Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 130
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte pagina uit een rapport of nota (pagina -20-).

September 1942.

Origineel

Getypte pagina uit een rapport of nota (pagina -20-). September 1942. -20-

Volgens: bedraagt de bevolking
ten minste ten hoogste
methode I 140000 186000
methode II 117600 136000

Op grond van deze cijfers lijkt ons een schatting van de toekomstige bevolking op ongeveer 140000 zielen het meest voor de hand te liggen. Volgens de eerste methode komt dit cijfer neer op een vergelijking met de Groningsche kleibouwstreek, die met haar groote landbouwbedrijven en haar zuiver agrarisch karakter inderdaad veel overeenkomst met de Zuiderzeepolders zal vertoonen. En in de tweede methode berust een cijfer van 140000 zielen op een bouwplan, waarin naast den graanbouw, die in de eerste kolonisatieperiode zal overwegen, ook de teelt van hakvruchten een ruime plaats inneemt. Daarom wordt in de nota aangenomen, dat de toekomstige bevolking der Zuidelijke polders 140000 zielen zal bedragen.
dG


September 1942.

Schr.P.W.Asd. Dit document is een fragment van een planologische of demografische nota betreffende de inrichting van de IJsselmeerpolders (hier aangeduid als Zuiderzeepolders of Zuidelijke polders). Er worden twee rekenmethodes gepresenteerd om de toekomstige bevolkingsomvang te bepalen:

  1. Methode I: Gebaseerd op analogie met bestaande landbouwgebieden, specifiek de Groningse kleibouwstreek. Vanwege de overeenkomsten in bedrijfsgrootte en het agrarische karakter wordt dit als een goede referentie gezien.
  2. Methode II: Gebaseerd op concrete bouwplannen en het type landbouw (vruchtwisseling). Men houdt hierbij rekening met een verschuiving van graanbouw in de beginfase naar meer arbeidsintensieve teelten zoals hakvruchten (bijv. suikerbieten of aardappelen).

De auteur concludeert dat een aantal van 140.000 inwoners ("zielen") een realistische aanname is voor de toekomstige bevolking van de polders. De schrijfstijl is zakelijk en typerend voor de ambtelijke taal van die periode. Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging de planning en de uitvoering van de Zuiderzeewerken door. De Noordoostpolder was in 1942 net drooggevallen en men was volop bezig met de ontginning en de voorbereiding voor de daaropvolgende "Zuidelijke polders" (het huidige Flevoland: Oostelijk en Zuidelijk Flevoland).

De referentie "Schr.P.W.Asd." suggereert een betrokkenheid van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken. Amsterdam had groot belang bij de polders, niet alleen voor voedselvoorziening maar ook voor eventuele stadsuitbreiding of recreatie. De gebruikte vergelijking met de Groningse kleistreken was destijds een standaardmethode in de landbouwplanologie om de sociaaleconomische draagkracht van nieuw land te berekenen. De schatting van 140.000 zielen laat zien dat men de polders primair voorzag als een grootschalig agrarisch gebied met bijbehorende verzorgingsdorpen en kleine steden.

Samenvatting

Dit document is een fragment van een planologische of demografische nota betreffende de inrichting van de IJsselmeerpolders (hier aangeduid als Zuiderzeepolders of Zuidelijke polders). Er worden twee rekenmethodes gepresenteerd om de toekomstige bevolkingsomvang te bepalen:

  1. Methode I: Gebaseerd op analogie met bestaande landbouwgebieden, specifiek de Groningse kleibouwstreek. Vanwege de overeenkomsten in bedrijfsgrootte en het agrarische karakter wordt dit als een goede referentie gezien.
  2. Methode II: Gebaseerd op concrete bouwplannen en het type landbouw (vruchtwisseling). Men houdt hierbij rekening met een verschuiving van graanbouw in de beginfase naar meer arbeidsintensieve teelten zoals hakvruchten (bijv. suikerbieten of aardappelen).

De auteur concludeert dat een aantal van 140.000 inwoners ("zielen") een realistische aanname is voor de toekomstige bevolking van de polders. De schrijfstijl is zakelijk en typerend voor de ambtelijke taal van die periode.

Historische Context

Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging de planning en de uitvoering van de Zuiderzeewerken door. De Noordoostpolder was in 1942 net drooggevallen en men was volop bezig met de ontginning en de voorbereiding voor de daaropvolgende "Zuidelijke polders" (het huidige Flevoland: Oostelijk en Zuidelijk Flevoland).

De referentie "Schr.P.W.Asd." suggereert een betrokkenheid van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken. Amsterdam had groot belang bij de polders, niet alleen voor voedselvoorziening maar ook voor eventuele stadsuitbreiding of recreatie. De gebruikte vergelijking met de Groningse kleistreken was destijds een standaardmethode in de landbouwplanologie om de sociaaleconomische draagkracht van nieuw land te berekenen. De schatting van 140.000 zielen laat zien dat men de polders primair voorzag als een grootschalig agrarisch gebied met bijbehorende verzorgingsdorpen en kleine steden.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →