Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 104
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag (pagina 3).

Niet expliciet op deze pagina, maar de tekst refereert aan plannen uit 1940. Vermoedelijke datering: jaren '40 of vroege jaren '50.

Origineel

Getypte notulen/verslag (pagina 3). Niet expliciet op deze pagina, maar de tekst refereert aan plannen uit 1940. Vermoedelijke datering: jaren '40 of vroege jaren '50. -3-

vraagt zoeter water en ondervindt schade by een chloorgehalte van 300 mg/l en hooger; zoodat ook daarvoor het uitslaan van het polderwater op het Ysselmeer geen bezwaar zal opleveren. Het chloorgehalte in de sloten van de Wieringermeer bedraagt thans nog ongeveer 3000 mg/l.
De heer SIXMA vestigt er de aandacht op, dat in de buurt van Hoorn ook reeds de fyne tuinbouw wordt uitgeoefend, waarbij men van het aldaar aanwezige water blykbaar geen bezwaren ondervindt.
De heer BIEMOND zegt, dat de tuinbouwers te Aalsmeer indertyd geklaagd hebben over het inlaten van zout water in Rynlands boezem, waarvan de gekweekte producten hinder ondervonden. In verband daarmede wordt thans zorg gedragen, dat het chloorgehalte van het water te Aalsmeer de 200 mg/l niet te boven gaat, hetgeen bereikt wordt door inlaat uit de rivieren in plaats van uit het Noordzeekanaal.
De SECRETARIS wyst erop, dat op het laatste oogenblik, nadat de nota door de Subcommissie reeds was vastgesteld, de Beschryving van het Algemeen Plan voor den Zuidwestelyken Polder werd ontvangen. Het komt spreker gewenscht voor om hiervan nog blyk te geven in de nota en wel in den vorm van een noot aan den voet der bladzyde, hetgeen z.i. de gemakkelykste en elegantste oplossing is. Een bezwaar tegen het plaatsen van noten onder aan de bladzyde is wel, dat daardoor het stuk minder leesbaar wordt, doch in het onderhavige geval blyft de toevoeging tot 2 noten beperkt.
De heer BOOGERD zou het eleganter vinden, indien in den brief van den Burgemeester aan de Directie der Zuiderzeewerken wordt medegedeeld, dat bij het ontwerpen der nota met de Beschryving van het Algemeen Plan voor den Zuidwestelyken Polder geen rekening meer kon worden gehouden, daar laatstbedoeld stuk na het samenstellen der nota werd ontvangen. Geeft de Commissie echter de voorkeur aan het plaatsen van een noot, dan heeft spreker daartegen geen bezwaar.
De VOORZITTER acht het in dit geval wenschelyk, dat in den vorm van een noot blyk gegeven wordt, dat de inhoud van het Algemeen Plan voor den Zuidwestelyken Polder aan de Commissie inmiddels bekend is geworden.
De Commissie kan zich vereenigen met de concept-nota onder toevoeging van twee noten als door den Secretaris is uiteengezet.
4. Nota over de waterhuishouding van Amsterdam ten gevolge van de droogmaking van de Zuidelyke polders.
De VOORZITTER betuigt den dank der Commissie aan Ir. Biemond voor de spoedige inzending der nota. De conclusie, waartoe de heer Biemond aan het slot van zyn nota komt, nl. dat de onderhavige kwestie geen punt van bespreking met het Ryk behoeft uit te maken, acht spreker zeer belangryk. Spreker vraagt zich echter af of de zaak wel zoo kan worden afgedaan.
De heer BIEMOND geeft een nadere toelichting van zyn nota en deelt daarbij o.a. mede, dat de verandering in de waterhuishouding te Amsterdam reeds in 1940 aan de orde was gesteld door den Dienst der Publieke Werken en de Gem.-Waterleidingen. Aanvankelyk werd een grootere waterstandsverlaging geraamd dan de berekeningen thans aanwyzen. De Dienst P.W. heeft over deze aangelegenheid gecorrespondeerd met Professor Thysse. De resultaten, waartoe Professor Thysse kwam, hebben spreker, nadat ook door zyn bedrijf berekeningen zyn verricht, aanleiding gegeven tot het innemen van het standpunt als in de laatste alinea van sprekers nota is vervat. Aan het droogmaken van de Zuidelyke polders kan niet alle schuld worden gegeven van het verlagen van den grondwaterstand. Het onttrekken van koelwater aan den bodem, hetwelk in Amsterdam in vry groote mate het geval is, heeft althans voor de directe omgeving der bronnen een grootere verlaging van den grondwaterstand ten gevolge dan de inpoldering van de Zuidelyke polders. Daarom kan het Ryk voor deze verlaging niet worden aangesproken.
De VOORZITTER merkt op, dat wanneer de nota van Ir. Biemond in ongewijzigden vorm aan de Directie der Zuiderzeewerken wordt toegezonden, daarmede de pas wordt afgesneden en dan kan Amsterdam op deze aangelegenheid later niet meer terug komen.
De heer BIEMOND meent, dat zyn nota niet aan den heer De Blocq van Kuffeler behoeft te worden toegezonden, maar dat volstaan kan worden met dit stuk over te leggen aan den Burgemeester.
De VOORZITTER zegt, zich met dezen gang van zaken te kunnen vereenigen.
De SECRETARIS stelt voor de titel van de nota te doen luiden: "Veranderingen in de ondergrondsche waterhuishouding van Amsterdam ten gevolge van de droogmaking der Zuidelyke polders" en aan het slot der nota, waar gesproken wordt van de diepere funderingshoogte, deze woor- * Verzilting: Een groot deel van de tekst gaat over de strijd tegen zout water (chloorgehalte). Men vergelijkt de situatie in de Wieringermeer (extreem zout) met die in Aalsmeer en Hoorn, waar de tuinbouw kwetsbaar is voor verzilting.
* Stedelijke Impact: Een cruciaal punt is de daling van de grondwaterspiegel in Amsterdam. Biemond bepleit dat de droogmaking van de Zuidelijke polders (de huidige Flevopolder) minder invloed heeft dan de lokale onttrekking van koelwater door de industrie in de stad zelf.
* Bestuurlijke tactiek: Er is een discussie over hoe de stad Amsterdam haar positie moet veiligstellen ten opzichte van het Rijk. De Voorzitter waarschuwt dat het accepteren van de nota van Biemond kan betekenen dat Amsterdam later geen schadeclaims meer kan indienen bij het Rijk.
* Terminologie: "Zuidwestelyken Polder" verwijst naar de nooit voltooide Markerwaard. "Zuidelyke polders" verwijst naar Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. Dit document is onderdeel van de uitgebreide besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken. De genoemde personen zijn sleutelfiguren uit de Nederlandse waterstaatshistorie:
* Ir. C. Biemond: Directeur van de Amsterdamse Waterleidingen, bekend van de 'Nota Biemond' die de basis legde voor de drinkwatervoorziening uit de Rijn.
* Professor Thysse: J.Th. Thijsse, een wereldberoemd waterbouwkundige die de berekeningen maakte voor de Afsluitdijk en de polders.
* De Blocq van Kuffeler: Victor de Blocq van Kuffeler, een van de belangrijkste ingenieurs van de Zuiderzeewerken na Cornelis Lely.

