Ambtelijke brief/correspondentie.
Origineel
Ambtelijke brief/correspondentie. 4 maart 1942. Benzineverstrekking
C: M
[In rood:] Spoed 24/3/6
5/3/42 WS
A’dam, 4/3 1942
W. L. M.
Onder terugzending van het met Uw kaartbrief dd. 25 Febr. jl. om spoedig advies ontvangen stuk No 243 L.M. 1942 heb ik de eer U het volgende te berichten.
Ter bevordering van den aanvoer van aardappelen uit de polders rondom Amsterdam tijdens de vorstperiode is dezerzijds, toen het beschikbaarstellen van vrachtauto’s, welke door den Provincialen Voedselcommissaris gevorderd waren, bezwaren ondervond, [doorgehaald: contact gezocht] [daarboven geschreven: rijkshulp ingeroepen] met het Bureau V.V.O., Afd. Vervoer te Den Haag, welk Bureau de noodige benzine auto’s door middel van den Auto Bevrachtings Dienst heeft doen beschikbaar stellen.
Het Bureau V.V.O. deelde daarbij mede, dat t.b.v. dit transport direct 3 x 800 l. benzine zou worden verstrekt voor de dagen 5, 6 en 7 Februari jl, terwijl voor verdere toewijzingen voor de volgende weken zou worden zorggedragen. De desbetreffende toewijzingen zijn door bemiddeling van mijnen dienst aan de V.B.N.A., welke de auto’s in gebruik had, ter beschikking gesteld.
Inmiddels heeft de Akkerbouwcentrale (onderdeel van Bureau V.V.O.) zich direct met de plaatselijke Afdeeling van den V.B.N.A., welke onder haar bemoeiingen ressorteert, in verbinding gesteld over de verdere toewijzingen van benzine.
Naar mij is gebleken, heeft de plaatselijke leider van den V.B.N.A., ingevolge de hem door de Akkerbouwcentrale gegeven instructies en aanwijzingen benzine doen opnemen aan het Tankstation van de N.V. Service op de C.M., zonder dat dus voor deze benzine reeds machtigingen waren verstrekt. Hierover blijken thans moeilijkheden te zijn ontstaan. Dit document schetst een bureaucratisch conflict tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de zaak is de logistieke uitdaging om aardappelen naar Amsterdam te vervoeren tijdens een strenge vorstperiode. Omdat de normale vordering van vrachtwagens via de Provinciale Voedselcommissaris spaak liep, werd de hulp van het Bureau V.V.O. uit Den Haag ingeroepen.
Er ontstond echter verwarring over de formele procedure voor de brandstofvoorziening. Terwijl de schrijver van de brief (W.L.M.) dacht de regie te hebben over de toewijzingen, heeft de Akkerbouwcentrale buiten hem om direct instructies gegeven aan de lokale leider van de aardappelhandel (V.B.N.A.). Deze heeft vervolgens benzine getankt bij de Centrale Markt (C.M.) zonder dat de benodigde officiële papieren ("machtigingen") aanwezig waren. De brief dient als verantwoording of uitleg over waarom deze procedurefout is ontstaan. In maart 1942 zat Nederland midden in de Tweede Wereldoorlog. De winter van 1941-1942 was extreem streng, wat de voedselvoorziening in grote steden als Amsterdam ernstig bemoeilijkte omdat transport over water door ijsgang vaak onmogelijk was.
Brandstof (benzine) en transportmiddelen waren zeer schaars en stonden onder streng toezicht van zowel de Nederlandse distributieorganen als de Duitse bezetter. De genoemde instanties zoals de Akkerbouwcentrale en het Bureau V.V.O. maakten deel uit van de complexe distributie- en voedselvoorzieningsstructuur die tijdens de oorlog was opgezet om schaarste te beheren en de bevolking (en de bezetter) van voedsel te voorzien. De "C.M." in de tekst verwijst vrijwel zeker naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West, destijds het logistieke hart van de voedseldistributie in de stad.