Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 122
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt verslag / beleidsstuk (typoscript).

Origineel

Getypt verslag / beleidsstuk (typoscript). -12-

Amsterdam als landbouwcentrum onder het oog gezien.

De granen (productie geraamd op 200000 ton) zullen worden verhandeld op de in den polder te stichten graanbeurzen; de leiders der groote bedrijven zullen vermoedelijk geneigd zijn, de Amsterdamsche graanbeurs te bezoeken, waar men het grootste koopersbestand vindt en, in verband met het ontbreken van tusschenschakels, den besten prijs kan maken. In Amsterdam, langs de Zaan, maar ook langs den IJssel (Deventer) vindt men graanmaalderijen en silo's voor den opslag en de industrieele verwerking.

De polders zullen veel stroo opleveren (productie geraamd op 300000 ton). Wellicht zal een deel moeilijk verkoopbaar zijn en voor eigen gebruik dienen. Er zal een groote verkoop zijn naar de weidestreken in Noord- en Zuidholland en in Friesland, waar het stroo dient voor stalvloerbelegging. Een zekere hoeveelheid zal industrieel worden verwerkt. Men vindt in ons land achttien stroocartonfabrieken, alle in Groningen of Drente; de gemiddelde capaciteit bedraagt 30000 ton stroo. Ook kan verwerking plaats vinden tot stroovezelbouwplaat (Groningen) of tot stroo-cellulose en celvezel; in Arnhem bouwt de A.K.U. een fabriek, die in eersten aanleg 35000 ton stroo tot celvezel zal verwerken. Het hangt er nu maar vanaf, waar de fabrieken zullen worden gevestigd, die het stroo van de Zuidelijke polders tot productie-basis hebben.

Voor de suikerbieten (waarvan de oogst in de nieuwe polders op 500000 ton geraamd wordt) geldt hetzelfde. Op het oogenblik worden in ons land jaarlijks ongeveer 1600000 ton verwerkt in twaalf fabrieken; zes van deze fabrieken behooren aan coöperaties, de zes andere aan de Centrale Suiker Maatschappij, die bovendien een raffinaderij heeft in Amsterdam. Twee fabrieken liggen in Groningen, twee in Zeeuwsch-Vlaanderen, vijf in Noordbrabant, twee op de Zuidhollandsche eilanden en één in Noordholland (Halfweg). Voor den aanvoer van de bieten zou Amsterdam heel gunstig liggen. Bovendien is het een uitstekend distributiecentrum voor de suiker en voor de bijproducten, die als veevoeder dienst doen.

De aardappelen uit de Zuidelijke polders (productie op 400000 ton geraamd) zullen voor de consumptie geschikt zijn en vermoedelijk zullen ze, zoowel voor den binnenlandschen afzet als voor den export, over Amsterdam worden verhandeld en vervoerd. Ook voor de tuinbouwproducten, waaronder ooft, zal verkoop op de Centrale Markt te Amsterdam groote voordeelen bieden. Men vindt er een groot koopersbestand en een uitstekende uitrusting voor het vervoer, den opslag en de veiling der producten. Niettemin is het in verband met den geringeren afstand mogelijk, dat aangevoerd zal worden op de veilingen in Drechterland: Avenhorn (bedrag waarvoor geveild in 1938: f. 460.000.-), Blokker (idem f. 320.000.-), Grootebroek (idem f. 1.910.000.-), Hoogkarspel (idem f. 280.000.-), Venhuizen (idem f. 335.000.-) of Zwaag (idem f. 91.000.-).

Melk uit het weidegebied, dat ten Zuiden van Enkhuizen zal ontstaan, kan in verschen toestand per tankauto in Amsterdam worden aangevoerd, als zg. "verre melk". Ook is de stichting van een zuivelfabriek in het nieuwe weidegebied heel goed mogelijk; en voorts kan wellicht de melkproductie zonder bezwaar door de fabrieken op het aangrenzende oude land worden opgenomen.

Tot zoover werd aandacht gewijd aan den aan- en afvoer van afzonderlijke producten. Er valt echter omtrent dit vraagstuk ook iets in het algemeen op te merken. Men dient zich goed rekenschap te geven van den aard der betrekkingen, die tusschen Amsterdam en het nieuwe landbouwgebied zullen onstaan. Het is dan duidelijk, èn uit de uitgestrektheid van de polders èn uit hun eigen, van de omgeving afwijkenden aard, dat zij zich voor de dagelijksche behoeftevoorziening eigen centra zullen scheppen. Van oriënteering op het buiten het eigen gebied gelegen centrum zal alleen sprake zijn, voor zoover het functies betreft, die niet doelmatig in de eigen streek verricht kunnen worden. Dit wil zeggen, dat in het nieuwe gebied de natuurlijke neiging zal ontstaan, betrekkingen aan te knoopen met een groot centrum als Amsterdam, dat organen en instellingen bezit, die zich noch de polders zelf, noch de kleine randsteden op het oude land kunnen permitteeren.

Er is dus een groote kans, dat het maatschappelijk leven van de Zuidelijke Zuiderzeepolders zich op Amsterdam zal orienteeren. Reeds in het voorgaande werd herhaaldelijk gewezen op het vele, dat Amsterdam, doch geen enkele andere in de nabijheid van de Zuidelijke polders gelegen stad kan bieden. Met zijn haven, zijn uitstekende water- en

Schr.P.W.Asd. Dit document vormt een economische verkenning van de impact die de drooglegging van de Zuiderzeepolders (met name de huidige Flevopolder) zal hebben op de stad Amsterdam. De centrale stelling is dat Amsterdam, vanwege haar bestaande infrastructuur (haven, markten, fabrieken) en haar schaal, de aangewezen plek is voor de verwerking en distributie van de enorme landbouwstromen.

Kernpunten:
* Schaalvergroting: Er wordt gesproken over enorme hoeveelheden (tonnen) granen, stro, suikerbieten en aardappelen.
* Industriële verwerking: De nadruk ligt op de bestaande industrie in Amsterdam en omstreken, zoals de suikerraffinaderij van de CSM en de graansilo's aan de Zaan.
* Concurrentie: Er wordt een vergelijking gemaakt met bestaande veilingen in West-Friesland (Drechterland), waarbij de auteur concludeert dat de schaal van Amsterdam voor de nieuwe polders aantrekkelijker zal zijn dan deze kleinere centra.
* Centrumfunctie: De auteur voert een sociologisch argument aan: de polders zullen voor dagelijkse zaken eigen centra ontwikkelen, maar voor hoogwaardige commerciële en maatschappelijke functies is alleen Amsterdam groot genoeg. Dit document is geschreven in de periode dat de plannen voor de Noordoostpolder en de Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) concrete vormen aannamen. De referentie naar de veilingcijfers van 1938 plaatst het stuk waarschijnlijk vlak voor of in het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Het maakt deel uit van de lobby of beleidsvoorbereiding van de gemeente Amsterdam (Publieke Werken) om de stad te positioneren als de 'hoofdstad' van het nieuwe land. Destijds was de gedachte dat de polders vooral een agrarische functie zouden krijgen. De latere ontwikkeling van de polders (met steden als Lelystad en Almere als overloopsteden voor wonen) was in deze fase nog niet de primaire insteek. De genoemde "A.K.U." is de Algemene Kunstzijde Unie, een voorloper van het huidige AkzoNobel.

Samenvatting

Dit document vormt een economische verkenning van de impact die de drooglegging van de Zuiderzeepolders (met name de huidige Flevopolder) zal hebben op de stad Amsterdam. De centrale stelling is dat Amsterdam, vanwege haar bestaande infrastructuur (haven, markten, fabrieken) en haar schaal, de aangewezen plek is voor de verwerking en distributie van de enorme landbouwstromen.

Kernpunten:
* Schaalvergroting: Er wordt gesproken over enorme hoeveelheden (tonnen) granen, stro, suikerbieten en aardappelen.
* Industriële verwerking: De nadruk ligt op de bestaande industrie in Amsterdam en omstreken, zoals de suikerraffinaderij van de CSM en de graansilo's aan de Zaan.
* Concurrentie: Er wordt een vergelijking gemaakt met bestaande veilingen in West-Friesland (Drechterland), waarbij de auteur concludeert dat de schaal van Amsterdam voor de nieuwe polders aantrekkelijker zal zijn dan deze kleinere centra.
* Centrumfunctie: De auteur voert een sociologisch argument aan: de polders zullen voor dagelijkse zaken eigen centra ontwikkelen, maar voor hoogwaardige commerciële en maatschappelijke functies is alleen Amsterdam groot genoeg.

Historische Context

Dit document is geschreven in de periode dat de plannen voor de Noordoostpolder en de Zuidelijke polders (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) concrete vormen aannamen. De referentie naar de veilingcijfers van 1938 plaatst het stuk waarschijnlijk vlak voor of in het begin van de Tweede Wereldoorlog.

Het maakt deel uit van de lobby of beleidsvoorbereiding van de gemeente Amsterdam (Publieke Werken) om de stad te positioneren als de 'hoofdstad' van het nieuwe land. Destijds was de gedachte dat de polders vooral een agrarische functie zouden krijgen. De latere ontwikkeling van de polders (met steden als Lelystad en Almere als overloopsteden voor wonen) was in deze fase nog niet de primaire insteek. De genoemde "A.K.U." is de Algemene Kunstzijde Unie, een voorloper van het huidige AkzoNobel.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →