57 250 ha groot is, komen de geraamde kosten overeen met een bedrag per ha van f 3200. Dit bedrag is niet onbelangrijk hooger dan dat van f 2600 per ha, waarop de in 1935 ingediende raming voor den Noordoostelijken polder sloot.
Deze hoogere kosten per ha zijn voor een deel te verklaren door de volgende factoren:
-
Bij de raming van den Noordoostelijken polder is aangenomen, dat aanvankelijk kon worden volstaan met het bouwen van de helft van het aantal benoodigde boerderijen, terwijl de ervaring in de Wieringermeer heeft geleerd, dat tot volledige behuizing van den polder wordt overgegaan. Bovendien is het aantal boerderijen, door het aanvaarden van een kleinere, gemiddelde bedrijfsgrootte vermeerderd.
-
De versnelde uitvoering, volgens het voormelde in 1938 vastgestelde werkplan, waarop bij de raming van den Zuidwestelijken polder is gerekend, brengt ook voor den Noordoostelijken polder een verhooging van de geraamde kosten mee.
-
Tegenover de genoemde factoren staat, dat de in 1935 gegeven raming van de dijks- en baggerwerken voor den Noordoostelijken polder was gebaseerd op een hooger prijspeil, dan bij de uitvoering noodig is gebleken.
43
--- Dit document bevat een gedetailleerde financiële begroting voor de aanleg van de "Zuidwestelijken polder" (de latere Oostelijke en Zuidelijke Flevopolder). De kosten worden onderverdeeld in twee hoofdcategorieën:
1. Waterbouwkundige werken (f 114 miljoen): Dit betreft de fysieke realisatie van de polder, zoals de ringdijk, sluizen, gemalen en kanalen.
2. Ontginning (f 115 miljoen): Dit omvat het bouwrijp maken van de grond, de bouw van boerderijen en de aanleg van dorpen.
Na aftrek van de verwachte inkomsten (f 46 miljoen) komt het totale geraamde tekort (saldo uitgaven) uit op f 183 miljoen.
Op pagina 43 wordt een belangrijke vergelijking gemaakt met de Noordoostpolder. De kosten per hectare liggen voor de Zuidwestelijke polder aanzienlijk hoger (f 3200 t.o.v. f 2600). De tekst verklaart dit door voortschrijdend inzicht: men kiest nu direct voor volledige bebouwing met kleinere boerderijen (gebaseerd op lessen uit de Wieringermeer) en er is sprake van een versneld werkplan uit 1938.
--- De tekst stamt uit de bloeitijd van de Zuiderzeewerken, een grootschalig Nederlands project voor watermanagement en landwinning onder leiding van de Dienst der Zuiderzeewerken.
De "Zuidwestelijke Polder" in dit document werd in de oorspronkelijke plannen van Lely als één geheel gezien, maar werd later opgesplitst in Oostelijk Flevoland (drooggevallen in 1957) en Zuidelijk Flevoland (drooggevallen in 1968). De referentie naar het werkplan van 1938 is cruciaal; dit was een ambitieus plan om de uitvoering te versnellen, vlak voordat de Tweede Wereldoorlog de werkzaamheden grotendeels stillegde.
Het document illustreert de verschuiving in de landbouwvisie: van grote, extensieve bedrijven naar een hogere dichtheid van kleinere, intensieve boerenbedrijven om de werkgelegenheid en voedselproductie te optimaliseren. Dit leidde tot hogere investeringskosten per hectare, zoals in de tekst wordt verantwoord.