Handgeschreven brief (mogelijk gericht aan de Marktwezen-administratie).
Origineel
Handgeschreven brief (mogelijk gericht aan de Marktwezen-administratie). 4 december 1941. Wed. H. Polk (Henriëtte Polk-Zilverberg). No 103/39/1 M. 1941 6/12
Amsterdam 4 - 12 - 41
m.i. Insp
Wed. H. Polk Swammerdamstr 58 II
Mijnheer Directeur.
Hiermede bericht ik u dat ik korten tijd in
de Gaasp straat heb ge staan. Daar ik niet
verder uit kan gaan bericht ik u dat daar er
geen handel is niet verder op de markt kan
staan. Hopende wanneer ik weer handel kan
krijgen in aanmerking zal komen
Uw Gunstig antwoord tegemoetziende
Hoogachtend
Wed. H. Polk
Swammerdamstr 58 II
O.D.A.
P. S. Mijnheer het nummer van de voorkeurskaart
is. 265 * Inhoud: De schrijfster, de weduwe H. Polk, laat de directeur van het marktwezen weten dat zij haar standplaats in de Gaaspstraat opgeeft. De reden hiervoor is dat zij "niet verder uit kan gaan" (mogelijk vanwege gezondheid of beperkingen) en omdat er "geen handel" is, wat duidt op een gebrek aan koopwaar of klanten. Ze vraagt om weer in aanmerking te komen voor een plek zodra de situatie verbetert.
* Stijl en taal: De brief is geschreven in een formeel-beleefde stijl, kenmerkend voor correspondentie met instanties in die tijd, hoewel met enige grammaticale onvolkomenheden ("ge staan", "niet verder op de markt kan staan").
* Administratieve details: Er wordt specifiek verwezen naar een "voorkeurskaart" met nummer 265. Dit was een officieel bewijs dat marktkooplieden recht gaf op een vaste standplaats. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is hierbij van groot historisch belang:
- Joodse markten: De Gaaspstraat in Amsterdam-Oost was in september 1941 door de bezetter aangewezen als een van de weinige plekken waar Joodse marktkooplieden nog hun waar mochten verkopen, nadat zij van de reguliere markten waren verbannen.
- De afzender: Uit archiefonderzoek blijkt dat Henriëtte Polk-Zilverberg (geboren in 1883) een Joodse vrouw was. Haar echtgenoot, Hartog Polk, was reeds in 1934 overleden.
- Economische uitsluiting: De opmerking dat er "geen handel" is, moet gezien worden in het licht van de systematische plundering en isolatie van de Joodse bevolking. Joodse handelaren kregen te maken met steeds strengere beperkingen, gebrek aan voorraden en een verarmd publiek.
- Lotgevallen: Deze brief is een direct bewijs van de pogingen van een Joodse weduwe om onder zeer moeilijke omstandigheden in haar eigen levensonderhoud te voorzien, vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen. Henriëtte Polk-Zilverberg is in 1943 in Sobibor vermoord. H. Polk S. Mijnheer Marktwezen