Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 107
Dossier 48
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte pagina (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen.

2 november 1940 (volgens handgeschreven aantekening).

Origineel

Getypte pagina (doorslag of origineel) met handgeschreven kanttekeningen. 2 november 1940 (volgens handgeschreven aantekening). [Handgeschreven linksboven:] Wijzigingsblad
[Handgeschreven rechtsboven:] Toespraak met Schagen d.d. 2 Nov '40

-13--

spoorwegverbindingen in alle richtingen, met zijn markten en beurzen, zijn energiebedrijf, zijn export-organisatie, zijn opslagbedrijven, zijn schippersbeurs, waar de tonnage zal worden bevracht voor den afvoer van de producten der polders en met talrijke andere faciliteiten, kan het Amsterdamsche bedrijfsleven met den landbouw der polders vervlochten worden. Juist de veelheid der functies, die Amsterdam kan verrichten, zal de aantrekkingskracht van de stad vergrooten. De bedrijfsleider, de particulier uit de polders zullen gaarne naar Amsterdam reizen, wanneer zij daar vele zaken op een dag kunnen afdoen. Worden de polders, zooals voor de hand ligt, bij Noordholland gevoegd, dan zal dit hun oriënteering op het Westen, ook op Amsterdam, waar de zetel van de provinciale Kamer van Koophandel gevestigd is, versterken.

Tot dusverre echter is Amsterdam geen eigenlijk agrarisch centrum. Landbouwvoorlichting en landbouwonderwijs worden er gemist. De Rijkslandbouwconsulent voor Noordholland bewesten den Amstel heeft zijn standplaats in Schagen, zijn collega voor het gedeelte der provincie ten Oosten van den Amstel (benevens voor de provincie Utrecht) in Bilthoven. Rijksstuinbouwconsulenten zijn gevestigd in Hoorn en Amstelveen. De Rijkszuivelconsulent heeft Hoorn, de Rijksveeteeltconsulent Alkmaar tot standplaats. Landbouwscholen vindt men in Schagen en Hoofddorp, tuinbouwscholen met schoolproeftuinen in Aalsmeer en Hoorn; bovendien hebben Grootebroek, Broek op Langendijk en Beverwijk zg. lagere tuinbouwscholen en Spanbroek, Purmerend en Hoorn lagere landbouwscholen. Alkmaar, Purmerend en Schagen hebben ieder een landbouwhuishoudschool; Hoorn een vakschool voor kaasmakers. Voorts heeft Hoorn een Rijkslandbouwproefstation voor het verrichten van onderzoekingen en het leiden en uitvoeren van proefnemingen op het gebied van zuivelbereiding en veevoeding. Ten slotte is sinds enkele jaren te Hoofddorp een provinciaal demonstratiebedrijf voor de fruitteelt gevestigd.

In Amsterdam, dat in de toekomst tusschen twee belangrijke landbouwgebieden, dat van de Haarlemmermeer en de IJpolders ter eene en dat van de Zuidelijke Zuiderzeepolders ter andere zijde gelegen is, en dat voorts door een uitgestrekt melkwinningsgebied is omgeven, terwijl de Sloterpolder ten Westen van de stad vanouds een centrum is van warmoezerij, ontbrak tot dusverre elke officieele landbouwvoorlichting en elke onderwijsinrichting op landbouwgebied. Hoe gunstig de kansen voor een oriënteering van de Zuidelijke Zuiderzeepolders op Amsterdam ook staan, dit gemis zal aan de ontwikkeling van Amsterdam tot maatschappelijk centrum voor de bevolking der nieuwe polders in den weg staan. Er moet naar gestreefd worden door de stichting van een land- en tuinbouwschool en van een land- en tuinbouwproefstation in deze leemte te voorzien; wellicht kan de vestiging van een consulent daarmede gepaard gaan. Door veelzijdig in de behoeften der plattelandsbevolking te voorzien, kan Amsterdam zijn ontwikkeling tot handels- en transportcentrum van het nieuwe landbouwgebied bevorderen.

Intusschen worde er hier melding van gemaakt, dat in den laatsten tijd uit de tuinders op de veengronden een vereeniging is tot stand gekomen, die in den Sloterpolder een proeftuin heeft aangelegd. Aan dezen tuin worden met medewerking van het Rijk een laboratorium en een tuinbouwschool verbonden, terwijl de Rijkstuinbouwconsulent te Amstelveen directeur van deze inrichtingen zal worden.

