Officiële brief/waarschuwingsbrief.
Origineel
Officiële brief/waarschuwingsbrief. 1 maart 1939. De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam (W.). [Logo: Wapen van Amsterdam tussen twee gestileerde figuren]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
[Handgeschreven tekst rechtsboven:] verzonden 1/3
No. 26/13/1 M.
BIJLAGE ______________
ONDERWERP: ______________
AMSTERDAM (W.) 1 Maart 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN den Heer I.Montezinox,
Nwe.Kerkstraat 101,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 10.
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in gebreke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw plaats op de markt Dapperstraat te betalen, waarschuw ik U hierbij, dat U alsnog vóór 5 Maart a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wijs U er met nadruk op, dat, indien U langer in gebreke blijft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel 11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 6 Maart a.s. onherroepelijk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw verplichtingen te voldoen (bijvoorbeeld omdat U steun geniet; in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellijk mijn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Deze brief is een formele sommatie van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen aan een marktkoopman, de heer I. Montezinos. De kern van de zaak is een betalingsachterstand: de heer Montezinos heeft al meer dan drie weken zijn "marktgeld" (staangeld) voor zijn vaste plek op de Dapperstraatmarkt niet betaald.
De toon is zakelijk en dwingend. Er wordt een harde deadline gesteld (5 maart) met de directe consequentie dat de vergunning voor de vaste staanplaats per 6 maart wordt ingetrokken op basis van het marktreglement. Opvallend is de vermelding van verzachtende omstandigheden: de directeur wijst expliciet op de mogelijkheid van uitstel of coulance als de wanbetaling voortkomt uit overmacht, zoals ziekte of armoede (het "genieten van steun"). Dit duidt op de sociale context van de late jaren '30, waarin economische malaise veelvuldig voorkwam. De brief dateert van maart 1939, een half jaar voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dapperstraat in Amsterdam-Oost was (en is) een van de belangrijkste markten van de stad. De geadresseerde, I. Montezinos, woonde in de Nieuwe Kerkstraat, een straat die destijds in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt lag. De achternaam Montezinos is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Amsterdam.
In deze periode was de economische situatie voor veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden precair. Het feit dat de brief expliciet rept over "steun" (sociale uitkering) geeft aan dat de overheid rekening hield met de wijdverspreide armoede. Voor een marktkoopman betekende het verliezen van zijn "vaste plaats" een direct verlies van zijn bron van inkomsten en daarmee zijn bestaanszekerheid. In de context van de naderende bezetting en de daaropvolgende anti-Joodse maatregelen (waarbij Joodse marktkooplieden later volledig van de markten zouden worden geweerd), vormt deze administratieve brief een voorbode van de toenemende druk op de Joodse bevolking in Amsterdam. I. Montezinos Gemeente Amsterdam Marktwezen