Getypte rapportpagina (doorslag of origineel op schrijfmachine).
Origineel
Getypte rapportpagina (doorslag of origineel op schrijfmachine). -19-
| Toestand op 31 Dec.1930 | Noordelijke bouwstreek in Groningen | Kleibouwstreek in Friesland | Hoeksche Waard | Zuidbeveland | Wieringermeer |
|---|---|---|---|---|---|
| aantal personen in beroep | 17953 | 24393 | 13306 | 16224 | 1337 |
| gem.gezinssterkte (inwoners/bew.woningen) | 3,94 | 3,79 | 4,18 | 4,20 | 4,89 |
| personen in beroep per gezin | 1,52 | 1,44 | 1,51 | 1,64 | 1,50 |
Uit deze cijfers blijkt, dat men in landbouwstreken kan rekenen met 1,5 persoon-in-beroep per gezin; de 21000 resp. 24300 personen-in-agrarisch-beroep in de Zuidelijke polders zouden derhalve uit 14000 resp. 16200 gezinnen afkomstig zijn. De sterkte van de gezinnen blijkt in de Wieringermeer, ondanks het feit, dat de bevolking hier gemiddeld jonger is dan op het overige platteland, grooter te zijn dan in de andere landbouwstreken; vermoedelijk hangt dit samen met het vooralsnog ontbreken van onvolledige oudere gezinnen en is te verwachten, dat de gezinssterkte op den duur niet boven de normale op het platteland zal uitgaan. Bij een gemiddelde van 4,2 personen per gezin zou de landbouwende bevolking in de Zuidelijke polders bestaan uit 58800 resp. 68000 personen.
Blijft thans nog te bepalen de grootte van de niet-agrarische bevolking. In het bovenstaande, op blz. 15, bleek, dat deze in bestaande landbouwstreken vrijwel de helft van de geheele bevolking vormt. In de Wieringermeer is deze verhouding bij lange na niet bereikt, op 1 Januari 1940 oefenden op een totale beroepsbevolking van 1337 personen er slechts 455 of 34% een niet-agrarisch beroep uit. Bij de beoordeeling van dit cijfer mag niet uit het oog worden verloren, dat de vestiging van middenstandsbedrijven e.d. in de Wieringermeer in hooge mate geordend is en dat vermoedelijk een heel andere verhouding zou zijn ontstaan, indien men de ontwikkeling vrij had gelaten. Voor de toekomst der Zuiderzeepolders echter moet worden aangenomen, dat de vestiging van bedrijven er niet door andere regelen zal worden beheerscht dan in het overige land. Mag het al waar zijn, dat het oude land veel dwergbedrijfjes kent, waarin amper een behoorlijk bestaan kan worden verkregen, dan moet toch worden aangenomen, dat het op den duur in de Zuiderzeepolders niet anders zal zijn. Te meer is er reden voor deze veronderstelling, omdat juist de jeugd van de eerste kolonisatie-bevolking een aanvankelijk sterke natuurlijke bevolkingstoename en dus te zijner tijd een krachtiger druk op de bestaansmiddelen doet verwachten¹). Wij nemen daarom aan, dat uiteindelijk de agrarische bevolking in de Zuiderzeepolders niet meer dan de helft van de totale bevolking zal vormen en kunnen dan als uitkomst van de tweede wijze van berekening der toekomstige bevolking van de Zuidelijke polders vaststellen, dat deze ten minste 117600 en ten hoogste 136000 personen zal bedragen.
Hiermede is de berekening van de toekomstige bevolking der Zuidelijke polders volgens tweeërlei methode tot een einde gebracht. Hier volgt een vergelijking van de uitkomsten.
1) Zie Godefroy t.a.p. blz. 9-11. Het geboortecijfer in de Wieringermeer bedroeg in 1938 35,4 en in 1939 36,3 per 1000 inwoners, tegenover resp. 22,8 en 22,5 in de geheele groep der gemeenten met minder dan 5000 inwoners. Dit document is een statistische onderbouwing voor de ruimtelijke ordening en sociaaleconomische planning van de IJsselmeerpolders. De kernpunten zijn:
- Demografische Vergelijking: De auteur gebruikt gegevens uit 1930 van traditionele landbouwgebieden (Groningen, Friesland, Hoeksche Waard, Zuid-Beveland) als benchmark voor de nieuwe polders.
- Gezinssterkte: Het valt op dat de gezinnen in de Wieringermeer (de eerste drooggelegde polder) groter zijn (4,89) dan elders. Dit wordt verklaard door de "pionierspopulatie": jonge gezinnen en het ontbreken van ouderen/alleenstaanden.
- Beroepsstructuur: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de agrarische en niet-agrarische bevolking (middenstand, diensten). In de Wieringermeer was de niet-agrarische sector in 1940 nog relatief klein (34%) door strikte overheidssturing, maar voor de toekomstige "Zuidelijke Polders" (het huidige Flevoland) verwacht men een verhouding van 50/50, vergelijkbaar met het "oude land".
- Prognose: Op basis van de berekening komt men tot een verwachte populatie van circa 117.000 tot 136.000 inwoners voor de nieuwe polders.
- Geboortecijfers: De voetnoot bevestigt de enorme bevolkingsgroei in de nieuwe polders; het geboortecijfer lag daar bijna 60% hoger dan in vergelijkbare plattelandsgemeenten op het oude land. De tekst is zeer waarschijnlijk afkomstig uit een rapport van de Directie van de Wieringermeer (de voorloper van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders - RIJP). In deze periode (tijdens de vroege jaren van de Tweede Wereldoorlog) werd er, ondanks de bezetting, hard gewerkt aan de plannen voor de Noordoostpolder en de latere Zuidelijke polders.
De genoemde "Godefroy" in de voetnoot verwijst naar de socioloog/demograaf dr. J. Godefroy, die destijds veel publiceerde over de bevolkingsleer in de nieuwe polders. Het document illustreert de toenmalige visie op de polders als een 'maakbare samenleving', waarbij elk detail van de toekomstige bevolkingsopbouw vooraf werd gecalculeerd om economische stabiliteit te garanderen.