Doorslag van een officiële brief (besluit).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (besluit). 24 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Gemeente Amsterdam). [Handschrift rechtsboven: onleesbaar, mogelijk "Inspecteur"] [Getypt: HG.]
[Handschrift boven adres: Verzonden 24/12]
den Heer N. Piller,
Amstelkade 36 I,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22B.
103/28/2 M. 24 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 20 November jl. verleen
ik U hierbij gedurende drie weken na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Gaaspstraat te bezet-
ten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw af-
wezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den dienst-
doenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, In deze brief reageert de directeur van de marktdienst op een verzoek van de heer N. Piller van 20 november 1941. Piller krijgt voor een periode van drie weken ontheffing van de zogeheten 'bezetting-plicht'. Dit hield in dat een marktkoopman normaal gesproken verplicht was zijn toegewezen plek in te nemen om zijn recht op de standplaats te behouden.
Hoewel hij niet aanwezig hoeft te zijn, blijft de financiële verplichting onverkort van kracht: het marktgeld moet wekelijks aan de controlerend ambtenaar worden afgedragen. De brief is formeel van toon en typerend voor de bureaucratische afhandeling van marktzaken in die periode. Dit document is historisch significant vanwege de datum en de locatie. December 1941 valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde markt in de Gaaspstraat was een van de specifieke 'Joodse markten' die in november 1941 door de bezetter in Amsterdam waren ingesteld. Joodse marktkooplieden mochten vanaf dat moment alleen nog op deze aangewezen plekken staan, en de markten waren uitsluitend toegankelijk voor Joods publiek.
De geadresseerde, Nathan Piller (geboren in 1896), was een Joodse koopman in groenten en fruit. Hij woonde met zijn gezin in de Rivierenbuurt op de Amstelkade. Uit archiefstukken (zoals het Joods Monument) blijkt dat Nathan Piller, zijn vrouw Grietje Piller-de Zoete en hun kinderen de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in juli 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document werpt een licht op de dagelijkse, bureaucratische realiteit waarmee Joodse Amsterdammers in de eerste jaren van de bezetting nog te maken hadden, terwijl de vrijheidsbeperkende maatregelen steeds nijpender werden.