Getypte pagina uit een rapport of nota (pagina -20-).
Origineel
Getypte pagina uit een rapport of nota (pagina -20-). September 1942. -20-
| Volgens: | bedraagt de bevolking | |
|---|---|---|
| ten minste | ten hoogste | |
| methode I | 140000 | 186000 |
| methode II | 117600 | 136000 |
Op grond van deze cijfers lijkt ons een schatting van de toekomstige bevolking op ongeveer 140000 zielen het meest voor de hand te liggen. Volgens de eerste methode komt dit cijfer neer op een vergelijking met de Groningsche kleibouwstreek, die met haar groote landbouwbedrijven en haar zuiver agrarisch karakter inderdaad veel overeenkomst met de Zuiderzeepolders zal vertoonen. En in de tweede methode berust een cijfer van 140000 zielen op een bouwplan, waarin naast den graanbouw, die in de eerste kolonisatieperiode zal overwegen, ook de teelt van hakvruchten een ruime plaats inneemt. Daarom wordt in de nota aangenomen, dat de toekomstige bevolking der Zuidelijke polders 140000 zielen zal bedragen.
dG
September 1942.
Schr.P.W.Asd. Dit document is een fragment van een planologische of demografische nota betreffende de inrichting van de IJsselmeerpolders (hier aangeduid als Zuiderzeepolders of Zuidelijke polders). Er worden twee rekenmethodes gepresenteerd om de toekomstige bevolkingsomvang te bepalen:
- Methode I: Gebaseerd op analogie met bestaande landbouwgebieden, specifiek de Groningse kleibouwstreek. Vanwege de overeenkomsten in bedrijfsgrootte en het agrarische karakter wordt dit als een goede referentie gezien.
- Methode II: Gebaseerd op concrete bouwplannen en het type landbouw (vruchtwisseling). Men houdt hierbij rekening met een verschuiving van graanbouw in de beginfase naar meer arbeidsintensieve teelten zoals hakvruchten (bijv. suikerbieten of aardappelen).
De auteur concludeert dat een aantal van 140.000 inwoners ("zielen") een realistische aanname is voor de toekomstige bevolking van de polders. De schrijfstijl is zakelijk en typerend voor de ambtelijke taal van die periode. Het document dateert uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging de planning en de uitvoering van de Zuiderzeewerken door. De Noordoostpolder was in 1942 net drooggevallen en men was volop bezig met de ontginning en de voorbereiding voor de daaropvolgende "Zuidelijke polders" (het huidige Flevoland: Oostelijk en Zuidelijk Flevoland).
De referentie "Schr.P.W.Asd." suggereert een betrokkenheid van de Amsterdamse Dienst der Publieke Werken. Amsterdam had groot belang bij de polders, niet alleen voor voedselvoorziening maar ook voor eventuele stadsuitbreiding of recreatie. De gebruikte vergelijking met de Groningse kleistreken was destijds een standaardmethode in de landbouwplanologie om de sociaaleconomische draagkracht van nieuw land te berekenen. De schatting van 140.000 zielen laat zien dat men de polders primair voorzag als een grootschalig agrarisch gebied met bijbehorende verzorgingsdorpen en kleine steden.