Getypte brief (doorslag op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier). 24 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een vergelijkbare gemeentelijke instantie). Den Heer W. Dukker, Kloveniersburgwal 14 II, Amsterdam-Centrum. [Handgeschreven: Extra]
HG.
den Heer W. Dukker,
Kloveniersburgwal 14 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
103/34/2 M. 24 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 27 November jl. verleen
ik U hierbij gedurende drie weken na dato dezes uitstel van Uw ver-
plichting om regelmatig Uw plaats op de markt Gaaspstraat te bezet-
ten.
U dient er echter voor te zorgen, dat het ook tijdens Uw
afwezigheid verschuldigde marktgeld geregeld wekelijks bij den
dienstdoenden marktambtenaar wordt betaald.
De Directeur, In deze brief wordt aan de heer W. Dukker toestemming verleend om drie weken lang afwezig te zijn van zijn marktplaats op de markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam. De toestemming is een reactie op een verzoekschrift dat Dukker bijna een maand eerder (27 november 1941) had ingediend.
De voorwaarde voor dit uitstel is strikt: ondanks zijn afwezigheid moet het verschuldigde marktgeld wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar. Dit wijst op een strakke administratieve controle op de inkomsten uit de Amsterdamse markten, zelfs wanneer de koopman niet aanwezig is. De datum van de brief, december 1941, is cruciaal voor het begrijpen van de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. Specifiek voor Amsterdam en de markt aan de Gaaspstraat is dit een veelzeggende periode.
De Gaaspstraat (gelegen in de Rivierenbuurt) was vanaf najaar 1941 aangewezen als een van de "Joodse markten". De bezetter voerde een beleid van segregatie in, waarbij Joodse handelaren en klanten werden gedwongen gebruik te maken van specifieke markten en werden geweerd van andere openbare markten. Veel Joodse Amsterdammers woonden in de nabijgelegen buurt.
Het feit dat een handelaar uitstel van zijn bezettingsplicht aanvraagt, kan duiden op persoonlijke omstandigheden, ziekte, of de groeiende moeilijkheden die Joodse ondernemers ondervonden onder de steeds strenger wordende anti-Joodse maatregelen. Het behouden van de marktplaats (en dus het blijven betalen van het staangeld) was essentieel voor de hoop op voortzetting van het levensonderhoud in een tijd van toenemende onzekerheid en uitsluiting. W. Dukker