Officiële brief (typoscript).
Origineel
Officiële brief (typoscript). 6 april 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Mevr. B. Matteman-De Groot, 3e Oosterparkstraat 18, Amsterdam-Oost. [Handgeschreven bovenaan]: Extra
26/16/2 M.
[Rechts midden]: 6 April 1939.
Mevr. B. Matteman-De Groot,
3e Oosterparkstraat 18,
Amsterdam-Oost.
Wyk 20.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 21 Maart jl. bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor inwilliging in aanmerking kan komen. Uw echtgenoot kan persoonlyk de hem toegewezen marktplaatsen bezetten, terwyl het verschuldigde marktgeld regelmatig moet worden betaald. By gebreke van een en ander zullen de U verleende plaatsen worden ingetrokken, op grond van de desbetreffende bepalingen van het Reglement op de Markten.
[Rechtsonder]:
De Directeur, In deze brief wijst de directeur van de marktinstantie een verzoek van mevrouw Matteman-De Groot af. Uit de tekst valt op te maken dat zij op 21 maart 1939 een brief had gestuurd, waarschijnlijk met het verzoek om een uitzondering op de regels voor de marktplaatsen van haar echtgenoot.
De directeur stelt twee harde voorwaarden voor het behoud van de vergunning:
1. Persoonlijke aanwezigheid: De echtgenoot moet de hem toegewezen plaatsen persoonlijk bezetten.
2. Betaling: Het marktgeld moet regelmatig en tijdig worden voldaan.
Indien hieraan niet wordt voldaan, dreigt de gemeente de marktplaatsen in te trekken op basis van het geldende marktreglement. De toon van de brief is formeel en onverbiddelijk. Dit document stamt uit april 1939, een ruim jaar voor de Duitse inval in Nederland. De ontvanger, Branca Matteman-de Groot (geboren in 1891), woonde inderdaad op het adres 3e Oosterparkstraat 18 in Amsterdam. Haar echtgenoot, Abraham Matteman, was van beroep koopman en exploiteerde marktplaatsen, een veelvoorkomend beroep onder de Joodse bevolking van Amsterdam in die tijd.
Hoewel dit op het eerste gezicht een gewone administratieve afwijzing lijkt, krijgt het document een wrange lading wanneer men de verdere geschiedenis kent. De familie Matteman was Joods. Tijdens de bezetting zouden dergelijke vergunningen en rechten voor Joodse marktlui stelselmatig worden ingeperkt en uiteindelijk geheel worden afgenomen. Branca Matteman-de Groot en haar gezin zijn tijdens de Holocaust gedeporteerd; zij en haar man Abraham werden in 1943 vermoord in vernietigingskamp Sobibor. Dit document is daarmee een stille getuige van het dagelijks leven en de bureaucratische realiteit van een gezin aan de vooravond van de oorlog. B. Matteman Marktwezen