Gedrukte pagina’s uit een brochure of jaarboek (pagina 2 en 3).
Origineel
Gedrukte pagina’s uit een brochure of jaarboek (pagina 2 en 3). Betreft de benoeming op 16 januari 1942. [Pagina 2]
[Afbeelding: Wapen van de stad Amsterdam]
De door den Burgemeester van Amsterdam op den
16den Januari 1942 benoemde
Commissie voor Heemkunde
is als volgt samengesteld :
H. D. VAN DELLEN, Voorzitter
Prof. Dr. L. F. DE BEAUFORT,
P. R. BLOEMSMA,
Dr. H. BRUGMANS,
Mr. A. LE COSQUINO DE BUSSY,
J. DRIJVER,
P. HOOGLAND,
H. KLEIJN,
A. A. KOK,
J. R. KONING,
TON KOOT,
H. VAN LAAR,
P. J. MEERTENS,
W. B. NOTEBOOM,
A. F. J. PORTIELJE,
Jhr. W. J. H. B. SANDBERG,
Prof. Dr. TH. J. STOMPS,
Dr. A. L. J. SUNIER,
Mr. H. WESTERMANN,
G. J. MOL, Lid-Secretaris
[gevolgd door accolade naar rechts met de tekst:] Leden
Werkcomité uit de Commissie :
J. R. KONING, Voorzitter
Dr. H. BRUGMANS,
TON KOOT,
H. VAN LAAR,
A. F. J. PORTIELJE,
G. J. MOL, Lid-Secretaris
[gevolgd door accolade naar rechts met de tekst:] Leden
Secretariaat: Stadhuis kamer 19, Tel. 43321, Toestel 311.
2
[Pagina 3]
[Afbeelding: Foto van een waterpomp op een binnenplaats]
Pomp vóór Admiraliteitsgebouw (Stadhuis) Foto T. Koot
„De liefde tot zijn land is yeder aengeboren” ; woorden vaak geciteerd ; woorden, die voor ieder beteekenis hebben, maar voor ons, Amsterdammers, van bijzondere beteekenis zijn, want zij stammen uit Vondels „Gijsbreght van Aemstel” en doelen op Amsterdam.
Vondel scherpt zijn medeburgers de liefde tot hun vaderstad nog eens in ; hij bindt hun de liefde voor de oude Amstelstad op het hart. Hij wéét ook, dat zijn woorden weerklank vinden, want de Amsterdammers uit de zeventiende eeuw hadden hun stad lief.
Die oude Amsterdammers, die den gordel van grachten schiepen, het Raadhuis bouwden en zoovele statige woon- en pakhuizen deden verrijzen, hadden daarvoor geen prikkel noodig. Zij behoefden geen vereenigingen of bonden, die hen aanspoorden, hun stad een schoon aanzien te geven of monumenten voor den ondergang te behoeden.
3 * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de vooroorlogse spelling (bijv. "yeder", "beteekenis", "zoovele", "noodig"), wat passend is voor de vroege jaren '40.
* Layout: De linkerpagina is strikt administratief en hiërarchisch opgebouwd (namenlijst). De rechterpagina heeft een meer literair en ideologisch karakter, waarbij tekst en beeld elkaar versterken.
* Prominente figuren: De lijst bevat namen van bekende Amsterdammers uit die tijd, zoals:
* W.J.H.B. Sandberg: De latere beroemde directeur van het Stedelijk Museum en verzetsman.
* P.J. Meertens: De bekende volkskundige (naamgever van het Meertens Instituut).
* Ton Koot: Secretaris van het Rijksmuseum en een belangrijk pleitbezorger voor monumentenzorg.
* Retoriek: De tekst op pagina 3 koppelt historisch besef aan hedendaagse burgerplicht. Door te refereren aan de 17e-eeuwse "gordel van grachten" en Vondel, wordt een moreel beroep gedaan op de burger om zorg te dragen voor de stad. Dit document stamt uit januari 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Amsterdam bezet door nazi-Duitsland en stond de stad onder leiding van de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte.
De oprichting van een "Commissie voor Heemkunde" (een term die destijds populair was om de band tussen volk, bodem en geschiedenis te benadrukken) past in de tijdsgeest waarin de bezetter en collaborateurs probeerden aan te sluiten bij lokale tradities en trots. Opvallend is echter de aanwezigheid van figuren als Willem Sandberg in de commissie, die juist een actieve rol in het verzet zouden spelen. Dit wijst erop dat dergelijke erfgoedcommissies ook dienden als een plek waar de culturele elite probeerde de identiteit van de stad te bewaken tegen de verwoestingen of veranderingen van de oorlogstijd.
De verwijzing naar Vondel is symbolisch sterk: de Gijsbreght van Aemstel was (en is) hét stuk van Amsterdam, en het citeren ervan in oorlogstijd kan door verschillende groepen als een uiting van vaderlandsliefde of juist als een neutrale culturele uiting zijn geïnterpreteerd. Het "Admiraliteitsgebouw" dat genoemd wordt, diende destijds als het stadhuis van Amsterdam (aan de Oudezijds Voorburgwal).