Handgeschreven brief (kennisgeving).
Origineel
Handgeschreven brief (kennisgeving). 28 november 1941. J. Walvisch, Vrolikstraat 96 benedenhuis (hs), Amsterdam. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No 104/9/ M. 1941 4/12 [linksboven]
A'dam, 28 Nov. 1941. [rechtsboven]
Den Heer Directeur
v/h Marktwezen
Amsterdam.
m. hmp [in de marge genoteerd]
Mijnheer!
Ondergeteekende, J. Walvisch, Vrolikstraat 96hs
standplaats, markt Schubertstraat, deelt U
hierdoor mede, dat hij zijn vaste marktplaats
moet opgeven bij gebrek aan handel
Hoogachtend
J Walvisch * Inhoud: De brief is een formele opzegging van een vaste marktstandplaats. De afzender, de heer J. Walvisch, geeft aan dat hij zijn plek op de markt in de Schubertstraat (Amsterdam-Zuid) opgeeft.
* Reden: De reden voor de opzegging is expliciet "gebrek aan handel". Dit duidt op economische achteruitgang, waarbij de inkomsten niet meer opwegen tegen de kosten of de moeite van het drijven van de handel.
* Stijl: De brief is kort en zakelijk, geschreven in het voor die tijd gangbare formele Nederlands ("Ondergeteekende... deelt U hierdoor mede").
* Identificatie: Op basis van de adresgegevens (Vrolikstraat 96) en de achternaam gaat het hier zeer waarschijnlijk om Jacob Walvisch (1881), die volgens historische bronnen inderdaad op dit adres woonachtig was en als koopman geregistreerd stond. * Historische periode: Het document dateert van november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Economische situatie: In deze fase van de oorlog was er sprake van toenemende schaarste, rantsoenering en een strakke regulering van de markthandel. Voor veel kleine kooplieden werd het steeds moeilijker om aan voorraad te komen, wat de opmerking "gebrek aan handel" verklaart.
* De Schubertstraat-markt: De Schubertstraat ligt in de Apollobuurt in Amsterdam-Zuid. De markt aldaar bediende een relatief welvarend publiek, maar ook daar sloeg de oorlogsschaarste toe.
* Joodse context: De achternaam Walvisch en het adres in de Vrolikstraat (een straat in Amsterdam-Oost met destijds een grote Joodse populatie) wijzen op een Joodse achtergrond van de afzender. In november 1941 waren de anti-Joodse maatregelen in volle gang. Joodse marktkooplieden werden steeds vaker beperkt in hun bewegingsvrijheid en handelmogelijkheden, en mochten uiteindelijk alleen nog op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" staan. Hoewel de brief "gebrek aan handel" als reden noemt, kan dit direct of indirect het gevolg zijn geweest van de discriminerende maatregelen en de economische uitsluiting van de Joodse bevolking door de bezetter. J. Walvisch Marktwezen