Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 november 1941. M. Grootkerk. Waarschijnlijk de Marktinspectie van Amsterdam (gezien de aantekening "mr. Insp"). [Linksboven:] $N^o \text{ } 103/26/1 \text{ } M. 1941 \frac{20}{11}$
[Rechtsboven:] $19 \text{ November } 1941$
[Handgeschreven aantekening rechts:] m. Insp
$Mijn\ heer$
$Ondergeteekende\ verzoekt\ Uw\ beleefd$
$voor\ intrekking\ van\ zijn\ vaste$
$standplaats\ op\ den\ hulpmarkt$
$van\ den\ Gaaspstraat\ daar\ er$
$nu\ geen\ levensmiddelen\ zijn\ om\ er$
$mee\ op\ den\ markt\ te\ komen\ zoo$
$hoop\ hij\ als\ er\ weer\ fruit\ is\ dat\ hij$
$dan\ weer\ er\ kan\ staan.\ Voorloopig$
$heb\ hij\ er\ niets\ aan.$
$Bij\ voorbaat\ mijn\ dank$
$M.\ Grootkerk$
$Nieuwe\ Kerkstraat\ 77\ I$
$Centrum$
$A'dam.$ In deze zakelijke maar persoonlijke brief verzoekt de heer M. Grootkerk om de intrekking van zijn vaste standplaats op de hulpmarkt in de Gaaspstraat te Amsterdam. De reden die hij opgeeft is puur economisch: er zijn momenteel geen levensmiddelen (waarschijnlijk specifiek fruit, gezien zijn latere opmerking) beschikbaar om te verhandelen. Hij geeft aan dat de standplaats voor hem op dit moment geen nut heeft ("heb hij er niets aan"), maar spreekt de hoop uit terug te kunnen keren zodra de aanvoer van fruit weer op gang komt.
Het taalgebruik is kenmerkend voor de periode, met woorden als "ondergeteekende" en de verbuiging "den markt". Opvallend is het gebruik van de derde persoon ("hoop hij", "heb hij") in plaats van de eerste persoon, wat destijds vaker voorkwam in formele verzoeken door burgers met een lagere opleiding. Het document is gedateerd op november 1941, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze context is cruciaal voor het begrijpen van de brief:
- Schaarste: De opmerking dat er "geen levensmiddelen zijn" weerspiegelt de toenemende tekorten en de invoer van het distributiestelsel (bonnen) tijdens de oorlogsjaren.
- Hulpmarkten en de Jodenvervolging: De Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt was de locatie van een zogenaamde 'hulpmarkt'. Vanaf september 1941 mochten Joodse markthandelaren van de bezetter alleen nog handelen op speciaal aangewezen markten, waaronder die in de Gaaspstraat.
- De afzender: De afzender, M. Grootkerk, woonde in de Nieuwe Kerkstraat 77-I, in het hart van de toenmalige Jodenbuurt. Archiefonderzoek (bijv. via het Joods Monument) bevestigt dat Mozes Grootkerk (geboren in 1881) op dit adres woonde en van beroep koopman was. Hij en zijn vrouw zijn in 1943 in Sobibor vermoord.
Deze brief is dus niet alleen een administratief verzoek over een marktplaats, maar een tastbaar bewijs van de overlevingsstrijd van een Joodse kleine ondernemer in een tijd van toenemende beperkingen en schaarste. M. Grootkerk