Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 441
Dossier 103
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam, met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

26 maart 1942. Van: Drs. A. Veffer, namens de Joodsche Raad voor Amsterdam. Aan: Drs. A. Kaan, Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam, met handgeschreven kanttekeningen en stempels. 26 maart 1942. Drs. A. Veffer, namens de Joodsche Raad voor Amsterdam. Drs. A. Kaan, Directeur van het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken, Amsterdam. [Gedrukte briefkop]
JOODSCHE RAAD VOOR AMSTERDAM
VOORZITTERS { A. ASSCHER / Prof. Dr. D. COHEN
POSTGIRO [zwart blok] 417242
AMSTERDAM-C., 26 Maart 1942 [datum getypt]
Nieuwe Keizersgracht 58
Tel. 55003, 55136, 54970

[In kader linksboven]
Bij Uw antwoord te vermelden:
AFD. dVr/R. [getypt]
REF. ........................................

[Brieftekst, getypt]
In handen van Drs A.Kaan.

Aan den Heer Directeur van het
Gemeentelijk Bureau voor Sociale
Zaken,
Galerij 21,
Amsterdam.

Zeer Geachte Heer Kaan,

Ingevolge afspraak doe ik U
hierbij een lijstje toekomen van
personen, die in aanmerking zou-
den kunnen komen voor overplaat-
sing naar een ander kamp.

Hoogachtend,
NAMENS DEN JOODSCHEN RAAD VOOR
AMSTERDAM,
[Signatuur/Handtekening]
Drs A. Veffer.

[Marginale notities links, handgeschreven in potlood]
Moelle 1
... 14 v /
Vledder 3 /
Gyss. 7 v
Mant. 13
Gron A 5
" B 2
3
----
Hisp. 51 [onderstreept]

[Notities onderaan, handgeschreven in rode inkt]
Hr. Hendriksen [?]
[Paraf] 9/4 42
[Grote rode krabbel/paraf over stempel]

[Stempel linksonder]
INGEK. 28 MAART 1942 | BEHAND.
No. INDIC. J 1614 P | RAPPORT
ALG. ZAKEN | N.HOLLAND | BUITENK. A.
OPROEP | UTRECHT | BUITENK. I.
GELDERL. | BOEKHOUD. | C. A. K.
K 249 Dit document is een administratieve correspondentie tussen de Joodsche Raad en het Amsterdamse Bureau voor Sociale Zaken. De kern van de brief is de verzending van een "lijstje personen" die overgeplaatst zouden moeten worden naar een ander kamp.

De handgeschreven aantekeningen in de kantlijn lijken een kwantitatieve uitsplitsing van deze lijst. Namen zoals "Vledder" verwijzen naar bestaande Joodse werkkampen in Nederland. De brief toont de bureaucratische precisie waarmee de bewegingen van de Joodse bevolking werden geadministreerd, nog voordat de massale deportaties naar de vernietigingskampen in Polen (die in juli 1942 begonnen) volledig op gang waren gekomen. De ondertekenaar, Abraham Veffer, was een belangrijke functionaris binnen de administratie van de Raad. In maart 1942 bevond de Joodse gemeenschap in Nederland zich in een fase van toenemende isolatie en dwangarbeid. De Joodsche Raad fungeerde als een door de bezetter opgelegd doorgeefluik, waarbij zij vaak voor onmogelijke dilemma's kwamen te staan: meewerken in de hoop erger te voorkomen, of weigeren.

De genoemde "overplaatsing naar een ander kamp" duidt in deze periode meestal op de verplaatsing tussen Nederlandse werkkampen (zoals die in de noordelijke provincies, waaronder Vledder) of naar doorgangskamp Westerbork. Het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken speelde hierin een ondersteunende rol bij de registratie en financiële afhandeling van de getroffenen. Dit document is een tastbaar bewijs van de verstrengeling tussen de Joodse zelforganisatie en het Nederlandse ambtelijk apparaat onder Duitse bezetting. A. Kaan A. Veffer

Samenvatting

Dit document is een administratieve correspondentie tussen de Joodsche Raad en het Amsterdamse Bureau voor Sociale Zaken. De kern van de brief is de verzending van een "lijstje personen" die overgeplaatst zouden moeten worden naar een ander kamp.

De handgeschreven aantekeningen in de kantlijn lijken een kwantitatieve uitsplitsing van deze lijst. Namen zoals "Vledder" verwijzen naar bestaande Joodse werkkampen in Nederland. De brief toont de bureaucratische precisie waarmee de bewegingen van de Joodse bevolking werden geadministreerd, nog voordat de massale deportaties naar de vernietigingskampen in Polen (die in juli 1942 begonnen) volledig op gang waren gekomen. De ondertekenaar, Abraham Veffer, was een belangrijke functionaris binnen de administratie van de Raad.

Historische Context

In maart 1942 bevond de Joodse gemeenschap in Nederland zich in een fase van toenemende isolatie en dwangarbeid. De Joodsche Raad fungeerde als een door de bezetter opgelegd doorgeefluik, waarbij zij vaak voor onmogelijke dilemma's kwamen te staan: meewerken in de hoop erger te voorkomen, of weigeren.

De genoemde "overplaatsing naar een ander kamp" duidt in deze periode meestal op de verplaatsing tussen Nederlandse werkkampen (zoals die in de noordelijke provincies, waaronder Vledder) of naar doorgangskamp Westerbork. Het Gemeentelijk Bureau voor Sociale Zaken speelde hierin een ondersteunende rol bij de registratie en financiële afhandeling van de getroffenen. Dit document is een tastbaar bewijs van de verstrengeling tussen de Joodse zelforganisatie en het Nederlandse ambtelijk apparaat onder Duitse bezetting.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen Kamp Westerbork