Er kan geen bepaalde schatting worden gemaakt aangaande het deel van het vervoer der Zuiderzeepolders, dat op Amsterdam gericht zal zijn. Het voorgaande echter bevat aanwijzingen, dat het een aanzienlijk deel zal zijn, vooral wanneer Amsterdam erin slaagt, een veelzijdige outillage als agrarisch centrum te verkrijgen en de vestiging van landbouwindustrieën te bevorderen.

De tegenwoordige scheepvaart door de Oranjesluizen bedraagt, zooals gezegd, ongeveer 7 1/2 millioen ton laadvermogen per jaar. Deze scheepvaart zal toenemen:

1e. door de verbetering van den vaarweg door de Noordelijke provinciën tot een vaarweg, die voor vaartuigen van 1000 ton geschikt zal zijn en in verdere toekomst voor vaartuigen van 2000 ton ingericht kan worden;
2e. door de verdere ontwikkeling van de Wieringermeer, die reeds thans een scheepvaart van ± 700000 ton 's jaars heeft;
3e. door de ontwikkeling van den Noordoostpolder, welks scheepvaart op ongeveer 1750000 ton 's jaars geschat kan worden;
4e. door de ontwikkeling van de Zuidelijke Zuiderzeepolders, waarvoor in het voorgaande een jaarlijksche scheepvaart van ongeveer 5000000 ton berekend werd. * Toon en Stijl: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor beleidsstukken uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het gebruikt de toenmalige spelling (bijv. Amsterdamsche, zooals, tusschen).
* Kernargument: Amsterdam moet investeren in agrarische infrastructuur (onderwijs, onderzoek en voorlichting) om de economische vruchten te plukken van de nieuwe polders (Zuiderzeewerken). De tekst constateert een achterstand ten opzichte van plaatsen als Hoorn en Schagen.
* Economische data: Er worden concrete cijfers genoemd over de verwachte groei van de scheepvaart door de Oranjesluizen, waarbij de "Zuidelijke Zuiderzeepolders" (het huidige Flevoland) de grootste bijdrage zouden leveren (5 miljoen ton).
* Locaties: De tekst geeft een interessant overzicht van de toenmalige spreiding van agrarische expertise in Noord-Holland, met Hoorn als belangrijk kenniscentrum. Dit document dateert van november 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gingen de plannen en discussies over de inrichting van de Zuiderzeepolders en de economische positie van Amsterdam door. De "Zuidelijke Zuiderzeepolders" waarnaar verwezen wordt, betreffen de gebieden die we nu kennen als Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. De tekst weerspiegelt de ambitie van Amsterdam om niet alleen een handels- en industriestad te zijn, maar ook de centrale spil te worden voor de nieuwe landbouwgronden die in de IJsselmeerpolders ontstonden. De genoemde Sloterpolder was destijds nog een belangrijk tuinbouwgebied (warmoezerij), voordat deze na de oorlog zou worden volgebouwd als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP).

Samenvatting

  • Toon en Stijl: Het document is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor beleidsstukken uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het gebruikt de toenmalige spelling (bijv. Amsterdamsche, zooals, tusschen).
  • Kernargument: Amsterdam moet investeren in agrarische infrastructuur (onderwijs, onderzoek en voorlichting) om de economische vruchten te plukken van de nieuwe polders (Zuiderzeewerken). De tekst constateert een achterstand ten opzichte van plaatsen als Hoorn en Schagen.
  • Economische data: Er worden concrete cijfers genoemd over de verwachte groei van de scheepvaart door de Oranjesluizen, waarbij de "Zuidelijke Zuiderzeepolders" (het huidige Flevoland) de grootste bijdrage zouden leveren (5 miljoen ton).
  • Locaties: De tekst geeft een interessant overzicht van de toenmalige spreiding van agrarische expertise in Noord-Holland, met Hoorn als belangrijk kenniscentrum.

Historische Context

Dit document dateert van november 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gingen de plannen en discussies over de inrichting van de Zuiderzeepolders en de economische positie van Amsterdam door. De "Zuidelijke Zuiderzeepolders" waarnaar verwezen wordt, betreffen de gebieden die we nu kennen als Oostelijk en Zuidelijk Flevoland. De tekst weerspiegelt de ambitie van Amsterdam om niet alleen een handels- en industriestad te zijn, maar ook de centrale spil te worden voor de nieuwe landbouwgronden die in de IJsselmeerpolders ontstonden. De genoemde Sloterpolder was destijds nog een belangrijk tuinbouwgebied (warmoezerij), voordat deze na de oorlog zou worden volgebouwd als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP).

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →