Notulen/verslag van een vergadering of bespreking.
Origineel
Notulen/verslag van een vergadering of bespreking. -7-
De VOORZITTER maakt uit de gevoerde discussie op, dat er weinig kans bestaat, dat zich hier in Amsterdam fabrieken zullen gaan vestigen, met uitzondering misschien van suikerfabrieken. Spreker vraagt, met het oog op het gebruik van landbouwwerktuigen, of de in de polders op te richten kleine bedrijven daarmede niet gecombineerd kunnen werken.
De heer VAN STEEN zegt, dat deze wijze van werken hier te lande nog niet veel wordt toegepast, zulks in tegenstelling met Rusland, waar thans veel collectieve bedrijven zijn.
De heer HOOY merkt op, dat deze wijze van werken wel zou gaan met dorschmachines, doch spreker vreest moeilykheden by het gebruik van bv. maaimachines, daar de boeren deze machines ter zelfder tyd noodig hebben.
De heer VAN STEEN wyst erop, dat in de Wieringermeer op de Staatslandbouwbedryven voor 12 kleine boerderyen slechts enkele maaimachines beschikbaar zyn. Van moeilykheden hierby als door den heer Hooy bedoeld, heeft spreker niet gehoord.
Wat de zuivelproductie onder punt E betreft, merkt spreker op, dat de veeteeltbedryven te ver van Amsterdam verwyderd zullen liggen, zoodat de zuivelproducten wel niet in Amsterdam verwerkt zullen worden.
De heer LULOFS vestigt er de aandacht op, dat Amsterdam een groote afneemster is van consumptiemelk.
De heer VAN STEEN zegt, dat deze melk dan naar Amsterdam vervoerd zou moeten worden met tankwagens, hetgeen z.i. wel mogelyk is, daar er verleden jaar zelfs melk uit Friesland per tankwagen werd getransporteerd naar de steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam.
De landbouwproducten zullen waarschynlyk wel in Amsterdam verhandeld worden, daar zich hier reeds een graanbeurs bevindt.
De VOORZITTER vraagt, of ook de kleine boeren hun producten op de Amsterdamsche beurs zullen gaan verhandelen.
De heer VAN STEEN meent, dat dit wel mogelyk is door middel van commissionnairs. Er bestaat echter ook groote kans, dat de kleine boeren den afstand naar Amsterdam te groot vinden en daarom een graanbeurs gaan stichten in een der dorpen.
De heer SIXMA zegt, dat men op plaatselyke beurzen niet gemakkelyk koopers krygt.
De heer VAN STEEN antwoordt, dat de plaatselyke beurzen veelal bezocht worden door opkoopers, die het gekochte dan op de grootere beurzen gaan verhandelen. Het nadeel hiervan is echter, dat hoe meer schakels er komen tusschen den boer en den groothandelaar, hoe minder de boer voor zyn producten ontvangt.
Voor de kleine boeren bestaat ook nog de mogelykheid om een coöperatie op te richten.
De heer DE GRAAF wyst erop, dat de Z.W.polder waarschynlyk eerst over 8 jaar in exploitatie zal worden gebracht, zoodat het toch wel moeilyk is, reeds nu grond te gaan reserveeren voor fabrieken.
De heer VAN STEEN meent, dat Amsterdam rekening zou kunnen houden met het stichten van een suikerfabriek; immers, 10% van den bouwgrond in de Zuidelyke polders is bestemd voor de suikerbietenteelt. De opbrengst hiervan bedraagt 520 millioen kg, hetgeen voldoende is voor een fabriek van tweemaal de grootte als die te Halfweg.
De heer LULOFS wyst erop, dat de fabriek stoom zou kunnen betrekken van de Centrale-Noord, mits in de nabyheid van deze Centrale grond voor de opzichting van een zoodanige fabriek beschikbaar is. Er komen in den polder goede scheepvaartwegen om de suikerbieten naar Amsterdam te vervoeren.
De heer VAN STEEN zegt, dat goede scheepvaartwegen niet alleen den doorslag geven. Als nl. de suikerbieten van het land op auto's worden geladen, bestaat er ook veel kans, dat de producten met dit vervoermiddel naar de fabriek worden gebracht.
Voor den N.O. polder bv. wordt thans nagegaan, wat de kosten
Dienst P.W.
Amsterdam. In dit document overleggen diverse heren (Van Steen, Hooy, Lulofs, Sixma, De Graaf) over de economische inrichting van Amsterdam in relatie tot de nieuw aan te leggen Zuiderzeepolders. De kernpunten zijn:
- Mechanisatie en Collectivisme: Er wordt gesproken over het gezamenlijk gebruik van landbouwmachines (naar Russisch voorbeeld), hoewel men twijfelt of dit praktisch is voor machines die iedereen tegelijk nodig heeft (maaimachines).
- Logistiek van Zuivel: Men bespreekt het transport van melk via tankwagens, wat destijds een relatief nieuwe ontwikkeling was (met Friesland als voorbeeld).
- Handel en Marktwerking: Er is een discussie over de centrale rol van de Amsterdamse graanbeurs versus lokale beurzen in de polders, waarbij de nadelen van tussenhandelaren ("opkoopers") worden benoemd.
- Industriële Planning: Er wordt concreet geopperd een suikerfabriek in Amsterdam te vestigen (nabij Centrale-Noord voor de stoomvoorziening), omdat 10% van de Zuidelijke polders voor suikerbieten bestemd is. Het document dateert waarschijnlijk uit de late jaren 30 of vroege jaren 40 van de 20e eeuw. De referentie naar de "Wieringermeer" (drooggevallen in 1930) als bestaand voorbeeld, en de "N.O. polder" (Noordoostpolder, drooggevallen in 1942) en "Z.W. polder" (de nooit volledig gerealiseerde Markerwaard) als toekomstige projecten, plaatst dit verslag midden in de periode van de Zuiderzeewerken. De discussie weerspiegelt de optimistische planning van die tijd om Amsterdam te laten profiteren van de nieuwe landbouwgronden door middel van verwerkende industrie en handel. De "Dienst P.W." (Publieke Werken) van Amsterdam speelde een cruciale rol in deze ruimtelijke en economische ordening.