Getypte rapportpagina (paginanummer -9-).
Origineel
Getypte rapportpagina (paginanummer -9-). -9-
gaande, voor een groot deel bestaan uit bouwmaterialen (160000 ton) en brandstoffen (70000 ton), die in groote partijen zullen worden verzonden. Dit vervoer zal grootendeels per binnenschip en wel in de wilde vaart, geschieden. Speciale artikelen, zooals hang- en sluitwerk, sanitair e.d. zullen per beurtschip of, vooral wanneer snelle aflevering gewenscht is, per vrachtauto verzonden worden. De kunstmest wordt in den regel verpakt in zakken en vormt in het vervoer zg. massaal stukgoed, dat met het oog op de kosten den waterweg zal volgen. Landbouwwerktuigen, levensmiddelen en huisraad zijn stukgoederen, waarvan een aanzienlijk gedeelte per vrachtauto en het overige per beurtschip zal worden verzonden. De volgende raming lijkt aannemelijk:
| Soort der goederen | Aanvoer per schip | Aanvoer per vrachtauto |
|---|---|---|
| kunstmest | 67500 ton | - |
| landbouwwerktuigen | 2500 " | 2500 ton; |
| levensmiddelen | 35000 " | 35000 " ; |
| brandstoffen | 70000 " | 2900 " ; |
| bouwmaterialen | 150000 " | 10000 " ; |
| huisraad | 17500 " | 17500 " ; |
| totaal | 342500 ton | 67900 ton. |
De aanvoer per schip zou dus vijfmaal zoo groot zijn als die per vrachtauto.
Thans komende tot den afvoer uit de Zuidelijke Zuiderzeepolders, wordt eraan herinnerd, dat deze, zooal niet in den aanvang dan toch bij verdere ontwikkeling van het betrokken gebied op 2 millioen ton 's jaars begroot werd. Sommige producten, zooals suikerbieten, worden dadelijk na den oogst vervoerd, andere gaan naar de boerderij en worden daar hetzij ingekuild (aardappelen), hetzij opgeslagen in de schuur (granen). De aflevering vindt dan gedurende het jaar plaats, naarmate de verkoop voortschrijdt.
Het vervoer van de volumineuze agrarische producten geschiedt grootendeels te water. Zoo voerden de in het jaar 1939 door de Oranjesluizen te Amsterdam in binnenvaartsche richting geschutte schepen o.a. 13000 ton zuivel, 90000 ton tarwe, 75000 ton andere granen, 7000 ton groenten en vruchten, 54000 ton aardappelen, 17500 ton suikerbieten, 10500 ton vlas en 18000 ton stroo, te zamen 285000 ton landbouwproducten, uit de Oostelijke en Noordelijke provinciën aan^1). Bezien wij nu de onderscheidene, in de Zuidelijke polders vermoedelijk te verbouwen, gewassen. Het campagnevervoer van de suikerbieten zal, wanneer de suikerfabricage buiten de polders plaats zal vinden, wel in zijn geheel per schip geschieden^2). Ook het graanvervoer zal grootendeels te water plaats vinden. Vervoer van aardappelen naar de consumptiecentra en van stroo naar de weidestreken zal veelal in kleine partijen per vrachtauto geschieden. Mocht industrieele strooverwerking binnen het poldergebied tot ontwikkeling komen, dan zal de auto vermoedelijk het grootste deel van het vervoer naar de fabrieken verzorgen. Bij den afvoer van andere producten, zooals erwten en boonen, vlas, voederbieten, zal vermoedelijk het binnenschip overwegen en de auto slechts een bescheiden plaats innemen.
In het vorenstaande werd het aandeel van de vrachtauto in den aanvoer geschat op één zesde; bij den afvoer dient het zeker niet hooger gesteld te worden. In beide vervoersrichtingen kan gerekend worden, dat vijfzesde van de te verplaatsen hoeveelheid goederen voor rekening van het binnenschip komt. Dat wil zeggen, dat per binnenschip 350000 ton goederen zouden worden aangevoerd, terwijl, in de veronderstelling, dat geen landbouwindustrieën in de polders zouden ontstaan, de afvoer per binnenschip 1670000 ton goederen zou bedragen. In deze cijfers is dan het vervoer per beurtschip begrepen; in beide richtingen kan het op 100000 ton gesteld worden.
Thans dient de vraag beantwoord te worden, hoe groot het laadvermogen zal zijn van de schepen, die dit vervoer zullen bewerkstelligen. Indertijd zijn door Ir. J.C. Ramaer onderzoekingen verricht omtrent de geldende verhoudingen tusschen laadvermogen en vervoerde lading in de binnenscheepvaart^3). Deze deskundige kwam tot de volgende gemiddelde
1) Statistiek van de scheepvaartbeweging in Nederland over 1939, Tabel III.
2) Mochten daarentegen één of meer suikerfabrieken in den polder worden gesticht, dan zal waarschijnlijk een deel van den aanvoer naar deze fabrieken per as worden bewerkstelligd.
3) Zie zijn op blz. 5 aangehaalde studie. * Economische Planning: De tekst geeft een gedetailleerd inzicht in de logistieke planning van de Zuiderzeepolders (het huidige Flevoland). Er wordt een scherpe afweging gemaakt tussen vervoer over water (voor bulkgoederen zoals bouwmaterialen, brandstoffen en graan) en vervoer over de weg (voor snelle leveringen en kleinere partijen zoals levensmiddelen en huisraad).
* Vervoersmodi: Er wordt onderscheid gemaakt tussen de "wilde vaart" (ongeregeld vervoer), het "beurtschip" (lijndiensten over water) en de "vrachtauto" (transport "per as"). De verhouding tussen schip en auto wordt gesteld op 5:1.
* Data en Ramingen: De auteur baseert zich op vooroorlogse cijfers (1939) om toekomstige stromen te voorspellen. De verwachte afvoer van 2 miljoen ton aan agrarische producten onderstreept de destijds geplande rol van de polders als de "graanschuur" van Nederland. Dit document is hoogstwaarschijnlijk een onderdeel van een technisch-economisch rapport van de Dienst der Zuiderzeewerken. In de periode van de drooglegging van de Zuidelijke polders (Oostelijk Flevoland, drooggevallen in 1957, en Zuidelijk Flevoland, drooggevallen in 1968) was de infrastructuur een cruciaal punt van studie. De genoemde Ir. J.C. Ramaer was een bekende ingenieur bij Rijkswaterstaat die veel publiceerde over scheepvaartstatistieken. De tekst illustreert de overgangsperiode waarin de vrachtwagen aan belang won, maar de binnenvaart nog steeds als de ruggengraat van het zware transport werd gezien.