Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 161
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen (verslag van een vergadering).

30 september 1942.

Origineel

Notulen (verslag van een vergadering). 30 september 1942. GEMEENTELIJKE ZUIDERZEE COMMISSIE
AMSTERDAM.

Notulen van de 4e vergadering der Commissie, gehouden op Woensdag 30 September 1942 te 14 uur, in de vergaderkamer van den Dienst der Publieke Werken, Gemeentehuis, kamer 202.

Aanwezig met den waarnemenden Voorzitter, de heer Mr. Dr. F.P. Guépin, waarnemend Wethouder voor de Publieke Werken, de leden: L. Boogerd, Ir. W.A. de Graaf, J. van Hasselt, G. Key Jzn., Dr. W. Lulofs, Ir. L.S.P. Scheffer (secretaris), C.F. Sixma en B. de Vries, alsmede Jhr. Ir. J.E. van Heemskerck van Beest, Stadsingenieur bij den Dienst der Publieke Werken, Ir. C.J. Tuyn, Hoofdingenieur bij den Dienst der Publieke Werken, Dr. G. Th. J. Delfgaauw, adj.-Secretaris en Dr. J.J. van Soest, Hoofdcommies bij het Bureau van Handels- en Industriebelangen.

Afwezig met kennisgeving: Ir. C. Biemond.
De notulen worden gehouden door den heer J. de Winter, Hoofdcommies bij de Publieke Werken.

De VOORZITTER opent de vergadering en herdenkt in een korte rede, welke door de aanwezigen staande wordt aangehoord, den overleden Voorzitter, Ir. C.J. Neiszen. Spreker releveert de groote verdiensten van den overledene en wijst daarbij op de bijzondere gaven van hoofd en hart, waarover de heer Neiszen beschikte. Zijn heengaan beteekent niet alleen een groot verlies voor deze Commissie, maar ook voor het Gemeentebestuur van Amsterdam.
Na deze rede wordt een oogenblik stilte in acht genomen.

Vervolgens stelt spreker aan de orde de notulen van de 3e vergadering der Commissie, gehouden op 16 December 1941.
De SECRETARIS zegt, dat in deze notulen tusschen het laatste woord op blz. 2 en het eerste woord op blz. 3 is weggevallen het woord "tuinbouw". Dit dient daarin alsnog te worden opgenomen.
De notulen worden met inachtneming van bovenstaande aanvulling goedgekeurd en vastgesteld.

Thans wordt aan de orde gesteld de nota omtrent den vermoedelijken omvang van de toekomstige scheepvaart tusschen de Zuidelijke Zuiderzeepolders en Amsterdam.
De VOORZITTER brengt allereerst hulde aan den samensteller van deze nota, t.w. den adj.-Secretaris, den heer Delfgaauw.
In deze nota komt de samensteller tot de conclusie, dat de ontwikkeling van de Zuidelijke polders met zich zal brengen een toeneming van de scheepvaart op Amsterdam van rond 5 millioen ton 's jaars. Dit beteekent, dat het verkeer door de Oranjesluizen tot het einde der ontginningsperiode van de Zuidelijke polders dus in ongeveer 50 jaren, tot 12½ millioen ton laadvermogen zal stijgen.
Voorts geeft de nota pok [sic] antwoord op vragen, die in vergaderingen van de Agrarische Subcommissie en de Industriële Subcommissie zijn gesteld.

De heer BOOGERD wijst erop, dat de nota een uitvloeisel is van besprekingen, die in de Subcommissie voor de Scheepvaartbelangen zijn gehouden. De inhoud der nota is echter zoodanig geworden, dat de overleden Voorzitter der Plenocommissie het gewenscht achtte, haar niet alleen aan de orde te stellen in de Subcommissie voor de Scheepvaartbelangen, maar haar ter bespreking te brengen in de Plenocommissie, waarin de leden van de Agrarische Subcommissie en de Industriële Subcommissie mede zijn vertegenwoordigd.
Gaat de Plenocommissie met den inhoud van deze nota accoord, dan zou het stuk kunnen worden doorgezonden naar den Burgemeester met verzoek, de nota onder de aandacht te willen brengen van de Directie van de Zuiderzeewerken.

Spreker vraagt, hoe de samensteller is gekomen aan een melkproductie van ongeveer 40.000 ton op 10.000 ha grasland.
De heer DELFGAAUW antwoordt, dat er in Nederland in exploitatie zijn 1.300.000 ha weiland met 1.500.000 melkkoeien. Een koe levert volgens de bestaande gegevens 3.600 l melk per jaar. Dit wil dus zeggen, dat de melkproductie per ha komt op ongeveer 4 ton per jaar.

De heer BOOGERD zegt verder, dat de nota uitgaat van de gedachte, dat de sluizen te Schellingwoude zullen blijven. Spreker herinnert er evenwel aan, dat de Directie van de Zuiderzeewerken in studie heeft genomen een verplaatsing van deze sluizen naar de Westelijke uitmonding van het middenkanaal. Mocht men op grond van deze studie tot de slotsom komen, dat het gewenscht is, de sluizen op laatstgenoemde plaats te bouwen, dan zal dit tot gevolg hebben, dat het gedeelte van de scheepvaart van Amsterdam naar de Noordelijke provincies en omgekeerd, dat het kanaal van Edam naar Oosterleek gebruikt, niet door de * Administratieve taal: Het document hanteert de formele spelling van vóór de wijzigingen van 1947 (bijv. "groote", "zoodanig", "millioen").
* Economische ramingen: De nota van Dr. Delfgaauw is een vroeg voorbeeld van kwantitatieve planning voor de polders. De prognose van 12,5 miljoen ton laadvermogen toont de grote economische verwachtingen die Amsterdam had van de drooglegging van de huidige Flevopolder (toen aangeduid als Zuidelijke polders).
* Technisch-Agrarisch: Interessant is de berekening van de melkopbrengst (4 ton per hectare), die werd gebruikt om de transportbehoefte van de toekomstige landbouwgebieden te berekenen.
* Infrastructuur: Er wordt gediscussieerd over de capaciteit en locatie van de Oranjesluizen bij Schellingwoude versus een alternatieve locatie bij het "middenkanaal". Dit document stamt uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging de planning voor de inrichting van de Zuiderzeepolders (het Lely-plan) door de Nederlandse overheidsinstanties gewoon door. De "Gemeentelijke Zuiderzee Commissie" was een adviesorgaan van de gemeente Amsterdam om de belangen van de stad veilig te stellen in de nieuwe ruimtelijke ordening van Nederland.

De genoemde Dr. G.Th.J. Delfgaauw was een bekend econoom die later hoogleraar zou worden; zijn expertise in statistiek en economische geografie is hier duidelijk zichtbaar in de berekeningen over scheepstonnage en landbouwproductie. De vergadering markeert tevens een bestuurlijk overgangsmoment na het overlijden van Ir. Neiszen.

Samenvatting

  • Administratieve taal: Het document hanteert de formele spelling van vóór de wijzigingen van 1947 (bijv. "groote", "zoodanig", "millioen").
  • Economische ramingen: De nota van Dr. Delfgaauw is een vroeg voorbeeld van kwantitatieve planning voor de polders. De prognose van 12,5 miljoen ton laadvermogen toont de grote economische verwachtingen die Amsterdam had van de drooglegging van de huidige Flevopolder (toen aangeduid als Zuidelijke polders).
  • Technisch-Agrarisch: Interessant is de berekening van de melkopbrengst (4 ton per hectare), die werd gebruikt om de transportbehoefte van de toekomstige landbouwgebieden te berekenen.
  • Infrastructuur: Er wordt gediscussieerd over de capaciteit en locatie van de Oranjesluizen bij Schellingwoude versus een alternatieve locatie bij het "middenkanaal".

Historische Context

Dit document stamt uit september 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting ging de planning voor de inrichting van de Zuiderzeepolders (het Lely-plan) door de Nederlandse overheidsinstanties gewoon door. De "Gemeentelijke Zuiderzee Commissie" was een adviesorgaan van de gemeente Amsterdam om de belangen van de stad veilig te stellen in de nieuwe ruimtelijke ordening van Nederland.

De genoemde Dr. G.Th.J. Delfgaauw was een bekend econoom die later hoogleraar zou worden; zijn expertise in statistiek en economische geografie is hier duidelijk zichtbaar in de berekeningen over scheepstonnage en landbouwproductie. De vergadering markeert tevens een bestuurlijk overgangsmoment na het overlijden van Ir. Neiszen.

Locaties

Vergaderkamer van de Dienst der Publieke Werken Gemeentehuis Amsterdam (kamer 202).

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →