Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 111
Dossier 5
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

Ongedateerd (de tabel noemt statistieken uit 1938; vermoedelijk geschreven tussen 1939-1945).

Origineel

Ongedateerd (de tabel noemt statistieken uit 1938; vermoedelijk geschreven tussen 1939-1945). Nota omtrent den vermoedelijken omvang van de toekomstige scheepvaart tusschen de Zuidelijke Zuiderzeepolders en Amsterdam.

Inleiding.
De besprekingen in de subcommissie voor de Scheepvaartbelangen deden de behoefte gevoelen aan een bruikbare schatting van den omvang van het toekomstige vervoer tusschen de Zuidelijke Zuiderzeepolders en Amsterdam, met name voor zoover het de binnenscheepvaart betreft. In deze nota wordt zulk een schatting uitgevoerd. Daarbij worden de volgende punten behandeld:

A. de totale omvang van den aan- en afvoer van goederen in de Zuidelijke polders, gesplitst in:
1e. den totalen omvang van den afvoer,
berekend aan de hand van de te verwachten agrarische productie en van de mate van eigen verbruik in de polders;
2e. den totalen omvang van den aanvoer,
berekend hoofdzakelijk aan de hand van de te verwachten bevolkingsgrootte;
B. de voor dit goederenvervoer benoodigde scheepsruimte, rekening houdend met de te verwachten aandeelen van de scheepvaart en van het vervoer te land, met de vormen der binnenscheepvaart (wilde vaart, beurtvaart, campagnevervoer e.d.) en met de mate van belasting der schepen;
C. de mate, waarin het vervoer zich op Amsterdam en op andere aangrenzende gebieden zal richten.

A 1. De totale omvang van den afvoer van goederen.
De agrarische productie in de nieuwe polders kan met vrij groote nauwkeurigheid geschat worden. Onze landbouwstatistiek geeft veel cijfers omtrent de verbouwde gewassen in de verschillende landbouwgebieden van ons land en omtrent de verkregen opbrengsten per ha; met name de cijfers voor gebieden, zooals de Haarlemmermeer en de Wieringermeer, die in vele opzichten met de toekomstige Zuiderzeepolders overeenkomen, maar ook die voor andere kleibouwstreken kunnen voor ons doel nuttige aanwijzingen geven.

De berekening dient uit te gaan van enkele cijfers omtrent de uitgestrektheid en de bodemgesteldheid van de Zuiderzeepolders; men zie het volgende staatje.

Oppervlakte van de Zuiderzeepolders, onderscheiden naar grondsoorten.

Klei en zware zavel Lichte zavel en kleihoudend zand Kleiarm zand en veen Totale oppervlakte
in ha in % in ha in % in ha in % in ha
Wieringermeer 9000 45 9000 45 2000 10 20000
N.O.polder 28300 60 17800 37 1500 3 47600
Z.W.polder 37500 66 19000 33 750 1 57250
Z.O.polder 89800 96 3100 3 800 1 1) 93700
Totaal 164600 76 48900 22 5050 2 218550

1) Opgave van de Directie van de Wieringermeer.

In het algemeen is de geaardheid van de gronden in de Zuiderzeepolders zeer gunstig. In het bijzonder is dit in de Zuidelijke polders het geval. De bodem bestaat daar overwegend uit kleigronden en zware zavel. Ten einde te bepalen, hoeveel grond voor wegen, nederzettingen enz. moet worden bestemd en hoeveel cultuurgrond beschikbaar zal blijven, werden cijfers verzameld betreffende enkele kleibouwstreken; men vindt ze in het volgende staatje

Indeeling der gronden in enkele kleibouwstreken in 1938

Aard of bestemming van den grond Noordelijke bouwstreek in Groningen Kleibouwstreek in Friesland Hoeksche Waard Zuid-Beveland Wieringermeer Haarlemmermeer
in ha in % in ha in % in ha in % in ha in % in ha in % in ha in %
Bouwland 35504 67,5 20659 33,3 15406 51,7 20833 57,9 14681 73,4 13595 73,2
Grasland 9770 18,5 34688 55,9 8226 27,5 8789 24,4 1706 8,5 2724 14,7
Tuingrond 1596 3 2139 3,5 1191 4 2276 6,3 66 0,3 696 3,7
Cultuurgrond te zamen 46870 89 57486 92,7 24823 83,2 31898 88,6 16453 82,2 17015 91,6
Transporteeren 46870 89,0 57486 92,7 24823 83,2 31898 88,6 16453 82,2 17015 91,6

--- Dit document is een ambtelijke beleidsnota die de logistieke implicaties van de Zuiderzeewerken onderzoekt. De kern van de analyse is een kwantitatieve prognose van de transportbehoefte die zal ontstaan zodra de nieuwe polders in gebruik worden genomen.

