Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 31 juli 1942. G. Schaap, Heerenstraat 48, Leiden. № 46ª/506/1 M. 1942 11/8
Leiden 31 Juli '42
Mijnheer Stam
Hiermede beleefd verzoek om opgaaf van bedrag aan visch gekocht in het jaar 1939. aan de Gemeente Vischhal te Amsterdam toen kocht ik ook nog buiten de visch hal maar ja om daar gegevens van te ontvangen is ondoenlijk.
Zoudt U zoo goed willen zijn een bepaald bedrag te willen noemen per week door elkander met bijvoeging dat ik van de markt te A’dam visch heb gekocht in 1939. dan zou ik een toewijzing ontvangen van de Visscherij Centrale voor de afslag te Makkum. Friesland. via de Geb. de Jong. aldaar.
Hopende dat U hierop goedgunstig zoudt willen beschikken.
met vriendelste groeten
uw dw dn [uw dienstvaardige dienaar]
G Schaap
Heerenstraat 48
Leiden
[Marginale aantekeningen rechtsboven:]
* v. Th. Uijt... [onduidelijk]
* is niets te doen!
* Hd In deze brief verzoekt G. Schaap uit Leiden om een bewijs van zijn visinkopen bij de Amsterdamse visafslag over het referentiejaar 1939. Hij heeft dit bewijs nodig om een officiële toewijzing (een soort vergunning of quotum) te krijgen van de 'Visscherij Centrale'. Met deze toewijzing wil hij vis kunnen inkopen op de afslag van Makkum in Friesland, via de tussenpersoon Gebroeders de Jong.
De schrijver is eerlijk over het feit dat hij in 1939 ook "buiten de hal" (informeel of op de vrije markt) kocht, maar realiseert zich dat daar geen bewijzen van zijn. Hij stelt daarom voor om een gemiddeld weekbedrag te hanteren. De korte, zakelijke opmerking van een ambtenaar in de kantlijn — "is niets te doen!" — suggereert dat het verzoek niet kon worden ingewilligd, waarschijnlijk omdat de administratie geen ramingen mocht of kon verstrekken voor niet-geregistreerde aankopen. De brief dateert uit de kern van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland onderworpen aan strikte distributie en centrale planning. De 'Visscherij Centrale' was het orgaan dat toezag op de verdeling van vis. Om in aanmerking te komen voor handelsrechten, moesten handelaren aantonen wat hun bedrijfsomvang was vóór de oorlog (1939 gold daarbij als de standaard). Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische strijd van kleine handelaren om hun nering voort te kunnen zetten onder het regime van schaarste en distributie. G. Schaap