Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 163
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering (pagina 3). -- 3 --

De SECRETARIS wijst erop, dat het nog wel heellang kan duren, voordat een beslissing wordt genomen over de plaats van de te bouwen sluizen, daar het in de bedoeling ligt van de Directie van de Zuiderzeewerken eerst den Zuidwestelijken polder te maken. Eerst wanneer tot de inpoldering van het Zuidoostelijke deel van het IJsselmeer worden besloten, zal men vermoedelijk tot het bouwen van de sluizen moeten overgaan.

De heer DE GRAAF acht het niet mogelijk, thans reeds aan te geven, hoe groot die sluizen zullen moeten zijn, terwijl ook op de vraag, hoe groot het aantal schepen per dag of per uur zal zijn, dat door die sluizen moet worden geschut, geen antwoord kan worden gegeven.

De heer LULOFS daarentegen meent, dat het wel mogelijk is, aan de hand van berekeningen, welke steunen op gegevens van elders, te komen tot een schatting van het aantal schepen per dag en misschien ook wel op de spitsuren, dat in de sluizen zal worden geschut.

De heer DE VRIES zegt, dat de sluizen te Schellingwoude nog wel 5 millioen ton scheepsruimte per jaar kunnen verwerken. Spreker vraagt, of de in de polders verbouwde suikerbieten naar Amsterdam zullen gaan, dan wel dat zij in de polders zelf verwerkt zullen worden. Reeds thans gaan groote hoeveelheden suikerbieten uit de Noordelijke provincies naar de suikerfabriek te Halfweg. Ook moet nog onder de oogen worden gezien de mogelijkheid van de stichting van aardappelmeelfabrieken in de polders.

De heer SIXMA meent, dat daarop niet veel kans bestaat, daar de grond te goed zal zijn voor den verbouw van fabrieksaardappelen. Deze worden veelal geteeld op zand- en veengronden.

De SECRETARIS wijst erop, dat bij het samenstellen van de nota is uitgegaan van bepaalde teeltplannen. In overleg met wijlen den Heer Neiszen is het concept-rapport ondershands aan Ir. Van Steen voorgelegd. Deze heeft slechts eenige kleine opmerkingen gemaakt, zoodat aangenomen mag worden, dat hij met den inhoud van de nota accoord gaat. Aangezien de nota zal worden doorgezonden aan de Directie van de Zuiderzeewerken komt het spreker gewenscht voor, om het tweede gedeelte van den laatsten zin van de derde alinea op blz. 5, luidende: "Er worde hier volstaan met op deze facoren te wijzen; over de mate van waarschijnlijkheid van zulke industriëele vestiging zal de Commissie zich bij een andere gelegenheid moeten uitspreken" te laten vervallen. Het hiervermelde is slechts bestemd voor intern gebruik en behoeft niet ter kennis te worden gebracht aan de Directie der Zuiderzeecommissie.

De raming van de benoodigde hoeveelheden bouwmateriaal voor de middenstandsbedrijven, openbare gebouwen, openbare werken, op bladz. 7 der nota, waarvoor is aangenomen de helft der bouwkosten van woningen en boerderijen en dat derhalve geschat is op 2.593.500 ton, berust op lossen grond. In verband daarmede acht spreker net gewenscht in den begeleidenden brief aan de Directie van de Zuiderzeewerken en de Directie van den Wieringermeer te vragen, of deze wellicht in staat zijn, hieromtrent meer gegevens te verschaffen, daar de Commissie hierover niet beschikt.

De heer VAN HASSELT herinnert aan de nota, houdende beschouwingen in zake de scheepvaartbelangen, welke voor Amsterdam betrokken zijn bij het tot stand komen van de Zuidelijke polders, en welke nota door den Burgemeester is toegezonden aan de Directie van de Zuiderzeewerken. In deze nota wordt gevraagd het kanaal van Edam naar Oosterleek geschikt te maken voor 1000-tons schepen. De hier thans in behandeling zijnde nota steunt deze gedachte, zoodat het z.i. gewenscht is, daarop te gelegener tijd te wijzen.

De heer SIXMA vestigt de aandacht op het vermelde in de nota, nl. dat Amsterdam tot dusver eigenlijk geen agrarisch centrum is. Hij deelt daarbij mede, dat inmiddels uit de hier ter stede gevestigde tuinders een vereeniging is tot stand gekomen, welke in den Sloterpolder een proeftuin heeft aangelegd. Aan dezen tuin wordt met medewerking van het Rijk een laboratorium en een tuinbouwschool verbonden, terwijl de Rijkstuinbouwconsulent te Amstelveen directeur van deze inrichtingen zal worden. Wellicht verdient het aanbeveling, hiervan in de nota nog gewag te maken.

De VOORZITTER deelt mede, dat het gemis aan landbouwonderwijs hier ter stede reeds onder de aandacht is gebracht van den Wethouder voor het Onderwijs. Op dit punt zal Amsterdam diligent moeten blijven. * Taal en spelling: Het document is geschreven in de oude spelling (zoals "groote", "aanbeveiling", "zoo", "den"). Opvallend is de typefout "facoren" (factoren) in het citaat halverwege de pagina.
* Inhoudelijke kern: De discussie draait om de logistieke en economische inrichting van de nieuw aan te leggen Zuiderzeepolders (met name de Zuidwestelijke en Zuidoostelijke polders). Er is onzekerheid over de noodzakelijke capaciteit van sluizen en de mate waarin industrie (suiker, aardappelmeel) zich in de polders zal vestigen versus transport naar bestaande centra zoals Amsterdam en Halfweg.
* Bestuurlijke context: Er is sprake van afstemming tussen verschillende instanties: de Directie van de Zuiderzeewerken, de Directie van de Wieringermeer en de gemeente Amsterdam (Burgemeester en Wethouder). Er wordt getracht om door middel van een "nota" invloed uit te oefenen op de plannen van het Rijk.
* Landbouwontwikkeling: Een interessant detail is de vermelding van de proeftuin in de Sloterpolder en de wens om Amsterdam meer als agrarisch centrum (via tuinbouw en onderwijs) op de kaart te zetten. Dit document maakt deel uit van de uitgebreide besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken, het gigantische waterbouwkundige project dat na de Watersnood van 1916 en de wet van 1918 van start ging onder leiding van Cornelis Lely.

De discussie op deze pagina weerspiegelt de periode waarin de eerste polders (Wieringermeer) net gereed waren of in ontwikkeling, en men vooruitkeek naar de grotere "Zuidelijke polders" (de huidige Flevopolder). Amsterdam was zeer bezorgd over de bereikbaarheid per schip en de economische aansluiting op het nieuwe land. De "sluizen te Schellingwoude" (de Oranjesluizen) vormden daarbij een cruciaal knooppunt voor de verbinding tussen het IJsselmeer en de haven van Amsterdam. De genoemde Sloterpolder was destijds nog grotendeels landelijk gebied; tegenwoordig is dit de locatie van de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden. De Secretaris de heer De Graaf de heer Lulofs de heer De Vries de heer Sixma Ir. Van Steen wijlen de heer Neiszen de heer Van Hasselt de Voorzitter.

Samenvatting

  • Taal en spelling: Het document is geschreven in de oude spelling (zoals "groote", "aanbeveiling", "zoo", "den"). Opvallend is de typefout "facoren" (factoren) in het citaat halverwege de pagina.
  • Inhoudelijke kern: De discussie draait om de logistieke en economische inrichting van de nieuw aan te leggen Zuiderzeepolders (met name de Zuidwestelijke en Zuidoostelijke polders). Er is onzekerheid over de noodzakelijke capaciteit van sluizen en de mate waarin industrie (suiker, aardappelmeel) zich in de polders zal vestigen versus transport naar bestaande centra zoals Amsterdam en Halfweg.
  • Bestuurlijke context: Er is sprake van afstemming tussen verschillende instanties: de Directie van de Zuiderzeewerken, de Directie van de Wieringermeer en de gemeente Amsterdam (Burgemeester en Wethouder). Er wordt getracht om door middel van een "nota" invloed uit te oefenen op de plannen van het Rijk.
  • Landbouwontwikkeling: Een interessant detail is de vermelding van de proeftuin in de Sloterpolder en de wens om Amsterdam meer als agrarisch centrum (via tuinbouw en onderwijs) op de kaart te zetten.

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de uitgebreide besluitvorming rondom de Zuiderzeewerken, het gigantische waterbouwkundige project dat na de Watersnood van 1916 en de wet van 1918 van start ging onder leiding van Cornelis Lely.

De discussie op deze pagina weerspiegelt de periode waarin de eerste polders (Wieringermeer) net gereed waren of in ontwikkeling, en men vooruitkeek naar de grotere "Zuidelijke polders" (de huidige Flevopolder). Amsterdam was zeer bezorgd over de bereikbaarheid per schip en de economische aansluiting op het nieuwe land. De "sluizen te Schellingwoude" (de Oranjesluizen) vormden daarbij een cruciaal knooppunt voor de verbinding tussen het IJsselmeer en de haven van Amsterdam. De genoemde Sloterpolder was destijds nog grotendeels landelijk gebied; tegenwoordig is dit de locatie van de Amsterdamse Westelijke Tuinsteden.

Genoemde Personen 9

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →