Archiefdocument
Origineel
19 december 1941 De Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam (namens deze: De Commissaris van Politie toegevoegd voor de Administratie, A. van Ijsendijk) De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen te Amsterdam HOOFDBUREAU VAN POLITIE № 1124 L.M. 1941 $22 \over 12$ 5
Dict.Bo./FH Amsterdam-C., 19 December 1941.
Doss.Dr.1647/ M 2 a
Lr.S.Nr.16883/1941
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en
nummer van dit schrijven aan te halen.
Met terugzending van het mij bij Uw kantbeschikking van 4 December jl., No.1124 L.M. 1941 in handen gestelde schrijven No.103/32/1 M dd.29 November 1941, van den Directeur van het Marktwezen, heb ik de eer UEdelAchtbare te berichten dat in dit geval door A. Polak zelf een verlof B voor bedoelde localiteit dient te worden aangevraagd aan Burgemeester en Wethouders dezer Gemeente, onder overlegging van een verklaring, van den dienst van het Marktwezen, dat hij de beschikking over die localiteit heeft.
Waar dit verlof B echter niet kan worden verleend alvorens Polak een toestemming heeft van de Duitsche autoriteiten - hij is Jood - ware het in dit geval wellicht mogelijk dat dezex dienst haar bemiddeling verleent tot het verkrijgen van een zoodanige toestemming van die autoriteiten.
Coll: /ho DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie
toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening]
**A. VAN IJSENDIJK**
Aan den Heer
Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen
A l h i e r
*zoz*
M 72 - 10000-9-41
--- Dit document is een ambtelijk schrijven van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie aan een wethouder. Het betreft een procedurele afhandeling van een aanvraag voor een "verlof B" (waarschijnlijk een vergunning voor de verkoop van zwak-alcoholische drank of een exploitatievergunning) voor een specifieke locatie.
De kern van de brief is de constatering dat de aanvrager, A. Polak, zelf de aanvraag moet indienen bij het college van B&W, maar dat er een cruciaal beletsel is: Polak is Joods. Hierdoor is eerst toestemming van de Duitse bezettingsautoriteiten vereist. De politie suggereert dat de gemeentelijke dienst (het Marktwezen) wellicht kan bemiddelen bij het verkrijgen van deze toestemming. De toon is strikt bureaucratisch, waarbij de uitsluiting van een burger op basis van afkomst als een feitelijke, administratieve stap wordt behandeld.
--- De brief dateert uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetter de anti-Joodse maatregelen in Nederland steeds verder aanscherpte. Sinds het begin van de bezetting werden Joden systematisch uit het openbare en economische leven geweerd.
De opmerking "– hij is Jood –" is illustratief voor de manier waarop het Nederlandse overheidsapparaat meewerkte aan de uitvoering van de verordeningen van de bezetter. Voor Joodse ondernemers was het vrijwel onmogelijk geworden om vergunningen te krijgen of bedrijven voort te zetten zonder uitdrukkelijke 'Genehmigung' van de nazi-instanties. De brief toont aan hoe diep de uitsluiting was doorgedrongen in de dagelijkse gemeentelijke administratie en de politiepraktijk: een standaard vergunningsaanvraag werd een zaak van de bezettingsautoriteiten zodra de aanvrager als Joods was aangemerkt.