De tekst hanteert een strikt methodische aanpak:
1. Doelbepaling: Het schatten van het goederenvervoer via binnenscheepvaart tussen de nieuwe polders en Amsterdam.
2. Variabelen: De transportvraag wordt bepaald door de agrarische productie (afvoer) en de consumptiebehoefte van de nieuwe bevolking (aanvoer).
3. Vergelijking: Om tot betrouwbare schattingen te komen voor gebieden die nog niet bestaan (de Z.W.- en Z.O.-polders), gebruikt de opsteller data van bestaande polders (Wieringermeer, Haarlemmermeer) en traditionele kleibouwgebieden (Groningen, Zeeland).
4. Data-onderbouwing: Er wordt gebruik gemaakt van bodemgesteldheid-statistieken (klei vs. zand) omdat dit direct correleert met het type landbouw (akkerbouw vs. veeteelt) en daarmee met het type en volume van het te vervoeren product.

Opvallend is de vermelding van de Noordoostpolder (N.O.polder), de Zuidwestpolder (Z.W.polder) en de Zuidoostpolder (Z.O.polder). De laatste twee kennen we tegenwoordig als Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. Het document toont aan dat de planning voor de inrichting en de transportverbindingen van deze polders al jaren voor de feitelijke drooglegging zeer gedetailleerd was.

--- Het document moet geplaatst worden in de context van de Zuiderzeewerken, het grootschalige waterbouwkundige project onder leiding van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer.

  • Tijdsbeeld: Hoewel de nota ongedateerd is, wijzen de statistieken uit 1938 erop dat dit een vooroorlogs of vroeg-oorlogs planningsdocument is. De Wieringermeer was reeds droog (1930) en diende als proeftuin. De Noordoostpolder was op dat moment in aanleg (drooggevallen in 1942).
  • Economisch belang: De nieuwe polders werden gezien als cruciaal voor de nationale voedselvoorziening en economische expansie. Amsterdam, als nabijgelegen grote haven en afzetmarkt, moest tijdig zijn infrastructuur (havens, sluizen, kanalen) aanpassen aan de enorme stroom landbouwproducten die verwacht werd.
  • Terminologie: De namen "Z.W.polder" en "Z.O.polder" laten zien dat men destijds nog uitging van de oorspronkelijke plannen van Lely, waarbij de indeling van wat nu Flevoland is nog niet definitief vaststond.
  • Vervoersmodi: De nota weerspiegelt een tijd waarin binnenscheepvaart nog de dominante wijze van massagoederentransport was, hoewel het document ook expliciet vermeldt rekening te houden met "vervoer te land".

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke beleidsnota die de logistieke implicaties van de Zuiderzeewerken onderzoekt. De kern van de analyse is een kwantitatieve prognose van de transportbehoefte die zal ontstaan zodra de nieuwe polders in gebruik worden genomen.

De tekst hanteert een strikt methodische aanpak:
1. Doelbepaling: Het schatten van het goederenvervoer via binnenscheepvaart tussen de nieuwe polders en Amsterdam.
2. Variabelen: De transportvraag wordt bepaald door de agrarische productie (afvoer) en de consumptiebehoefte van de nieuwe bevolking (aanvoer).
3. Vergelijking: Om tot betrouwbare schattingen te komen voor gebieden die nog niet bestaan (de Z.W.- en Z.O.-polders), gebruikt de opsteller data van bestaande polders (Wieringermeer, Haarlemmermeer) en traditionele kleibouwgebieden (Groningen, Zeeland).
4. Data-onderbouwing: Er wordt gebruik gemaakt van bodemgesteldheid-statistieken (klei vs. zand) omdat dit direct correleert met het type landbouw (akkerbouw vs. veeteelt) en daarmee met het type en volume van het te vervoeren product.

Opvallend is de vermelding van de Noordoostpolder (N.O.polder), de Zuidwestpolder (Z.W.polder) en de Zuidoostpolder (Z.O.polder). De laatste twee kennen we tegenwoordig als Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. Het document toont aan dat de planning voor de inrichting en de transportverbindingen van deze polders al jaren voor de feitelijke drooglegging zeer gedetailleerd was.


Historische Context

Het document moet geplaatst worden in de context van de Zuiderzeewerken, het grootschalige waterbouwkundige project onder leiding van de Dienst der Zuiderzeewerken en de Directie van de Wieringermeer.

  • Tijdsbeeld: Hoewel de nota ongedateerd is, wijzen de statistieken uit 1938 erop dat dit een vooroorlogs of vroeg-oorlogs planningsdocument is. De Wieringermeer was reeds droog (1930) en diende als proeftuin. De Noordoostpolder was op dat moment in aanleg (drooggevallen in 1942).
  • Economisch belang: De nieuwe polders werden gezien als cruciaal voor de nationale voedselvoorziening en economische expansie. Amsterdam, als nabijgelegen grote haven en afzetmarkt, moest tijdig zijn infrastructuur (havens, sluizen, kanalen) aanpassen aan de enorme stroom landbouwproducten die verwacht werd.
  • Terminologie: De namen "Z.W.polder" en "Z.O.polder" laten zien dat men destijds nog uitging van de oorspronkelijke plannen van Lely, waarbij de indeling van wat nu Flevoland is nog niet definitief vaststond.
  • Vervoersmodi: De nota weerspiegelt een tijd waarin binnenscheepvaart nog de dominante wijze van massagoederentransport was, hoewel het document ook expliciet vermeldt rekening te houden met "vervoer te land".

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →