Getypt verslag / Notulen van een vergadering (pagina 2).
Origineel
Getypt verslag / Notulen van een vergadering (pagina 2). Onbekend, maar na 1940 (gezien de referentie naar de Duitse weermacht in 1940). Vermoedelijk eind jaren '40. -2-
sluizen behoeft te worden geschut. In verband daarmede acht spreker het gewenscht, dat tevens een schatting wordt gemaakt van het gebruik van het kanaal Edam-Oosterleek.
De heer DELFGAAUW zegt, dat aan het slot van de nota de volgende zin zou kunnen worden toegevoegd: "Indien de sluizen aan de Westelijke uitmonding van het Middenkanaal zouden worden gebouwd, moeten ten aanzien van deze sluizen de genoemde cijfers worden verminderd met die van het verkeer, dat van het kanaal Edam-Oosterleek gebruik zal maken." Spreker acht een schatting van dit verkeer moeilijk.
De VOORZITTER deelt de meening van den heer Boogerd, wat betreft de te verwachten scheepvaart door de sluizen. De nota geeft aan, dat de te verwachten scheepvaart van de Zuidelijke Zuiderzeepolders kan worden gesteld op 5 millioen ton per jaar. Kan nu niet nagegaan worden, zoo vraagt spreker, hoeveel schepen per dag geschut zullen moeten worden en van welke grootte deze schepen wel zullen zijn? Daarbij zal rekening moeten worden gehouden, met het seizoen en de oogsttijden.
De heer DELFGAAUW merkt op, dat men de gemiddelde grootte der schepen kan vinden in de bij de nota overgelegde grafiek. Deze grafiek geeft aan, dat tot 1920 toe schepen werden gebruikt met een gemiddelde tonnage van 100. Na dat jaar is de tonnage geleidelijk opgeloopen en in 1940 bedroeg zij gemiddeld 200 ton per schip.
De heer DE VRIES wijst erop, dat het jaar 1940 geen goede grondslag vormt voor het berekenen van de schepstonnage, daar in dat jaar veel groote rijnaken door de Duitsche weermacht zijn gevorderd voor het vervoer van ertsen.
De heer DE GRAAF vestigt er de aandacht op, dat het voor de ontwerpers van de te Schellingwoude of in het Westelijk uiteinde van het Middenkanaal te bouwen sluizen niet alleen van belang is te weten, hoeveel schepen per dag geschut zullen worden, maar vooral, hoe groot dit aantal zal zijn op de spitsuren, ten einde de schuttijd zoo kort mogelijk te doen zijn. Spreker acht het niet mogelijk, aan de hand van de thans ten dienste staande gegevens hieromtrent een schatting te maken. Wellicht zullen over eenige jaren daaromtrent eenige cijfers kunnen worden gegeven. Zijns inziens zou in de nota een zin kunnen worden ingelascht, waarin tot uitdrukking wordt gebracht, dat het in de bedoeling ligt, over de te verwachten scheepstonnage door de sluizen t.z.t. een nadere schatting te maken. Zooals de heer Boogerd reeds terecht heeft opgemerkt, zal, wanneer de sluizen te Schellingwoude verplaatst worden naar het Westelijk uiteinde van het Middenkanaal, het gedeelte van de scheepvaart op Amsterdam, die de route neemt door het kanaal van Edam naar Oosterleek de sluizen niet passeeren. In de nadere nota over de te verwachten scheepstonnage door de sluizen zal met deze mogelijkheid rekening moeten worden gehouden.
De VOORZITTER vraagt zich af, of het te verwachten vervoer niet geschat kan worden aan de hand van cijfers van andere streken, waarmede de Zuidelijke polders vergelijkbaar zijn.
De heer DELFGAAUW zegt te zullen nagaan, of hieromtrent iets te vinden is bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.
De heer DE GRAAF stelt voor om de resultaten van het nader onderzoek van de heer DELFGAAUW in een 2e nota vast te leggen.
De heer SIXMA wijst erop, dat de vervoerscijfers een belangrijke wijziging zullen ondergaan, wanneer in de polders graansilo's, suikerfabrieken en opslagplaatsen voor aardappelen worden gebouwd. In dat geval zal een gedeelte van de producten in de polders zelf verwerkt worden, terwijl het vervoer van de opgeslagen producten, gelijkmatiger over de verschillende maanden zal worden verdeeld. Spreker neemt aan dat de te verbouwen aardappelen consumptie-aardappelen zullen zijn en geen fabrieksaardappelen, zoodat er geen aardappelmeelfabrieken in de polders zullen verrijzen.
De heer BOOGERD zou gaarne vernemen, of de agrarische en de industriële deskundigen in deze Commissie met den inhoud van de nota accoord gaan.
De heeren SIXMA en LULOFS antwoorden daarop, dat zij zich met de nota kunnen vereenigen.
De heer DE GRAAF geeft in overweging in den begeleidenden brief van den Burgemeester aan de Directie van de Zuiderzeewerken duidelijk te maken, waarom in de nota zoo diep moest worden ingegaan op de agrarische kwestie, nu het nog wel 15 jaar kan duren, voordat de grond in exploitatie wordt gebracht.
De VOORZITTER acht het gewenscht, dat in de nota tot uitdrukking wordt gebracht, dat op de conclusies omtrent de te verwachten scheepvaart nog nader zal worden teruggekomen.
Schr.P.W.Asd. * Taalgebruik: Het document is geschreven in de destijds gangbare formele spelling (bijv. 'gewenscht', 'meening', 'Duitsche', 'honderd').
* Kernvraag: De discussie draait om de infrastructurele planning van sluizen (Schellingwoude vs. Middenkanaal) en de noodzakelijke capaciteit daarvan. Men probeert toekomstige economische activiteit te voorspellen in een gebied dat nog niet volledig in gebruik is (de Zuidelijke polders).
* Interessant detail: De heer De Vries merkt op dat statistieken uit 1940 onbetrouwbaar zijn vanwege de vordering van schepen door de Duitse bezetter.
* Logistiek perspectief: Er is een diepgaand inzicht in hoe agro-industriële ontwikkelingen (zoals de bouw van eigen fabrieken of silo's in de polder) de verkeersstromen over water kunnen beïnvloeden en spreiden. Dit document maakt deel uit van de besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken. Na de drooglegging van de polders (zoals de Noordoostpolder en later de Flevopolders) moest de waterstaatkundige infrastructuur, waaronder kanalen en sluizen bij Amsterdam en Noord-Holland, worden aangepast aan de nieuwe economische realiteit. De discussie over de "agrarische kwestie" en het feit dat het nog "15 jaar kan duren" voordat de grond in exploitatie wordt gebracht, suggereert dat men hier praat over de planning van wat later Oostelijk- of Zuidelijk Flevoland zou worden. De afkorting "Schr.P.W.Asd." duidt zeer waarschijnlijk op de Secretarie Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. De Vries (De heer) P.W. Asd Gemeente Amsterdam Publieke Werken