Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 19 november 1941 J. Nol, woonachtig aan de St. Antoniesbreestraat 79 II, Amsterdam. De Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. Nº 103/27/1 M. 1941 20/11
Aan den Weledele Heer Inspecteur v/h Marktwezen
Alhier.
A’dam, 19/11 - 41.
Aangezien de dagmarkt Waterlooplein voor mij zeer slecht is, en ik op Zaterdagen niet kan uitstallen, vraag ondergetekende beleefd, van andere dagmarkt te mogen veranderen naar de Gaaspstraat.
Een gunstig antwoord tegemoet ziende.
Hoogachtend. J. Nol. St. Ant: Breestraat 79. II.
Alhier. In deze brief verzoekt J. Nol om een verplaatsing van zijn of haar marktplaats. De afzender staat momenteel op de dagmarkt aan het Waterlooplein, maar geeft aan dat de zaken daar "zeer slecht" gaan. Als tweede reden voert de schrijver aan dat hij/zij op zaterdagen niet kan "uitstallen" (de koopwaar uitstallen). Het verzoek is om overgeplaatst te worden naar de markt in de Gaaspstraat. De brief is zakelijk en beleefd van toon, wat gebruikelijk was voor formele correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. Het document dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierbij van groot historisch belang:
- De Locatie: Het Waterlooplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De St. Antoniesbreestraat, waar de afzender woonde, was eveneens een centrale straat in deze wijk.
- Sabbat: De opmerking dat de afzender "op Zaterdagen niet kan uitstallen" is een sterke aanwijzing dat J. Nol een Joodse markthandelaar was die de sabbat in acht nam.
- Tijdsbeeld: In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse markthandelaren steeds vaker gedwongen om alleen nog op specifieke "Joodse markten" te staan. De Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt) werd in november 1941 aangewezen als een van de locaties voor zo'n Joodse markt.
- Economische malaise: De opmerking dat de markt op het Waterlooplein "zeer slecht" is, weerspiegelt de toenemende verarming en isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam op dat moment. J. Nol Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt J. Nol om een verplaatsing van zijn of haar marktplaats. De afzender staat momenteel op de dagmarkt aan het Waterlooplein, maar geeft aan dat de zaken daar "zeer slecht" gaan. Als tweede reden voert de schrijver aan dat hij/zij op zaterdagen niet kan "uitstallen" (de koopwaar uitstallen). Het verzoek is om overgeplaatst te worden naar de markt in de Gaaspstraat. De brief is zakelijk en beleefd van toon, wat gebruikelijk was voor formele correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.
Historische Context
Het document dateert van november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierbij van groot historisch belang:
- De Locatie: Het Waterlooplein lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De St. Antoniesbreestraat, waar de afzender woonde, was eveneens een centrale straat in deze wijk.
- Sabbat: De opmerking dat de afzender "op Zaterdagen niet kan uitstallen" is een sterke aanwijzing dat J. Nol een Joodse markthandelaar was die de sabbat in acht nam.
- Tijdsbeeld: In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers door de bezetter steeds strenger. Vanaf de zomer van 1941 werden Joodse markthandelaren steeds vaker gedwongen om alleen nog op specifieke "Joodse markten" te staan. De Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt) werd in november 1941 aangewezen als een van de locaties voor zo'n Joodse markt.
- Economische malaise: De opmerking dat de markt op het Waterlooplein "zeer slecht" is, weerspiegelt de toenemende verarming en isolatie van de Joodse bevolking in Amsterdam op dat moment.