De kern van het debat op deze pagina is de zorg dat de nieuwe polders het grondwaterpeil in Amsterdam zodanig zouden verlagen dat de houten paalfunderingen van de historische binnenstad zouden gaan rotten (paalrot). Biemond nuanceert dit door te wijzen op andere oorzaken (koelwater).

Samenvatting

  • Verzilting: Een groot deel van de tekst gaat over de strijd tegen zout water (chloorgehalte). Men vergelijkt de situatie in de Wieringermeer (extreem zout) met die in Aalsmeer en Hoorn, waar de tuinbouw kwetsbaar is voor verzilting.
  • Stedelijke Impact: Een cruciaal punt is de daling van de grondwaterspiegel in Amsterdam. Biemond bepleit dat de droogmaking van de Zuidelijke polders (de huidige Flevopolder) minder invloed heeft dan de lokale onttrekking van koelwater door de industrie in de stad zelf.
  • Bestuurlijke tactiek: Er is een discussie over hoe de stad Amsterdam haar positie moet veiligstellen ten opzichte van het Rijk. De Voorzitter waarschuwt dat het accepteren van de nota van Biemond kan betekenen dat Amsterdam later geen schadeclaims meer kan indienen bij het Rijk.
  • Terminologie: "Zuidwestelyken Polder" verwijst naar de nooit voltooide Markerwaard. "Zuidelyke polders" verwijst naar Oostelijk en Zuidelijk Flevoland.

Historische Context

Dit document is onderdeel van de uitgebreide besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken. De genoemde personen zijn sleutelfiguren uit de Nederlandse waterstaatshistorie:
* Ir. C. Biemond: Directeur van de Amsterdamse Waterleidingen, bekend van de 'Nota Biemond' die de basis legde voor de drinkwatervoorziening uit de Rijn.
* Professor Thysse: J.Th. Thijsse, een wereldberoemd waterbouwkundige die de berekeningen maakte voor de Afsluitdijk en de polders.
* De Blocq van Kuffeler: Victor de Blocq van Kuffeler, een van de belangrijkste ingenieurs van de Zuiderzeewerken na Cornelis Lely.

De kern van het debat op deze pagina is de zorg dat de nieuwe polders het grondwaterpeil in Amsterdam zodanig zouden verlagen dat de houten paalfunderingen van de historische binnenstad zouden gaan rotten (paalrot). Biemond nuanceert dit door te wijzen op andere oorzaken (koelwater).

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →