Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 7 december 1941. M. Speijer, Waterlooplein 25 II, Amsterdam. Onbekend (geadresseerd als "Mijnheer", waarschijnlijk een gemeentelijke instantie of sociale dienst). No 103/23/3 M. 1941 8/12
nu. hulp
Amsterdam, 7/12/’41.
Mijnheer,
Met deze moet ik U bedanken
voor uw gunst om uitstel van 25 f. Nov. l.
maar nogmaals moet ik u lastigvallen,
daar ik altijd in de bijouterieën heb
gezeten en deze niet kan verkopen en
ook niet in de gelegenheid ben om andere
handel te kopen. Met deze verzoek
ik u dan ook, misschien dat de
mogelijkheid bestaat mij met dezen
artikelen te laten uitpakken of
mij tot deze nog uitstel te verlenen.
Hopende op een gunstig antwoord
teeken ik
M. Speijer
Waterlooplein 25 II
Amsterdam. * Inhoud: De schrijver, M. Speijer, bedankt de geadresseerde voor een eerder verleend uitstel van betaling (waarschijnlijk een marktgelden-heffing of een lening) van 25 gulden tot afgelopen november. Hij legt uit dat hij in de problemen zit omdat hij handelt in "bijouterieën" (sieraden/galanterieën), welke hij momenteel niet kan verkopen. Ook heeft hij geen kapitaal om andere goederen in te kopen.
* Verzoek: Speijer vraagt of hij toestemming kan krijgen om zijn artikelen weer te mogen "uitpakken" (te koop aanbieden op de markt) of dat hij nogmaals uitstel van betaling kan krijgen.
* Toon: De brief is geschreven in een beleefde, enigszins deemoedige maar dringende toon, typerend voor rekesten aan officiële instanties in die tijd.
* Taalgebruik: Het document bevat verouderde spelling en formuleringen zoals "bijouterieën", "dezen artikelen" en de afsluiting "teeken ik". * Historische context: De brief is gedateerd op 7 december 1941, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* Locatie en identiteit: Het adres, Waterlooplein 25, bevond zich in het hart van de Amsterdamse Joodse buurt. De markt op het Waterlooplein was een centrum van Joodse handel. Gezien de naam Speijer en de locatie is de afzender vrijwel zeker Joods.
* Anti-Joodse maatregelen: In de loop van 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger. Vanaf september 1941 mochten Joodse handelaren alleen nog op speciaal aangewezen "Joodse markten" staan. De economische positie van Joodse marktplui werd hierdoor systematisch vernietigd.
* Betekenis: Deze brief is een directe getuigenis van de economische nood waarin Joodse kleine handelaren verkeerden als gevolg van de bezettingsmaatregelen. Het verzoek om te mogen "uitpakken" suggereert dat Speijer ofwel zijn vergunning kwijt was, ofwel dat de verkoop van zijn specifieke handel (luxeartikelen zoals bijouterieën) aan banden was gelegd of simpelweg niet meer liep door de verarming van de Joodse bevolking. De notitie "noodhulp" bovenin duidt op de wanhopige financiële situatie van de afzender. M. Speijer