Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 106
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen (verslag van een vergadering).

16 december 1941.

Origineel

Notulen (verslag van een vergadering). 16 december 1941. GEMEENTELYKE ZUIDERZEE-
COMMISSIE
AMSTERDAM.

Notulen van de 3e vergadering der Commissie, gehouden op Dinsdag 16 December 1941, des namiddags 2 uur in de vergaderzaal van den Dienst der Publieke Werken, Raadhuis, kamer 202.

Aanwezig met den Voorzitter, den heer Ir.C.J.Neiszen, Wethouder der Publieke Werken, de leden Ir.C.Biemond, L.Boogerd, J.van Hasselt, G.Key Jzn., Dr.W.Lulofs, Ir.L.S.P.Scheffer (Secretaris), C.F.Sixma en B.de Vries, alsmede Jhr.Ir.J.E.van Heemskerck van Beest, Stadsingenieur, Ir.C.J.Tuyn, Hoofdingenieur by den Dienst der Publieke Werken, Dr.G.Th.J.Delfgaauw, Adj.-Secretaris, Dr.J.J.van Soest, Hoofdcommies by het Bureau van Handels- en Industrieële Belangen.
De notulen worden gehouden door den heer J.de Winter, Hoofdcommies by de Afdeeling P.W.

De VOORZITTER opent de vergadering en deelt mede, dat de heer Ir.W.A.de Graaf wegens ziekte verhinderd is, deze vergadering by te wonen en dat in diens plaats aanwezig is de heer Van Heemskerck van Beest.

Spreker zegt, dat er een belangryke vertraging is ontstaan in het beleggen van deze 3e vergadering. Er waren nl. omstandigheden buiten den wil der Commissie, welke ertoe hebben geleid, dat van het werkschema, zooals dit in de 2e vergadering was vastgesteld, moest worden afgeweken. Terwijl de Subcommissie voor de Scheepvaartbelangen regelmatig heeft kunnen doorwerken, omdat zij van meer concrete gegevens is kunnen uitgaan, zijn de Subcommissies voor de Agrarische en de Industrieële Belangen al spoedig gestuit op het bezwaar, dat zy over te weinig gegevens beschikten, om het werk te kunnen voortzetten. Er bestond voor deze beide Commissies behoefte aan de noodige voorlichting, waarvoor de Directie der Wieringermeer de aangewezen instantie was. Na een tydroovend overleg met den Directeur der Wieringermeer, den heer Ir.Smeding, bleek deze ten slotte bereid om aan die leden der Commissie, die met het agrarische probleem het meest te maken hebben - dus in een beperkte vergadering - de gewenschte inlichtingen te verstrekken. Ten einde dit zoozeer noodzakelyke overleg niet in gevaar te brengen heeft spreker gemeend alleen de leden der Subcommissie voor de Agrarische Belangen tot deze samenkomst te moeten uitnooodigen, met de bedoeling, dat de notulen, welke van die bijeenkomst zijn gehouden aan alle leden der Plenocommissie zouden worden toegezonden. Toen de bijeenkomst op 29 Oktober jl. was vastgesteld, bleek de heer Smeding door ziekte verhinderd te zijn. In diens plaats kwam ter vergadering Ir.Van Steen, Hoofdinspecteur van de landbouwkundige afdeeling van de Directie der Wieringermeer, die door den heer Smeding als zijn vervanger was aangewezen.

De bespreking met den heer Van Steen gaf alle aanwezigen de gelegenheid vragen te stellen, welke op duidelyke wyze werden beantwoord, zoodat spreker den indruk heeft behouden, dat deze vergadering verhelderend heeft gewerkt en op den duur zal blyken vruchtdragend te zijn geweest. Intusschen is het voor de Agrarische en Industrieële Commissie nog niet mogelyk thans reeds bepaalde richtlijnen op te stellen en ter kennis van de Directie der Zuiderzeewerken te brengen, omdat nog te weinig omtrent denopzet en de indeeling der polders bekend is. De situatie is thans zoo, dat over de andere belangryke vraagstukken een richtlijnenrapport of een beschouwing is tot stand gekomen, welke spreker zoo spoedig mogelyk, liefst nog vóór Kerstmis aan de Directie der Zuiderzeewerken zou willen toezenden, waartoe spreker de medewerking van den Burgemeester zal inroepen. Spreker acht het van groot belang, dat na de onvermydelyke vertraging van enkele maanden, nu met spoed het noodige contact met de Directie der Zuiderzeewerken zal worden tot stand gebracht, waartoe door het inzenden der diverse ter tafel gebrachte stukken de mogelykheid zal worden geopend.

Spreker stelt vervolgens aan de orde punt 1 der agenda, t.w.: Notulen der 2e plenovergadering, gehouden op 16 Juli 1941.
De notulen worden goedgekeurd en mitsdien ongewyzigd vastgesteld.

  1. Notulen van de bespreking met Ir.Van Steen in de op 29 October 1941 gehouden vergadering der Agrarische Subcommissie.
    Aangezien deze notulen geen aanleiding geven tot opmerkingen worden zy goedgekeurd en mitsdien ongewyzigd vastgesteld. * Taal en spelling: Het document is opgesteld in een ambtelijke stijl met de destijds gangbare spelling (bijv. "belangryke", "tydroovend", "zoozeer"). Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar we nu 'ij' zouden verwachten.
  2. Kernproblematiek: De voortgang van de commissie wordt belemmerd door een gebrek aan data over de inrichting van de nieuwe polders. Er is een duidelijke afhankelijkheid van de Directie der Wieringermeer voor technische en landbouwkundige informatie.
  3. Bestuurlijke context: Er wordt gesproken over een 'Plenocommissie' en diverse 'Subcommissies' (Scheepvaart, Agrarisch, Industrieel), wat duidt op een gestructureerde, sectorale aanpak van de Amsterdamse belangenbehartiging ten aanzien van de Zuiderzeewerken.
  4. Urgentie: De voorzitter spreekt de wens uit om nog voor Kerstmis een richtlijnenrapport te verzenden, wat wijst op een politieke wil om invloed uit te oefenen op de centrale Directie der Zuiderzeewerken. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, kunnen de "omstandigheden buiten den wil der Commissie" indirect verwijzen naar de beperkingen of administratieve vertragingen die de bezetting met zich meebracht.

De Zuiderzeewerken gingen tijdens de eerste oorlogsjaren in beperkte mate door (de Noordoostpolder viel in deze periode droog). Amsterdam had als grote gemeente direct belang bij de nieuwe gronden, de ontsluiting via de scheepvaart en de economische impulsen die de nieuwe polders konden bieden. De commissie fungeerde als adviesorgaan om de Amsterdamse stem te laten horen bij de rijksinstanties die verantwoordelijk waren voor de inpoldering en inrichting van het nieuwe land. De genoemde Ir. Smeding was een sleutelfiguur in de vroege ontwikkeling en ontginning van de IJsselmeerpolders. C.J. Neiszen L.S.P. Scheffer P.W. Publieke Werken Puls

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is opgesteld in een ambtelijke stijl met de destijds gangbare spelling (bijv. "belangryke", "tydroovend", "zoozeer"). Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar we nu 'ij' zouden verwachten.
  • Kernproblematiek: De voortgang van de commissie wordt belemmerd door een gebrek aan data over de inrichting van de nieuwe polders. Er is een duidelijke afhankelijkheid van de Directie der Wieringermeer voor technische en landbouwkundige informatie.
  • Bestuurlijke context: Er wordt gesproken over een 'Plenocommissie' en diverse 'Subcommissies' (Scheepvaart, Agrarisch, Industrieel), wat duidt op een gestructureerde, sectorale aanpak van de Amsterdamse belangenbehartiging ten aanzien van de Zuiderzeewerken.
  • Urgentie: De voorzitter spreekt de wens uit om nog voor Kerstmis een richtlijnenrapport te verzenden, wat wijst op een politieke wil om invloed uit te oefenen op de centrale Directie der Zuiderzeewerken.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, kunnen de "omstandigheden buiten den wil der Commissie" indirect verwijzen naar de beperkingen of administratieve vertragingen die de bezetting met zich meebracht.

De Zuiderzeewerken gingen tijdens de eerste oorlogsjaren in beperkte mate door (de Noordoostpolder viel in deze periode droog). Amsterdam had als grote gemeente direct belang bij de nieuwe gronden, de ontsluiting via de scheepvaart en de economische impulsen die de nieuwe polders konden bieden. De commissie fungeerde als adviesorgaan om de Amsterdamse stem te laten horen bij de rijksinstanties die verantwoordelijk waren voor de inpoldering en inrichting van het nieuwe land. De genoemde Ir. Smeding was een sleutelfiguur in de vroege ontwikkeling en ontginning van de IJsselmeerpolders.

Genoemde Personen 3

Locaties

Vergaderzaal van de Dienst der Publieke Werken Raadhuis Amsterdam kamer 202.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Publieke Werken Puls

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →